Clinton of Obama,Texas mag het zeggen

Texas lijkt de staat van Bush en andere cowboys.

Daarom ervaren de progressieve Texanen de strijd van Clinton en Obama als een bevrijding.

Barack Obama op campagne in Texas, samen met journalistenin het vliegtuig van Austin naar Beaumont. Foto AP Democratic presidential hopeful, Sen. Barack Obama, D-Ill., speaks with reporters onboard his flight from Austin, Texas to Beaumont, Texas Thursday, Feb. 28, 2008. (AP Photo/Rick Bowmer) Associated Press

D’Ann Johnson, sociaal advocaat uit Austin, Texas, had een plannetje. „Ik zal je laten zien hoe het hier echt is”, zei ze met aanstekelijke geestdrift.

In haar gammele stationcar gingen we op pad. D’Ann Johnson (spreek uit: Dianne) vertelde onderweg dat ze jaren had gewerkt voor Ann Richards, de laatste Democratische gouverneur van Texas – in 1994 verslagen door ene George W. Bush.

Ze zou de frustratie van linkse Texanen laten zien – politici, activisten, lobbyisten. En de bevrijding die ze voelen nu er, voor het eerst in jaren, weer aandacht is voor het andere Texas: het Texas dat vandaag vermoedelijk beslist wie de Democratische presidentskandidaat wordt – Hillary Clinton of Barack Obama.

Want nu Clinton beaamt dat ze beide voorrondes moet winnen om in de race te blijven, en ze volgens de peilingen in Ohio goede kans op de zege heeft, zal de aandacht zich concentreren op Texas. Alles wijst op een nek-aan-nekrace.

„We hebben er genoeg van dat de hele wereld Texas alleen maar ziet als een stel cowboys en bruten”, zei ze. Texas is immers ook de staat van de Democratische president Lyndon Johnson, die met zijn Great Society de basis legde voor de Amerikaanse welvaartsstaat. Texas is ook de staat waar immigranten, nog steeds, zonder grote spanningen worden opgenomen. Het is de staat met als hoofdstad Austin, het muzikale en technologische centrum van het zuiden. Niet alleen de groenste stad van de VS, ook de meest eigenzinnige: met de publieksactie Keep Austin Weird voert de bevolking al jaren strijd tegen de schaalvergroting van het bedrijfsleven en de vercommercialisering van de openbare ruimte.

„Mijn stad”, zei D’Ann Johnson.

Als ze haar stationcar door de straten van Austin stuurt – 23 graden, prettig windje – hangt ze voortdurend uit het raam om vrienden te begroeten. „Gilberto, Gilberto!” Het is Gilberto Ocañas, een lobbyist die als een van de eerste prominente latino’s in Texas zijn steun aan Obama gaf. Hij staat buiten een restaurant waar zojuist een vergadering van de Obama-campagne is geweest. „Alle cijfers zijn gunstig”, fluistert hij opgewonden. „Er gebeuren prachtige dingen.”

Binnen komen we Lloyd Doggett tegen, een van de progressiefste leden van het Huis van Afgevaardigden en daardoor vaak onderwerp van Republikeinse spot in Washington. Als ‘superdelegate’ (die mag stemmen op de partijconventie waar de keuze zal vallen) gaf hij twee weken terug ook zijn steun aan Obama. Een lastige keuze omdat een groot deel van zijn kiezers, latino’s, naar Hillary neigt. „Het is spannend voor mij, dat geef ik toe.” Het geeft niet. „Eindelijk kunnen we zeggen: vergeet Bush nou even, wij bestaan óók.”

Buiten Austin is de behoefte aan een nieuw Texaans imago niet minder groot. Het beste bleek dat afgelopen zaterdag in Crawford, het dorpje dat bekend is van de ranch waarop Bush zoveel gasten ontvangt.

Het was een rituele dag in het dorpje, dat voor zeker een kwart blijkt te bestaan uit matig onderhouden woonwagens en arbeidershuisjes. Terwijl veiligheidsmensen, journalisten en ambtenaren verveeld wachtten op de premier van Denemarken, lag het footballstadion van de Crawford Pirates er verderop verlaten bij. Tegenover het stadion was een camping: gesloten. Ernaast het buurthuis („verboden in dit pand wapens te dragen”): ook gesloten.

Een goederentreintje stommelde voorbij, een man van middelbare leeftijd stapte uit zijn woninkje om poolshoogte te nemen. „Je bent verkeerd”, zei hij. Zijn naam wilde hij niet geven. „Wij hebben geen belangstelling meer voor meneer de president en zijn welgestelde vrienden.”

Verderop, op het schommelbankje voor het lokale Coffee Station, zat Jim Harrisson (71), handen op de wandelstok, met oude bekenden verhalen op te halen. Harrisson trouwde vijftig jaar geleden met „het mooiste meisje van Crawford”, ze vestigden zich in het noorden van Texas, en vandaag maakt hij een tussenstop.

George W. Bush is goed geweest voor Crawford, zeggen ze hier. Harrisson denkt ook dat Bush een fatsoenlijke man is. Maar jongens! „Wat hééft hij er een troep van gemaakt.” En veel mensen vergeten, zegt hij, dat Crawford tot Bush’ komst in handen was van Democraten. „Dat is ons geheimpje. Nou, niet lang meer, hoor.”

En zondagmiddag liep de studentenstad College Station, een kleine tweehonderd kilometer verderop, massaal uit voor de Big Dog – Bill Clinton. Met rood aangelopen hoofd, maar zonder zich te verliezen in de uithalen die hem deze campagne kritiek opleverden, legde hij met een groot taalgevoel Hillary’s programma uit. Ook hier een zaal vol bevrijde Texanen. „We zijn op de weg terug, eindelijk”, zei Vicki Brown, lerares, de tranen in de ogen.

Zo illustreren de voorverkiezingen van Texas dezer dagen vooral het einde van een tijdperk. Het zal niet snel opnieuw gebeuren dat Texas zijn eigen Dixie Chicks attaqueert omdat de leadzangeres, zoals in 2003 het geval was, kritiek had op Bush.

Kenmerkender voor de mentale gesteldheid van de staat was recentelijk Mark McKinnon, de voormalige pr-adviseur van Bush met kantoor in Austin. Vorig jaar schoot hij John McCain te hulp toen zijn campagne op sterven na dood was. Maar nu McCain de nominatie binnen heeft, en McKinnon voorziet dat Obama de tegenstander wordt, heeft hij McCain laten weten dat hij zijn werk neerlegt. Hij is zo onder de indruk van Obama dat hij geen zin heeft mee te werken aan een campagne die hem aanvalt, bevestigt hij in de Texas Monthly.

De laatste stop van D’Ann Johnson – het is voorbij tien uur ’s avonds – brengt ons naar een borrel van progressieve Democraten in Austin. Politici, journalisten en lobbyisten komen om de vijf weken samen in herinnering aan de vorig jaar overleden journaliste Molly Ivins, een icoon van progressief Texas. Bekend van haar vurige oppositie tegen de oorlog in Irak en haar bijnaam voor Bush: shrug (struik).

Bob Armstrong loopt er rond, onderminister van Binnenlandse Zaken onder Bill Clinton. Hij vertelt losjes dat hij Bill gisteren nog heeft gebeld. „Ik had nog wat stemmen voor hem”, zegt hij. Pardon? „Gemotiveerde kiezers, die hem willen zien, en willen meebetalen. Dus ik heb even een avondje belegd.”

Politieke adviseurs spenderen de late avond voor een goed deel door hun interne peildata uit te wisselen met journalisten die hun peilingen voor hun kranten hebben laten houden. De gegevens over de te verwachten opkomst geeft ze hoofdbrekens. Er zijn zoveel nieuwe kiezers dat niemand ze meteen kan plaatsen.

Het staat wel vast, zegt Dave McNeely, veteraan van de Texaanse politieke journalistiek, dat de Democraten van Texas een indrukwekkende wederopstanding meemaken, wie er ook wint. (Hij vermoedt Obama).

Maar hij gelooft ook dat progressieve Texanen te veel verwachten van de verkiezingen. Hoop en optimisme zullen in Texas altijd stuiten op de ruwe zeden van het politieke bedrijf. Hij heeft net een boek geschreven over een symbool van de Texaanse politiek: Bob Bullock, een Democraat die in 1994 Ann Richards liet vallen, en zo George W. Bush in staat stelde gouverneur te worden.

Dat, zegt hij, is een goed voorbeeld van de mores in Texas. En om zijn stelling te accentueren schrijft hij een opdracht in het exemplaar van de Europese verslaggever: „In Texas benaderen we politiek als een vechtsport.”

Meer weten over Austin? Kijk op de site van de lokale universiteit met 48.000 studenten:www.utexas.edu

    • Tom-Jan Meeus