‘Bond en clubs missen elke visie’

Marco van den Berg had als bondscoach van de basketballers grote ambities. Vorige maand vertrok hij. „Systematisch haken echte toppers af.”

Op tafel bij Marco van den Berg staat een vooroorlogse Remington. Hij stopte zijn visie op de opbouw van een topploeg en zijn grenzeloze fascinatie voor basketbal in de schrijfmachine van een Amerikaanse wapenfabrikant. Nu is hij op zoek naar een uitgever, maar wie waagt zich aan het eerste Nederlandse naslagwerk over basketbal sinds decennia? Van den Berg vindt het symptomatisch voor de staat waarin ‘zijn’ sport verkeert. „Niemand voedt de cultuur. De bond en de clubs missen visie en hebben geen macrobelang.”

Van den Berg (43) vertrok in februari als bondscoach van de Nederlandse basketballers, een illusie armer. Geen andere club dan het failliete Omniworld, waar hij clubcoach was, zou zijn parttimefunctie accepteren. In plaats van in het Topsportcentrum zit hij thuis in Almere met dochter Jasmine (1) op schoot. Na de zomer wil hij weer aan de slag, het liefst in Duitsland of Spanje. Maar hij weet het zelf ook wel: Marco van den Berg is niet de makkelijkste coach die een werkgever zich kan wensen. „Ik heb een uitgesproken mening en neem geen genoegen met de fratsen van bestuursleden die denken dat ze de grote baas van een sportvereniging moeten zijn.”

Vaak genoeg zat hij tegenover bestuurders van Nederlandse clubs. „Onze ambitieniveaus kwamen overeen, maar als ik vroeg naar visie begonnen ze te stamelen. Landskampioen wilden ze worden en daar hadden ze vijf ton voor over. Maar Den Bosch zit dik boven de twee miljoen euro. Voor dat bedrag denken andere clubs weer mee te kunnen doen in de Euroleague. Een belachelijke aanname. Het Italiaanse Benetton heeft een begroting van zo’n vijftien miljoen. En als het niet goed gaat, trekt meneer Benetton de portemonnee. Zo werkt dat.”

Het is de naar binnen gerichte cultuur die het Nederlandse basketbal heeft genekt, stelt Van den Berg. „In de afgelopen twintig jaar heeft basketbal zo’n vlucht genomen in Europa. Maar in Nederland stonden we stil. We leven in aannames die niet meer kloppen. En waarom? We hebben de lengte, diverse etnische achtergronden, atletisch vermogen, intelligentie en brutaliteit. Maar wij staan niet op de FIBA-ranglijst en Griekenland is met elf miljoen inwoners WK-finalist. We hebben een beleidscrisis.”

Nederlandse basketbalbestuurders laten zich leiden door microbelangen, de egobelangen, zoals Van den Berg dat noemt. „Een goede sportcultuur koestert zijn helden. Joop Alberda, Ron Zwerver en Peter Blangé zijn betrokken bij het Nederlandse volleybal. Rik Smits, Frank Kales en Mart Smeets zijn als oud-basketballers systematisch verbitterd afgehaakt. De Nederlandse basketbalcultuur vindt toppers per definitie bedreigend, want die hanteren een andere norm dan middelmaat. Een onderstroom van mensen bepaalt dat alles blijft zoals het is: beheersbaar. Het is konkelen, sjoemelen en regelen zodat iedereen zijn plekje kan behouden.”

Het is volgens Van den Berg ook de reden dat Nederlandse spelers uit de Amerikaanse profcompetitie NBA bedanken voor de nationale ploeg. „Rik Smits had een boegbeeld kunnen worden in zijn tijd bij Indiana Pacers. Hij deed twee keer mee voor een volle zaal en daarna nooit meer. Hij was top gewend en kreeg geen top terug. Vorig jaar wilde Francisco Elson met pijn en moeite meedoen bij Oranje. Over Daniel Gadzuric hoef ik het niet eens te hebben.”

De inzet van Elson – in september in dienst van NBA-kampioen San Antonio Spurs, nu van Seattle Supersonics – ten spijt, wist de nationale ploeg in de twee jaar onder Van den Berg net niet te promoveren naar de Europese A-groep. „We hebben in ieder geval twee jaar het cynisme kunnen weghouden rond Oranje. Met de technische staf hebben we toch een omslag kunnen bereiken. Het is geen veredeld vakantiekamp meer. De trots en hoop bij de spelers is terug. Als de bond slim is, zorgen ze dat ze het anders aanpakken dan bij Rik Smits. Francisco Elson zou nog veel meer ambassadeur moeten worden.”

Het waren niet de prestaties op de speelvloer, maar de provocaties van Van den Berg na afloop van interlands die kwaad bloed zetten bij de Nederlandse Basketbalbond (NBB) en de Federatie Eredivisie Basketbal (FEB). De bondscoach knoeide opzettelijk met de afkortingen en sprak van BB – zonder de N van Nederlandse – en FAB, dat stond voor Federatie Amerikaanse Basketballers. Want de ongelimiteerde aanvoer van spelers uit de Verenigde Staten naar de Nederlandse competitie was zijn grootste ergernis. Amerikaanse middelmaat zou Nederlands talent remmen in ontwikkeling. „En dat wordt aangewakkerd door het belastingstelsel, dat Nederlanders uit de markt prijst. Een derderangs Amerikaan kost clubs gewoon bruto 30.000 euro minder.”

Van den Berg zag potentiële internationals voortijdig afhaken. „Het punt is bereikt dat talenten niet stoppen wegens studie maar dankzij de aanwezigheid van Amerikanen. Aron Royé, spelverdeler bij Leiden, is naar Spanje vertrokken omdat hij niet meer tegen de verziekte sfeer kon. Hetzelfde is gebeurd bij Leeuwarden, Nijmegen en Weert. Een deel van de Amerikanen heeft zo’n gebrek aan respect voor coaches en medespelers. Makelaars houden de Amerikanen voor dat ze goede persoonlijke statistieken moeten behalen. Dan kunnen ze sneller naar een grote competitie. Ze willen geen deel uitmaken van een geheel.”

Het is het verschil tussen het Europese en Amerikaanse basketbal. „De NBA is gericht op individuele glorie. Op de officiële website zie je toptienlijstjes van dunks en mooie acties. Kijk je naar de site van de Euroleague, dan zie je de tien beste teamaanvallen. Het ego wordt er niet uitgelicht. Die twee scholen staan lijnrecht tegenover elkaar. Amerika heeft basketbal groot en fantastisch gemaakt, maar wint het niet meer van de wereld. Ze hebben de laatste vier grote toernooien verloren. Wist je dat niemand in de VS voor Pat Riley wil spelen, juist omdat hij de beste coach is? Spelers weten dat je bij een ander maar half zo hard hoeft te werken. Coaches zijn vazallen van de spelers geworden.”

Van den Berg denkt dat de ontwikkeling die in de Verenigde Staten niet meer is te stoppen, hier nog wel is te remmen. „De bond zou een commissaris moeten aanstellen die een mandaat krijgt om vijf tot tien jaar boven alle partijen te opereren. Een bestuurlijke basketbaltopper als Frank Kales. Die zou een professionele en winstgevende competitieopzet moeten maken met een stabiele hoofdsponsor. Hij zou een nationale jeugdopleiding moeten opzetten en een programma moeten maken voor de nationale teams dat is gebaseerd op continuïteit over alle leeftijdscategorieën.”

Van den Berg vindt dat bepaalde eredivisieclubs op de goede weg zijn. Zo heeft koploper Amsterdam een regionale jeugdopleiding, weet landskampioen Den Bosch al jaren dezelfde hoofdsponsor aan zich te binden en heeft bekerwinnaar Nijmegen legitimiteit doordat het spectaculaire spel van on-egoïstische Amerikanen aanslaat bij het publiek. Van den Berg: „Maar er is geen sprake van een structuur. De clubs en sponsors zijn geen visionair en kijken niet over hun eigen beperkingen heen. Ze vragen zich alleen af hoe ze morgen kunnen winnen. En de bond schuift aan bij de partijen die het geld hebben, in plaats van kwaliteit te waarborgen.”

Bescherming van het product basketbal, Van den Berg heeft er talloze ideeën over, van tienjarigen elke dag laten trainen tot fiscale ongelijkheid rechttrekken. Maar als hij zijn visie kenbaar maakte, werd hij teruggefloten door de bondsdirecteur. „En een dag later werd ik weer gebeld door sportkoepel NOC*NSF. ‘Ga alsjeblieft door met een vuist maken tegen de clubs’, kreeg ik te horen. Dat sterkt je, hoe tegenstrijdig de berichten ook zijn. Misschien heb ik wel ongelijk, maar is er iemand die ook een visie heeft?”

    • Michiel Dekker