De favoriet van Maria Callas

Naast Maria Callas maakte Giuseppe di Stefano een wereldcarrière. Hun stemmen raakten snel en gelijktijdig in verval.

‘Pippo’ di Stefano in 1985 Foto AP ** FILE ** Italian tenor Giuseppe Di Stefano is seen in this 1985 file photo. Di Stefano, one of the greatest tenors of the 20th century and a celebrated singing partner of soprano Maria Callas, died at his home near Milan, Italy, Monday, March 3, 2008. He was 86. (AP Photo/File) Associated Press

Giuseppe di Stefano, met zijn lichte, heldere en krachtig stralende stem een van de beste zangers van de vorige eeuw, is gisteren op 86-jarige leeftijd overleden in zijn huis in Italië.

Di Stefano werd in 2004 ernstig aan het hoofd gewond, toen hij en zijn vrouw werden aangevallen bij hun villa aan de Keniaanse kust. Di Stefano lag lang in coma en kon pas na weken worden overgebracht Italië. Sindsdien ging het slecht met hem.

De relatief korte carrière van Giuseppe di Stefano is bijna symbiotisch verbonden met die van Maria Callas (1923-1977). Hij was Callas’ favoriete tenor en vanaf 1951 stond ‘Pippo’ met haar in tal van voorstellingen. Samen maakten ze tien complete opera-opnamen, zoals de fameuze Tosca in 1953. Samen regisseerden ze in 1973 in Turijn een mislukte productie van Verdi’s I vespri Siciliani. Ze hadden enige tijd een los-vaste relatie.

Samen traden ze ook op tijdens Callas’ afscheidstournee, die eind 1974 eindigde in het Noord-Japanse Sapporo. Bijna een jaar eerder, op 11 december 1973, traden de twee met begeleiding van de meer dan 80-jarige pianist Ivor Newton op in de Grote Zaal van het Amsterdamse Concertgebouw, waar Callas één keer eerder had gezongen, tijdens het Holland Festival 1959 bij het Concertgebouworkest.

Di Stefano was 53, Callas 51 en hun stemmen waren na jaren van roofbouw ernstig gedevalueerd. Maar Callas kwam toch nog tot verfijnde noblesse, schreef deze krant. En Di Stefano had een ongenuanceerde loei van een stem. „Maar als Di Stefano pianissimo zingt, dan is het zo wezenloos mooi dat Callas daar evenmin tegen opgewassen blijkt.”

Giuseppe di Stefano werd 24 juli 1921 geboren in een dorp bij Catania op Sicilië. Hij overwoog priester te worden, maar nam zangles. In 1943 deserteerde hij uit Mussolini’s leger naar Zwitserland en zong op Radio Lausanne. Zijn operadebuut maakte hij in 1946 in Reggio Emilia als Des Grieux in Massenets Manon, een rol die hij nog geen jaar later ook zong bij zijn debuut in de Milanese Scala.

Di Stefano maakte snel een wereldcarrière en zong al in 1948 in de Metropolitan Opera in New York als de hertog in Rigoletto. Uiteindelijk verdween het delicate karakter van Di Stefano’s zingen door te veeleisende rollen, bovendien vaak te luid gezongen. Toen hij in 1963 in het Londense operahuis Covent Garden stemproblemen kreeg, werd hij vervangen door de toen nog onbekende Luciano Pavarotti. In Sapporo, aan het slot van de tournee met Callas, kwam in 1974 ook een eind aan de grote carrière van Di Stefano.