Coetzee en de rechtbank van de geschiedenis

J.M. Coetzee: Als een vrouw ouder wordt . Uit het Engels vertaald door Peter Bergsma. Cossee, 91 blz. € 13,–

J.M. Coetzee: Als een vrouw ouder wordt. Uit het Engels vertaald door Peter Bergsma. Cossee, 91 blz. € 13,– ***

Hoe kun je ontsnappen aan de rechtbank van de geschiedenis? Die vraag stelde de Zuid-Afrikaanse schrijver J.M. Coetzee zich in zijn vorige roman Dagboek van een slecht jaar toen hij zijn gedachten liet gaan over de rol van de Amerikanen in Irak: ‘Niet alleen gewetensvolle Amerikanen maar ook individuele westerlingen in het algemeen moeten zich ten doel stellen om manieren te bedenken om hun eer te redden, wat tot op zekere hoogte hetzelfde is als je zelfrespect bewaren, maar ook een kwestie van niet met vuile handen voor de rechtbank van de geschiedenis te hoeven verschijnen.’ De schrijver van het dagboek kwam er niet uit, evenmin als zijn alter ego, de schrijfster Elizabeth Costello. In de roman die haar naam draagt, stonden lezingen/episodes uit het leven van een succesvolle schrijfster centraal.

In een daarvan verschijnt ze voor een poort waar ze alleen doorheen mag als ze een geloofsbelijdenis aflegt. Op kafkaëske wijze moet ze verantwoording afleggen voor datgene waar ze in gelooft. In niets, in ervaring, hartstocht, in kikkers, in stemmen: het maakt niet uit wat ze antwoordt. De poortwachter meldt dat hij al vaak individuen aan zijn poort heeft gehad zoals zij. En allemaal komen ze tot dezelfde conclusie: je kunt aan de rechtbank van de geschiedenis niet ontkomen. De geschiedenis vraagt om morele afwegingen, zeker wanneer je ‘secretaresse bent van het onzichtbare’, zoals Costello het schrijverschap typeert.

Het was niet het sterkste deel uit de roman, toch werd juist deze episode opgenomen bij de novelle Als een vrouw ouder wordt – een boekje dat speciaal voor de Boekenweek is uitgegeven. Behalve een hoofdstuk uit eerder verschenen werk staat hierin ook het verhaal dat Coetzee in 2003 hield, vlak nadat hem de Nobelprijs was toegekend. Waarom nam Cossee niet alleen dit verhaal op, maar werd er ook gekozen voor herexploitatie van een hoofdstuk uit een nog verkrijgbare roman? Het zal wel iets te maken hebben met het aantal pagina’s en het bedrag dat je kan vragen voor zo’n boekje.

Maar los van de praktische redenen, heeft het wellicht ook iets te maken met het oordeel dat de geschiedenis kan vellen. Dat oordeel neemt in het titelverhaal van Als een vrouw ouder wordt namelijk het karakter aan van ongeloof in de geschiedenis.

In de woorden van Costello, wanneer ze haar zoon spreekt die ze lange tijd niet heeft gezien: ‘De geschiedenis heeft haar stem verloren. Clio, degene die ooit haar lier beroerde en de daden van grote mannen bezong, is weifelmoedig geworden, weifelmoedig en frivool, als het dwaaste soort oude vrouw dat er is. Dat denk ik tenminste een deel van de tijd. De rest van de tijd denk ik dat ze gevangen is genomen door een boevenbende die haar martelt en haar dingen laat zeggen die ze niet zeggen wil.’ En verderop: ‘Ik verlies mijn geloof in het vermogen van de geschiedenis de waarheid boven tafel te krijgen.’

Het zijn sombere, maar interessante gedachten – hoewel niet geloofwaardig. Maar daar moet het verhaal ‘Als een vrouw ouder wordt’ het ook niet van hebben. Zulke theoretische gesprekken heb je immers niet met je kinderen wanneer ze je vragen in de buurt te komen wonen omdat ze voor je willen zorgen, zelfs al ben je, zoals Costello, een moeder die zo koud is als een bevroren garnaal.

Het verhaal lijkt vooral een antwoord te geven op de vraag hoe een schrijver zich voelt nadat hem de Nobelprijs is toegekend. Machteloos, blijkbaar. Machteloos omdat je hoopt al schrijvend de geschiedenis naar je hand te kunnen zetten met je boeken, terwijl je steeds vaker met je neus op de feiten gedrukt wordt: de geschiedenis trekt zich niets van je aan, al heb je dan een Nobelprijs op zak.

Toef Jaeger

    • Toef Jaeger