Eén woord volstaat. Katjoesja. Katjoesja. Katjoesja!

De Israëlische regering heeft gezworen haar strijd tegen Hamas niet te zullen staken.

Maar veel gewone Israëliërs lijken liever te gaan praten.

Vooral de raketten op de havenstad Ashkelon hebben de woede van de Israëlische regering gewekt. Foto AP Israelis take cover as a rocket fired from the Gaza Strip by Palestinians militants hits a building in Ashkelon, Israel, Monday, March 3, 2008. Three rockets hit Ashkelon, a city of 120,000, on Monday morning, Israeli rescue services said, with one hitting an apartment building. (AP Photo/Ariel Schalit) Associated Press

De Gazastrook – 15 kilometer verderop – is ver weg voor de 120.000 inwoners van de Israëlische stad Ashkelon. Toeristen slenteren langs het strand, Russische mannen op bankjes praten over het nieuws, een wachtende taxichauffeur dommelt weg bij het busstation.

Tot vijf uur ’s middags. Dan gaat het luchtalarm af. Niet de „vriendelijk doch dringende damesstem”, die de folder van het leger nog aankondigde, maar een vaag zoemgeluid. Altijd om vijf uur ’s middags, moppert de Marokkaanse jood die in zijn winkeltje de lokale televisie op heeft staan. „De terroristen van Hamas weten het”, zegt de bejaarde man. „Ze halen zo altijd rechtstreeks de televisie op het moment dat de mensen thuiskomen van hun werk.”

De radio- en televisiestations in het land schakelen inderdaad live over naar Ashkelon. In het trendy winkelcentrum breekt lichte paniek uit. Mensen rennen naar binnen, iedereen is aan het bellen. Een meisje dat bij haar moeder op de arm zit, doet haar vingers in de oren. Een forse oud-militair, rent langs de terrasjes. Eén woord volstaat. „Katjoesja. Katjoesja. Katjoesja!” Tegen een ouder echtpaar dat het niet lijkt te hebben begrepen, verduidelijkt hij: „Boem!” De mensen wachten binnen. Op hetzelfde moment slaat aan de andere kant van de stad een Katjoesja-raket in. Een vrouw wier huis wordt geraakt, raakt licht gewond door de scherven.

„Tegen onze wil zijn wij in de vuurlinie terecht gekomen”, zegt de militair later, als de rust in het winkelcentrum is weergekeerd en ook hij zijn familie heeft gebeld. „En hoe komt dat? Hamas, zegt Olmert. Ja, natuurlijk komen de raketten van Hamas, maar ik weet één ding: sinds de luchtaanvallen op Gaza is het hier alleen maar erger geworden.”

De politieke leiders spreken in oorlogstaal. Raketbeschietingen op de grensplaats Sderot, op een paar kibboetsen in de Negev-woestijn en nu ook op de grote kuststad Ashkelon worden met meer dan 100 doden aan Palestijnse zijde betaald gezet.

Met name de raketten op de grote havenstad Ashkelon hebben de woede van de Israëlische regering gewekt. Oppositieleider Benjamin Netanyahu van de rechtse Likudpartij bezocht Ashkelon zondag, en maakte van de gelegenheid gebruik om namens de inwoners van de stad te pleiten voor een grondoffensief tegen Hamas. Minister van Defensie Barak (Arbeiderspartij) houdt deze optie ook open. Premier Ehud Olmert (Kadima) lijkt vooralsnog terug te schrikken voor een grondoffensief, maar beklemtoont dat de „terroristen van Hamas een hoge prijs zullen betalen”.

Maar waar de politici elkaar overtroeven in grote woorden, lijken zij hun kiezers met deze strategie van zich te vervreemden. Veel inwoners van Ashkelon zien weinig heil in het pad’ van escalatie dat de Israëlische regering de afgelopen dagen, opgejut door Likud, heeft gekozen. Waarom, vragen zij zich af, proberen ze het niet eens op een andere manier? „Voor onze veiligheid hebben we een staakt-het-vuren nodig, geen nieuwe luchtaanvallen”, zegt Sara Dietz, een oudere dame met een knalroze zonnebril. „En een staakt-het-vuren bereik je alleen door Hamas eens te spreken. Niet om vrienden te worden, maar om de eigen burgers te beschermen.”

Zondagavond verzamelden zich een paar honderd actievoerders voor het hoofdkwartier van het Israëlische leger in Tel Aviv. Het was een bont allegaartje, van linkse splinterpartijen, anarchisten, Israëlische Arabieren en vredesgroepen. Ze eisten stopzetting van de aanvallen op de Gazastrook, en gesprekken met Hamas.

Na een paar uur arresteerde de politie een paar demonstranten. Maar alleen staan ze niet. Eind vorige maand bleek uit een opiniepeiling van de krant Ha’aretz dat Israël moet gaan praten met Hamas om een einde te maken aan de spiraal van geweld, en om de vrijlating te bereiken van de ontvoerde soldaat Gilad Shalit. Slechts 28 procent van de ondervraagden vindt dat praten met Hamas nog altijd moet worden uitgesloten. Zelfs bijna de helft van de Likud-aanhang bleek inmiddels voor gesprekken met Hamas te zijn, evenals de burgemeester van het bestookte stadje Sderot.

En dat zou tijd worden, zegt Yossi Alpher. Hij was in de jaren negentig politiek adviseur van toenmalig premier Barak en werd later directeur van het Jaffee Center for Strategic Studies. Hij zette de top van de Arbeidspartij er regelmatig toe aan om te praten met Yasser Arafats Palestijnse Bevrijdingsorganisatie (PLO).

Nu wordt het tijd te gaan praten met Hamas, zegt Alpher. Niet dat hij een ‘duif’ is. Van hem moet het liquideren van Hamaskopstukken doorgaan. En niet omdat hij veel van de gesprekken verwacht. Hamas is immers veel dogmatischer dan de seculiere PLO. „Deze jongens zijn anders dan de PLO-strijders van 15 jaar terug. Maar luchtaanvallen of economische sancties leiden nergens toe. Als Olmert Hamas echt ten val wil brengen, dan heeft hij twee opties.”

Optie één, zegt Alpher, gaat het nooit worden: het herbezetten van de Gazastrook. In 2005 trok het Israëlische leger zich terug uit het gebied, waarna Hamas er vorig jaar definitief de macht greep. „Het gaat ten koste van veel levens, en het is nog onbetaalbaar ook. Dan blijft de tweede optie over: voorzichtig gaan praten met Hamas. Niet om de gigantische meningsverschillen uit te praten, „maar puur om het schieten te laten stoppen.” Alpher weet dat het politieke klimaat in Israël er niet rijp voor is. „Over de resultaten van zulke gesprekken ben ik bovendien erg sceptisch. Maar de stemming in het land slaat om, terwijl de politici blijven doormodderen op een heilloze weg.”

Dit is het eerste artikel van onze nieuwe correspondent in Israël en de Palestijnse gebieden.

    • Guus Valk