Kamer krijgt hulp bij het doorgronden van Europa

De Europa-expertise van de Kamer ‘is niet heel erg groot’.

Sinds kort zijn er op het Binnenhof vier adviseurs die Kamerleden helpen het EU-beleid te doorgronden.

D66-jongeren tijdens de actie ‘Maak van Europa geen ver-van-je-bed-show’ voor de Tweede Kamer. Foto WFA WFA10:IN BED MET EUROPA:DEN HAAG:19DEC2007-Jonge democraten slapen vandaag op straat voor de Tweede Kamer, in het kader van de actie:"Maak van Europa, geen ver-van-je-bed-show" (en duik eens in bed met Europa). Vandaag wordt in de Tweede Kamer, de hele dag gedebatteerd over de Staat van Europa. WFA/sd/str. Frank van Rossum WFA WFA

Zijn Nederlandse Kamerleden wel op de hoogte van de gevolgen van nieuwe ontwikkelingen in Europa op het gebied van asiel- en migratiebeleid? En de Franse plannen op defensiegebied, moet de Tweede Kamer daar geen vragen over stellen? Parlementariërs zeggen dat de gevolgen van eerdere Europese besluitvorming, door het ontbreken van controle door de Tweede Kamer, soms pas achteraf duidelijk werden.

Zo legde Nederland bij het invoeren van Europese regels voor luchtkwaliteit de lat voor zichzelf te hoog, vinden velen. De Kamer hield zich niet met het onderwerp bezig. Het resultaat was dat bouwprojecten in Nederland, zoals de verbreding van de A-4 bij Leiderdorp, niet door mochten gaan. „Nederland zit op slot”, aldus VVD’er Han ten Broeke.

Sinds het begin van dit jaar hebben de verschillende commissies van de Tweede Kamer een adviseur Europese Zaken. Het gaat vooralsnog om een tijdelijk project, blijkt uit een achtergrondgesprek met de adviseurs. De taak van de vier ambtenaren, die allen meerdere Kamercommissies assisteren, is het ontwarren van de Brusselse brij aan richtlijnen, kaderbesluiten, wit- en groenboeken. „Geen overbodige luxe”, volgens CDA’er Ruud van Heugten. Zijn partijgenoot Jan Jacob Van Dijk: „De Europa-expertise van de Kamer is niet heel erg groot.”

De vier commissie-adviseurs, Marcel Halma, Anne den Hollander, Suzanne Bont en Jos Kester, beschikken allen over EU-ervaring: ze zijn Nederlands ambtenaar in Brussel geweest, of ze hebben in Den Haag gewerkt met Europees beleid. Twee van hen vertelden in het gebouw van de Tweede Kamer in Den Haag over hun werk, doelstellingen en de Europese betrokkenheid van parlementariërs.

Samengevat bestaat dat werk uit het concreet maken van Europese besluitvorming. Als bijvoorbeeld voorstellen van de Europese Commissie, het dagelijks bestuur van de EU, in de Kamer behandeld worden, voegen de Europa-adviseurs soms standpunten toe van belangenorganisaties. „Bijvoorbeeld die van werkgevers en de vakbonden. Dan heeft de Kamer handvatten om te debatteren.” De commissie-adviseurs ervaren dat Nederlandse organisaties voor Europese onderwerpen in Brussel lobbyen, en Den Haag overslaan. Het werk van de commissie-adviseurs moet ertoe bijdragen dat in de Kamer een politieke discussie gevoerd wordt over Europese onderwerpen, in plaats van een ondoorgrondelijk debat over details.

Kamerleden zouden bij een nationaal onderwerp automatisch aan de Europese dimensie moeten denken, zeggen de adviseurs. Zij ondersteunen de Kamercommissies daarbij. Door tijdens een vergadering van bijvoorbeeld de justitiecommisie te vertellen welke plannen om terrorisme te bestrijden er in Brussel in de maak zijn, wanneer en hoe er inspraak mogelijk is, of door deskundigen uit te nodigen.

Het belang van grip op wat er in Europa gebeurt, wordt in de Tweede Kamer steeds meer benadrukt, vindt Han ten Broeke. „De noodzaak om betrokken te zijn bij Europese besluitvorming is nu wel duidelijk. De hele Kamer is alerter.” Het aanstellen van commissie-adviseurs past volgens Ten Broeke in deze trend. Dat blijkt ook uit de stroom rapporten, met aanbevelingen om de rol van het parlement bij het besluitvormingsproces in de EU te versterken, van de afgelopen jaren. Het aanstellen van adviseurs was een van die aanbevelingen, net als bijvoorbeeld het versterken van de band met het Europees Parlement.

Kamerleden zouden door de toegenomen stroom aan concrete informatie het kabinet ook eerder ter verantwoording kunnen roepen. Zo zou een minister uitleg kunnen worden gevraagd over de positie van het Nederlandse kabinet ten opzichte van de plannen van het Franse EU-voorzitterschap, in de tweede helft van dit jaar. In het verleden wachtte de Kamer totdat de regering iets bekend maakte. Die passieve rol moet veranderen in een actieve, is de gedachte. Want de meest effectieve manier om EU-beleid te beïnvloeden is ingrijpen in een zo vroeg mogelijk stadium.

Herman Tjeenk Willink, de vice-president van de Raad van State, wees de Kamer het afgelopen najaar in een toespraak op haar eigen verantwoordelijkheid. „De fracties en politieke partijen spelen in de politisering van het Europese beleid de hoofdrol. (....) Politieke prioriteiten stellen is zelden de uitkomst van verambtelijking of van procedures alleen”, zei Tjeenk Willink. „Als nu eens elk lid van een fractie steeds ook een Europese paragraaf zou hebben en de ontwikkelingen op bijvoorbeeld een of twee onderwerpen die aandacht behoeven en de publiciteit verdienen volgt.”

Jan Jacob van Dijk meent dat de inhoudelijke ondersteuning van Kamercommissies met adviseurs een voorlopig laatste stap is in de – ook volgens hem – groeiende belangstelling voor Europa. „Nu kunnen we goed geëquipeerd aan het werk.” Ten Broeke: „Het democratisch tekort van de EU werd de afgelopen jaren in Brussel gezocht. Maar in eigen huis moet het gat ook gedicht worden”.

    • Dolf de Groot