‘De enige president hier heet Mister Olievat’

Elfhonderd politiemannen en soldaten tegen honderdvijftig aanhangers van de oppositie. De verkiezingszege van Dmitri Medvedev verloor in Moskou wat van zijn glans.

Leden van de Moskouse oproerpolitie brengen een opposante op. Enkele tientallen deelnemers aan een betoging van de oppositie werden – vaak hardhandig – ingerekend. Foto AP OMON, riot police officers detain opposition activists while dispersing an unsanctioned protest over Russia's presidential election, Moscow, Monday, March 3, 2008. Police detained dozens of people at a planned opposition protest Monday over Russia's presidential election, in a strong show of force the day after an election that was dismissed by Kasparov and other liberal opposition leaders as a farce. (AP Photo/Mikhail Metzel) Associated Press

Een jonge vrouw met een bos rozen in haar hand wacht op iemand. Of op iets. Ineens wordt ze door drie agenten van de oproerpolitie OMON bij haar armen en benen gegrepen en hardhandig afgevoerd. „Ik heb niets gedaan”, gilt ze, terwijl haar bril van haar hoofd wordt geslagen. „Help me! Help me!”

Ze is een van de meer dan zestig Russen die dit lot vanmiddag voor het metrostation Schone Vijver beschoren is. Later blijkt ze Marina Litvinovitsj, de assistente van Garri Kasparov, te zijn.

Hier, in het centrum van Moskou, heeft de oppositiebeweging Ander Rusland een demonstratie georganiseerd op het Toergenjev-plein tegen de ondemocratische manier waarop de presidentsverkiezingen zijn gehouden. Anders dan in Sint Petersburg, waar vanmiddag ook wordt gedemonstreerd, is deze demonstratie verboden. Toch zijn honderdvijftig demonstranten komen opdagen. Ze worden omringd door vijfhonderd politieagenten en een eenheid van de oproerpolitie. In de zijstraten wachten zeshonderd soldaten.

In anderhalf uur verliest de verkiezingszege van Dmitri Medvedev iets van zijn glans als blijkt dat kritiek op de regering nog altijd niet wordt geduld. Het protest moet om vijf uur beginnen. Maar een half uur daarvoor worden al mensen gearresteerd. Zomaar, zonder dat ze daartoe enige aanleiding hebben gegeven. Alsof lopen over straat een overtreding is.

Terwijl ze, net als het meisje met de bloem, staan te wachten, worden ze door de OMON’s omsingeld, beetgepakt en weggesleept, ook in het McDonald’s filiaal en in het metrostation. Het lijkt wel alsof de politieagenten een smoelenboek hebben, waarin ze hun slachtoffers kunnen herkennen.

Een dikke dertiger wordt aangehouden. Als hij zijn papieren heeft getoond mag hij doorlopen. Maar als een paar activisten van de Nationaal Bolsjewistische Partij een fakkel aansteken die rode vlammen spuwt, worden ze in hun kraag gegrepen en hardhandig weggevoerd naar een arrestantenbusje. „Jullie verkiezingen zijn ondemocratisch”, roepen ze. En: „Fascisten, fascisten.”

Nu pakken OMON’s in hoog tempo links en rechts mensen op. Een enkel woord van protest is al genoeg voor een klap met de wapenstok. Opnieuw worden fakkels aangestoken. Opnieuw duiken agenten, in burger ditmaal, op in de verwarde menigte.

Een meisje dat de agenten voor jakhalzen uitmaakt, wordt meteen opgepakt. Hetzelfde geldt voor mensenrechtenactivist Lev Ponomarjov. Nikita Belych, leider van de partij Unie van Rechtse Krachten, slaagt er nog in de verzamelde pers toe te spreken: „Het verbod op deze bijeenkomst is illegaal.” Daarna is het zijn beurt om door vier agenten naar de arrestantenbus te worden gedragen. Enkele demonstranten scanderen ‘Schande’, en ‘Weg met de politiestaat’, Weg met de regering’, ‘Weg met Poetin’, ‘Dit is onze stad’.

Bejaarde dames verschijnen op het plein. Ze ontvouwen witte vellen papier, waarop protestleuzen zijn geschreven als ‘Wij zijn geen slaven’. Een van hen probeert de arrestatie van een jongen te verhinderen en slaat met haar wandelstok op de rug van een OMON. Ook zij wordt hardhandig weggevoerd, om korte tijd later weer vrijgelaten te worden. „Dit is echt een grove schande”, zegt ze.

De gewone politieagenten hebben intussen hun helmen opgezet en houden metalen schilden voor zich, waarmee ze een kordon om de kleine menigte leggen, die nog slechts uit journalisten bestaat.

Andrej Mironov, een 53-jarige kunstenaar, die in de Sovjet-Unie een paar jaar in een strafkamp heeft gezeten wegens ‘anti-Sovjetagitatie’, is cynisch over wat hij om zich heen ziet. „Dit gedrag van de politie slaat nergens op”, zegt hij. „Het komt alleen maar doordat we geen echt democratisch systeem hebben. Hoe denkt u bijvoorbeeld dat Medvedev de corruptie straks gaat aanpakken als de overheid zelf door en door corrupt is? Het regime weet gewoon niet wat er onder de mensen leeft. Maar wat wil je, de enige president die we hier hebben is Mister Olievat.”

„Dit lijkt op mijn ervaringen in de Sovjet-Unie in het dissidententijdperk van de jaren zeventig en tachtig”, zegt verpleegster Olga Tsjernovskaja, een toevallige passante. „Rusland heeft tegenwoordig weer politieke gevangenen. Het lijkt wel alsof het steeds erger wordt. Dit is democratie op zijn Russisch, hè.”