Wouter Bos polariseert tegen 150 boerkameisjes

Stel ik was links. Niet meteen zo links natuurlijk als Agnes Kant of Wijnand Duyvendak of Marcel van Dam (ieders verbeeldingskracht kent tenslotte haar grenzen), maar links op de manier waarop je anno 2008 nog een beetje fatsoenlijk links kunt zijn. Dus dat je het optreden van Israël weliswaar streng veroordeelt, maar niet zo ver wil gaan als Dries van Agt en Gretta Duisenberg. Of dat je God dankt dat Bush verdwijnt, maar daarom nog niet als een bakvis in katzwijm hoeft te vallen voor Barack Obama die misschien niet zo gelovig is, maar toch vaak doet denken aan een getruukte dominee. Of dat je je ontzettend kwaad kunt maken als Donner het ontslagrecht bedreigt, maar een uur later dankbaar genoegen neemt met zijn christelijk weerwoord. Het links van de Partij van de Arbeid dus eigenlijk.

Stel.

Dan zou ik erg van de kook zijn geweest van de Wouter Tapes waarin mijn gedroomde leider, geadviseerd door een kring van lapzwanzen, en ‘gecoached’ door een luidruchtige Surinamer die wel meer voorstellingen tussen de schuifdeuren regisseerde, eerlijk toegaf dat hij nog nergens aan toe was, laat staan aan de meerderheid.

Maar dat is al weer een jaar geleden, en je groeit er overheen. De vraag is uiteraard of Wouter is meegegroeid.

Het interview met de minister van Financiën dat afgelopen zaterdag in de Volkskrant werd gepubliceerd, begon veelbelovend. ‘Hij haalt diep adem en hamert met de zijkant van zijn handen op tafel’, konden we lezen. ‘Polariseren’. Tak. ‘Confronteren’. Tak. ‘Helder debat’. Tak. Het moet allemaal scherper, zegt Wouter Bos’.

Ik ging er echt voor zitten. Zonder tien adviseurs in z’n buurt, en zonder John Leerdam die het hem eerst heeft voorgedaan, had Wouter tot drie keer toe ‘tak’ gehamerd, misschien nog niet met de vuist maar wel al met de zijkant van zijn handen op de tafel (nadat hij trouwens diep adem had gehaald) – en dat alleen al mocht fit to print worden genoemd. Een herboren Bos! Was hij in therapie geweest? Had hij een assertiviteitscursus gevolgd? Of was het de postume inspiratie van Joop den Uyl van wie hij de biografie had gelezen?

Even later moest de tafel het alweer ontgelden. ‘Hij schuift naar de punt van zijn stoel’, stond er, ‘en begint opnieuw te hameren met die handen. „In het debat over integratie hoor ik voortdurend roepen dat er minder gepolariseerd moet worden. Ongelooflijk. Mijn stelling is: ophouden met dat gezeur over de toon van het debat. De emancipatie van de arbeider, de vrouw en de homoseksueel is alleen gelukt door de strijd, door de confrontatie. Het is klassiek marxistisch: these-antithese-synthese”’.

Morgen Balkenende IV ten val brengen, denk je dan, en overmorgen Bos I op het bordes.

Maar verdorie nog an toe – nog geen halve kolom later lijkt de fut er helemaal uit. Waarom roept hij, anders dan Uyl, zo weinig emoties van haat en liefde op, vragen zijn interviewers. Wouter schiet geschrokken in de defensie. „Ik ben van nature een problem solver”, bekent hij kleintjes. Maar dat zou nu toch allemaal veranderen? Nou reken maar, houdt de linkse leider zich groot. Hij zoekt een voorbeeld, hij vindt ineens, godlof, het verbod op de boerka, en hij zegt: „Juist in het integratiedebat is laten zien waar je staat een grotere motor van vooruitgang dan eindeloos soebatten over de vraag van welke video Turken Nederlands moeten leren”.

Misschien wel achtmaal heeft Wouter dus op de tafel gehamerd om te beloven dat hij met polarisatie, confrontatie en scherpe debatten – tak,tak,tak – ons grondgebied zal verdedigen tegen de boerka.

Stel ik was links.

Dan zou ik er toch weinig gat in zien...

Jan Blokker

Lees alle columns van Jan Blokker op nrcnext.nl/blokker