Drugsbestrijders in VS complimenteren justitie

Samenwerking met de Amerikaanse drugsopsporingsdienst DEA is sterk verbeterd, zo constateert een rapport. „Nauw en effectief.”

Voor het Nederlandse Openbaar Ministerie is het nog steeds taboe: de inzet van criminele infiltranten bij opsporingsonderzoek. Maar toch is de samenwerking met de Amerikaanse opsporingsdienst Drugs Enforcement Administration (DEA) bij gecontroleerde afleveringsacties, ook omstreden sinds de IRT-affaire, de afgelopen jaren aanzienlijk geïntensiveerd.

Over de hele linie, zo staat in het gisteren aan het Amerikaanse congres aangeboden International Narcotics Strategy Report (INSCR) van het ministerie van Buitenlandse Zaken, is de samenwerking met de DEA en andere Amerikaanse opsporingsdiensten verbeterd bij het oprollen van internationale drugslijnen.

Met name de omslag in goedkeuring voor gecontroleerde afleveracties wordt in het rapport opmerkelijk genoemd. In 2004 wees Nederland nog elk verzoek voor dergelijke acties van de hand, maar in 2006 gaf justitie na 31 verzoeken vijf keer toestemming. Daarbij ging het voornamelijk om partijen drugs van minder dan vijf kilo die per post vanuit Zuid-Amerika werden verstuurd.

De samenwerking tussen de DEA en de Nationale Recherche in Nederland is „nauw en effectief” zo wordt in het rapport geconcludeerd. DEA-agenten zijn gestationeerd in vestigingen van de Nationale Recherche in Den Haag en Helmond. Inmiddels mogen DEA-agenten niet alleen direct contact opnemen met de Nationale Recherche, maar ook met regionale politiekorpsen. Dat heeft geleid tot „betere coördinatie bij gecontroleerde aflevering en undercover operaties”.

In Nederland zijn gecontroleerde doorlaatacties verboden, alleen gecontroleerde afleveracties, waarbij de drugs wel in beslag worden genomen, zijn beperkt toegestaan. Vorig jaar bleek dat de DEA bij dergelijke acties twee keer de Nederlandse soevereiniteit had geschonden. Daarbij ging het om operaties die zonder toestemming van Nederland waren uitgevoerd. Minister Hirsch Ballin (Justitie, CDA) zegde de Tweede Kamer daarna toe dat de DEA maatregelen heeft genomen om herhaling te voorkomen.

Het rapport is minder positief over de samenwerking tussen de DEA en de marechaussee op Schiphol. Eind 2006 besloot het ministerie van Justitie dat de marechaussee geen persoonsgegevens van drugskoeriers meer mag doorspelen naar de DEA omdat dat in strijd zou zijn met Nederlandse privacywetgeving. Terwijl de DEA de marechaussee wel informatie verstrekt over wijzigingen in internationale drugsroutes.

Het Narcotics Control Strategy Report geeft een gedetailleerd overzicht van de drugsbestrijding in een groot aantal landen. Over Nederland wordt verder onder meer geconstateerd dat het land niet meer de grootste XTC-producent van de wereld is. Het aantal in beslag genomen XTC-tabletten in Amerika vertoont vanaf 2006 een dalende lijn. Wel is Nederland, samen met België een belangrijk „overslagstation” van cocaïne voor de Europese markt.

Voor fractiespecialisten in de Tweede Kamer die deze week in de debateren deze week over de toekomst van het Nederlandse drugsbeleid, zal het opmerkelijk zijn dat in het Amerikaanse rapport melding wordt gemaakt van een aantal successen. Zo is het aantal drugsverslaafden laag, in vergelijking met Europese landen en is de gemiddelde leeftijd gestegen. Drugsbeleid wordt in Nederland vooral benaderd vanuit het perspectief van de volksgezondheid, niet vanuit rechtshandhaving.

Ook de vorig jaar gepresenteerde Rotterdamse en Haagse plannen om coffeeshops in de buurt van scholen te sluiten, krijgt aandacht in het rapport, net als het plan van de gemeente Maastricht om buitenlandse drugstoeristen te weren.

Lees het rapport via nrc.nl/binnenland