Consument steunt onbewust Israëlische nederzettingen

Producten uit Israël vallen onder een gunstig importtarief. Dat geldt niet voor de bezette gebieden, maar de herkomst is vaak onduidelijk.

Van Israëlische dadels weet je het meteen. Die komen altijd uit bezet gebied. Snijbloemen: precies hetzelfde. Maar ook fruit, wijn, cosmetica en juwelen zijn soms afkomstig uit nederzettingen in door Israël bezette gebieden, zegt voorzitter Joost Hardeman van consumentenorganisatie Peace. „Die producten zijn gewoon in Nederland te koop, zonder dat iemand het weet. Daardoor betalen wij in feite de instandhouding van nederzettingen.”

Hardeman zou het liefst willen dat de nederzettingen op de Westelijke Jordaanoever en rondom Jeruzalem morgen verdwijnen. Ze zijn volgens internationaal recht illegaal, en, zegt hij, „een groot obstakel voor vrede in Israël”. Hij zoekt de strijd via de economie. Als consumenten ophouden met het kopen van spullen die in nederzettingen zijn gemaakt, dan wordt het economisch voortbestaan van zulke nederzettingen lastiger.

Producten die in Israël gemaakt zijn, worden met een belastingvoordeel in Nederland geïmporteerd – want met Israël is een associatieverdrag gesloten. Wat in de nederzettingen gemaakt wordt, valt daar niet onder. Die zijn immers illegaal. Staatssecretaris Heemskerk (Economische Zaken, PvdA) schreef in november vorig jaar aan de Tweede Kamer dat Nederland in 2006 voor ruim een miljard euro aan Israëlische goederen importeerde. Tot in detail houdt de Nederlandse douane bij om welke producten het gaat: voor vijf miljoen euro aan tomaten, voor eenzelfde bedrag aan sokken en kniekousen, één fokpaard à drieduizend euro.

Het is echter vrijwel onmogelijk te achterhalen welk product uit de nederzettingen komt. Al deze goederen, schrijft Heemskerk, vielen volgens Israëlische opgave onder het associatieverdrag. Met andere woorden: niets kwam uit de nederzettingen in de bezette gebieden. Peace schat dat in werkelijkheid ongeveer 20 procent van de goederen uit de nederzettingen komt. Hoewel Israël formeel moet aangeven welke producten gemaakt zijn door kolonisten, gebeurt dat in de praktijk dus niet. Joost Hardeman: „Op papier komen álle producten uit Israël, daarom valt alles dus onder het gunstige belastingtarief. Dat is frauduleus en misleidend voor consumenten.”

Ook de Europese Commissie is „bekend” met het verschijnsel dat uit Israël geïmporteerde goederen toch uit bezet gebied komen, schreef eurocommissaris Peter Mandelson (Handel) vorige maand in antwoord op vragen van Europarlementariër Erik Meijer (SP). De lidstaten van de Europese Unie importeerden in 2006 nog voor circa 10 miljard euro uit Israël. Tot woede van Israël besloot de EU aan het einde van de jaren negentig producten van joodse kolonisten uit te sluiten van handelsvoordelen. Maar, schreef Mandelson vorige week, lidstaten moeten zelf hun import controleren.

Een groot deel van de Israëlische import in Nederland belandt bij het Israël Producten Centrum (IPC) in Nijkerk. Het christelijke IPC verhandelt Israëlische wijn, sieraden, kaarsen en olijfhout in Nederland om de Israëlische economie te ondersteunen. Maar volgens directeur Pieter van Oordt komen er „vrijwel geen” producten meer uit nederzettingen op de Westelijke Jordaanoever. „Ik vind dat jammer. Het zou juist meer moeten gebeuren. Bij veel Joodse bedrijven werken ook Arabieren. Het zou goed voor de economie zijn als we meer uit de Westelijke Jordaanoever zouden kopen.”

Pieter van Oordt zegt wel dat de herkomst van de producten niet altijd duidelijk is. „We verkopen wijn die is gemaakt in de buurt van Tel Aviv. Maar ja, waar komen de druiven vandaan? Dat weet ik ook niet.”

Peace verzamelt handtekeningen, waarmee de organisatie binnenkort aangifte wil doen bij het Openbaar Ministerie van fraude bij de import van producten door de Europese Unie uit Israël. Op die manier hoopt de organisatie Israël te dwingen openbaar te maken welke producten uit de nederzettingen komen. Ook, zegt Hardeman, wordt op die manier in Nederland en Europa een beweging tegen de nederzettingen op gang gebracht.

De discussie over de legitimiteit van producten uit de nederzettingen wordt niet alleen in Europa gevoerd. Ook in Israël zelf is er debat over, zij het in de marge. De kleine vredesorganisatie Gush Shalom (vredesblok) heeft onlangs opgeroepen tot een consumentenboycot van producten die in de nederzettingen zijn gemaakt. Zo’n boycot kan, zo schrijft de Israëlische organisatie in een verklaring, „een stem geven aan de bezwaren van de meerderheid van de Israëlische bevolking tegen de nederzettingen”. Gush Shalom heeft uitgezocht welke producten uit welke nederzettingen komen. Op haar website heeft de organisatie een lange lijst producten gepubliceerd, met tips hoe kritische Israëliërs kunnen helpen: „Vraag uw winkelier, het liefst zo luid mogelijk, naar de herkomst van de producten.”

Joost Hardeman van consumentenorganisatie Peace zegt dat het tijdstip voor actie tegen de import uit nederzettingen gunstig is. „Ook in Europa en Israël zelf is de stemming wel veranderd. De nederzettingen zijn een blok aan ieders been.”