Big in Japan: Room Eleven en Trijntje

De Nederlandse jazz valt in de smaak in Japan.

De platenwinkels liggen er vol mee, Trijntje Oosterhuis en Room Eleven spelen voor uitverkochte zalen.

Een Japanse muziekwinkel, 19 februari. Foto Andreas Terlaak CD's Trijntje in Japanse muziekwinkel, 19-02-2008. Foto: Andreas Terlaak Terlaak, Andreas

. Op platenjacht in Tokio: van Japanse electropunkbands, het absurdistische Shibusashirazu Orchestra, tieneridool Kumami tot de alom vertegenwoordigde popzangeres Utada Hikaru. Ze glimmen je toe, vereeuwigd in glanzend bordkarton. Maar in de grootste muziekwinkels van Tokio, HMV en Tower Records hebben zowel de afdelingen pop als jazz een prominente uitstalling met Nederlands oeuvre.

Er is veel keuze: cd’s van vocalisten Trijntje Oosterhuis (‘Traincha’), Wouter Hamel, Fleurine, Laura Fygi en Greetje Kauffeld. Jazzmusici als gitarist Jesse van Ruller, saxofonist Tineke Postma en pianist Peter Beets en ook groepen als Room Eleven zijn te beluisteren in luisterpalen of liggen klaar als aanbieding van de week.

De bekende Nederlandse improvisatiejazz floreert in Japan, evenals de lichtere popachtige variant ervan. Muziekclubs in Tokio heetten het afgelopen jaar veel artiesten welkom: Jesse van Ruller met Bert van den Brink, zangeres Laura Fygi (begin 2008), avant-gardedrummer Han Bennink.

Zangeres Trijntje Oosterhuis en de jazzpopgroep Room Eleven waren vorige week voor optredens in Japan. Oosterhuis maakte voor het eerst op eigen titel kennis met de Japanse muziekcultuur. Op uitnodiging van de vermaarde Amerikaanse componist Burt Bacharach kreeg ze een gastrol in zijn Japanse tournee langs Tokio, Sagamiohno en Osaka. Het was al bijzonder om een invitatie te krijgen om op te treden met de kwieke, bijna tachtigjarige Bacharach, die er met het Tokyo Newcity Orchestra speelt. Maar Oosterhuis, wier album Who’ll Speak For Love – Burt Bacharach Songbook II diezelfde week in Japan uitkwam, zag het ook als een uitgelezen kans haar cd te promoten én een eigen concertreeks in april aan te kondigen.

Vooraf aan haar eerste Japanse concert met Bacharach tref ik haar in haar kleedkamer. Gekleed in een fuchsiaroze jurk, de armen in de zij, wandelt ze door de kamer en neemt haar stemoefeningen door. „Ik heb gisteravond nog met Burt in zijn suite zitten sleutelen aan een arrangement. Dat stond voor mij in een te hoge toonsoort. Hopelijk komt het er nu goed uit.”

Met ruim vierduizend stoelen is Hal A in de Tokyo International Forum Hall een ronduit zakelijke maar imposante zaal. De concertavond ‘An Evening with Burt Bacharach and the Tokyo Newcity Orchestra’ begint al om zes uur. Een curieus gezicht: veel mensen in de zaal dragen witte mondkapjes. Uit hygiëne. De Japanner probeert zo de overdracht van bacillen te voorkomen.

De muziek van Traincha, nu nog van cd, klinkt al. De stemmen zijn gedempt. Niemand haalt het hier in zijn hoofd te bellen of te zwaaien naar een bekende op het balkon. Ook meezingen is voor de gemiddelde Japanse bezoeker een wat genante, ongemakkelijke vertoning, zou Burt Bacharach later merken. Zijn aansporing bij evergreen Raindrops Are Fallin on My Head leidt tot weinig meer dan gehum.

Bacharachs show heeft allure, maar verzandt op den duur een beetje, na lange medleys met oude hits en recenter repertoire van zijn laatste album At This Time.

Dan is het tijd voor de Nederlandse bijdrage. „Ik heb een bijzondere verrassing voor u”, zegt de in smoking gestoken Bacharach. „Ze is een grote ster in Holland en heeft twee albums opgenomen met mijn muziek. Haar stem past goed bij mijn werk: Traincha!” De zangeres komt uit de coulissen en zet meteen laag in voor het delicate Falling Out of Love en daarna Who’ll Speak for Love, het beminnelijke stuk dat Bacharach vorig jaar speciaal voor haar componeerde. Meteen na haar nummers omhelst Bacharach de Nederlandse. „Perfect, perfect”, fluistert hij. „You nailed it.” En ook in de catacomben bij de kleedkamers zijn de felicitaties niet van de lucht.

Het Japanse publiek is vergeleken bij Nederlandse concertbezoekers stil en geconcentreerd, het ontzag voor artiesten is groot. „Hun uitingsvorm is anders”, merkt Trijntje Oosterhuis op, „maar er is zo veel respect. Ze hebben veel over voor mooie muziek en zijn erg nieuwsgierig naar muziek van de andere kant van de wereld.” Dat constateert ze ook een dag later wanneer ze met behulp van een tolk interviews geeft aan tal van muziekbladen en langs gaat bij radiostation Yokohama FM als gast in het nachtprogramma A Jazzy Night. Oosterhuis: „Ik buig, knik en bedank vooral. De journalisten hier zijn erg complimenteus.”

EMI Japan, dat het platenlabel Blue Note van de zangeres vertegenwoordigt, ziet en hoort Traincha voor het eerst live zingen. Ze maakt indruk bij de delegatie. „Hoewel het overgrote deel van het publiek voor Bacharach kwam, vond men haar goed. Zowel haar stem en haar verschijning sprak aan. Haar ogen zijn opvallend”, stelt Yoshimitsu Harashima, hoofd artist and repertoire Jazz & Classics van EMI, vast.

Oosterhuis’ cd’s met haar oude band Total Touch kwamen ooit uit in Japan, haar latere eigen popalbums niet. De platen die ze nu voor het prestigieuze Blue Note maakt komen automatisch uit in Azië. Ze verkocht een paar duizend albums. Van het nieuwe album, Bacharach II, verwacht Yoshimitsu Harashima meer. „Het is sterker, ze voelt Bacharachs muziek beter aan.” Daarom is Traincha nu prioriteit bij de jazzafdeling en wordt er ‘gemikt op een hitsong’. Vermoedelijk de titelsong Who’ll Speak For Love. „De promotieafdeling gaat inzetten op tie-ups, muziek ingesloten door reclames van het album. Ook in Japan lopen de verkoopaantallen terug als gevolg van internetdownloads. Met Traincha’s aantallen zijn we best tevreden.”

De hausse aan jazzgeoriënteerde Nederlandse bands dat zijn land bezoekt was Harashima nog niet opgevallen, maar het verbaast hem niet. „De nieuwe hedendaagse jazz van jonge muzikanten uit Amerika is progressief en erg innovatief. Dat is voor veel Japanners moeilijke muziek. In plaats daarvan stellen ze zich graag open voor Europese lichte jazz die over het algemeen toegankelijker is.”

Collega Hiroshi Itsuno, directeur van het Japanse jazzlabel 55 Records: „Wat telt is dat de muziek uit Europa komt. Dat vinden ze exotisch klinken. De Japanner onderscheidt jazz uit Amerika, jazz uit Europa en muziek uit Japan, gekopieerd naar internationale jazz maar tegenwoordig gestoeld op Japanse volksmuziek.”

Itsuno was eerst werkzaam bij de jazzafdeling van Universal Music, maar begon in 2004 een eigen label toen hij op z’n 55ste van zijn bedrijf een stap terug moest doen. Sinds 1999 heeft hij nauwe contacten met Nederlandse jazzlabels over pianist Michiel Borstlap, saxofoniste Tineke Postma, zangeres Fleurine en gitarist Jesse van Ruller die dankzij Itsuno in Japan als idool wordt onthaald. In juni brengt Itsuno opnames uit van het Jazz Orchestra of the Concertgebouw, dat in oktober ook in Japan gaat optreden.

Om het bewustzijn van de Japanner te vergroten helpt de Nederlandse ambassade in Tokio een handje. De Nederlandse jazz krijgt prioriteit in het culturele pakket. De ambassade heeft contact met de Dutch Jazz Connection, de organisatie die voor Nederlandse jazzmusici internationale speelmogelijkheden bevordert. „Japan is dol op muziek, we hebben een grote jazzcommunity”, stelt cultureel attaché Nene Takagishi.

Takagishi is bij een van de concerten in Tokio van Room Eleven. En valt als een blok voor zangeres Janne Schra. De blondine is in haar jurkje met rood-wit-blauwe stippen het vleesgeworden Hollandse kaasmeisje. Op het podium van The Cotton Club, een intieme club met een brede pop, jazz en soulprogrammering charmeert ze het publiek aan een stuk door. Haar stem is zuiver en duidelijk meer ontwikkeld sinds het debuut twee jaar geleden. Haar wat theatrale podiumpresentatie ligt tussen verleiding en argeloosheid. „Wie heeft onze cd?”, vraagt ze. Tientallen vingers. „Oh wauw, dank je. Wat grappig. Ik bedoel, ...het is zo ver weg.”

Room Eleven, met naast zang, gitaar, bas, piano/accordeon en drums, wandelt sinds het debuutalbum Six White Russians and a Pink Pussycat, met zevenmijlslaarzen rond in de Nederlandse muziekscène. Hun zomerse niets-aan-de-hand-muziek, waarin stijlen als jazz, folk en pop samenkomen, is fris en aandoenlijk, met een lome jazz timing. Het nieuwe Mmm…Gumbo? is opgenomen in New York. Daar werd contact gelegd met jazzclub Blue Note. Die programmeert ook zijn Japanse dependance, Blue Note. Omdat Room Eleven geen jazzstempel wil krijgen werd besloten dat de groep zou optreden in de aan Blue Note gelieerde Cotton Club.

Terwijl het publiek dineert onder het licht van kroonluchters met Swarovsky kristallen geeft het vijftal uit Amsterdam/Utrecht twee shows op een avond. Eén Japanse bezoekster, die al vanaf het eerst alles meezong, kan zich niet meer inhouden. „I love you Janne”, schreeuwt ze. „De Japanner voelt zich pas sinds een paar jaar vrij om zich te uiten door te klappen”, lacht Nene Takagishi van de ambassade. „De houding is duidelijk losser geworden. Maar dit soort luidruchtige uitingen zijn geen correct gedrag.”

Bijna alle shows zijn uitverkocht en de cd’s worden massaal verkocht. In grote rijen stelt het publiek zich giechelend op voor handtekeningen en foto’s. Een Japanse koopt meteen drie albums. „Room Eleven, cute and sexy show.”

Trijntje Oosterhuis, 30 en 31/5 Carré A'dam. CD Room Eleven: Mmmm…Gumbo? verschijnt 14 maart.

    • Amanda Kuyper