Gezanten haasten zich naar Armenië

Zowel de OVSE (Organisatie voor Veiligheid en Samenwerking in Europa) als de Amerikaanse regering heeft gisteren een hoge diplomaat naar Armenië gestuurd in een poging de regering en de oppositie tot een compromis te bewegen.

In de hoofdstad Jerevan vielen zaterdag zeker acht doden toen de politie een eind maakte aan een elf dagen durend protest tegen wat de oppositie beschouwt als vervalsing van de presidentsverkiezingen van 19 februari. Veel winkels werden geplunderd en auto’s werden in brand gestoken. Zondag werd de noodtoestand uitgeroepen.

OVSE-gezant Heikki Talvitie sprak gisteren met president Robert Kotsjarian en premier Serzj Sarkissian, de winnaar van de presidentsverkiezingen. Hij wil een dialoog tussen hen en de verslagen presidentskandidaat Levon Ter-Petrosian, maar moest gisteren toegeven dat die „op dit moment nog niet mogelijk is”.

Het Amerikaanse ministerie van Buitenlandse Zaken stuurde plaatsvervangend onderminister Matthew Bryza naar Jerevan. Het ministerie liet via zijn woordvoerder weten het optreden van de Armeense oproerpolitie van zaterdag niet te steunen, maar evenmin te wensen dat „mensen van het vreedzaam uiten van politieke opvattingen overgaan tot geweld”.

OVSE-waarnemers oordeelden na de verkiezingen van 19 februari dat er veel op aan te merken was, maar dat ze over het algemeen toch eerlijk en democratisch waren geweest. Gisteren werd echter gezegd dat het eindrapport van de OVSE „veel kritischer” zal zijn. „Na de verkiezingen is er veel informatie verkregen over het volstoppen van stembussen en omkoping”, zei een westerse diplomaat in Jerevan. (Reuters, AP)