In de hersenen telt het netwerk

Edward de Haan, hoogleraar psychologie aan de Universiteit van Amsterdam

Eind 18e eeuw lanceerde de Duitse geneeskundige Franz Joseph Gall de frenologie of schedelleer. Zijn idee was dat je uit de vorm van iemands schedel zijn karakter en persoonlijkheid zou kunnen afleiden. Naast de wiskundeknobbel en de talenknobbel dichtte Gall ook eigenschappen als vastberadenheid of muzikaal talent een vaste plaats in de schedel toe. Zulke ideeën leven voort. “Emile Ratelband heeft veel succes met zijn nieuwste boek over de vraag hoe je uiterlijk je innerlijk bepaalt”, zegt psycholoog Edward de Haan. “Uit de vorm van iemands gezicht zou je zijn persoonlijkheid kunnen aflezen.”

Zit daar iets in?

„Helemaal niks.”

Hoort bij een bepaald talent wèl een groter hersengebied?

„De relatie tussen hersenstructuren en vaardigheden is verre van eenvoudig. Het verschil zit hem meestal niet in de grootte van hersengebieden, maar meer in zaken als lange of kortere zenuwuitlopers en al of niet dichte vertakkingen van die zenuwuiteinden. Betere ‘bedrading’ en goede verbindingen tussen hersengebieden, maken wèl verschil voor de vraag hoe goed je brein functioneert en hoe goed je iets kunt.”

Het gaat dus niet om het hersenvolume?

„Einstein bleek na zijn dood helemaal niet zo’n groot brein te bezitten. En vrouwen hebben doorgaans wat minder hersenvolume, maar ze bezitten wèl een grotere verbale intelligentie dan mannen. Aan de andere kant heb je het bekende onderzoek naar de Londense taxichauffeurs die het stratenplan in hun hoofd hebben. Op hun hersenscans zag je in de hippocampus een bovengemiddeld groot hersengebied voor ruimtelijke oriëntatie. Daar speelt volume blijkbaar wèl een rol.”

Groeide dat hersengebied naarmate de chauffeur langer in het vak zat?

„Goeie vraag, maar die is niet gesteld. Het kan dus een kwestie van selectie zijn: misschien worden juist mensen die van nature een goed ruimtelijk inzicht bezitten graag taxichauffeur. Vast staat wèl dat hersengebieden die te maken hebben met complexe bewegingen, structureel veranderen als je bijvoorbeeld piano leert spelen. Het brein heeft een zekere plasticiteit. Een auto-ongeluk of beroerte kan iemands karakter erg veranderen. Blijkbaar zijn karaktereigenschappen en emoties ook hersenprocessen. Als je hoofd ergens hard tegenaan klapt, kunnen beschadigingen in het voorste deel van het brein tot subtiele emotionele stoornissen leiden. In testen scoort zo iemand nog prima, maar zijn partner merkt allerlei veranderingen, zoals impulsiever en agressiever gedrag, verlies van initiatief, heel snel afgeleid zijn. Sommige patiënten raken depressief of kennen geen angsten meer. Descartes heeft indertijd de emoties apart gezet van de ratio, maar daarin had hij ongelijk.”

    • Marion de Boo