Waar ben je? Thuis

Het is al jaren geleden dat de term ‘global village’ zijn intrede deed, en ik had er meteen een hekel aan. Het is natuurlijk niet goed om in verzet te zijn tegen je tijd en tegen de veranderingen die die met zich meebrengt. Maar het leek me meer een droom dan een echte verandering. Het zal wel in de tijd geweest zijn dat ook de geschiedenis een einde zou nemen, de tijd dat allerlei mensen dachten dat we in een volkomen on-idealistisch tijd zonder ‘grote verhalen’ waren terechtgekomen, ook al zo’n idiote gedachte.

Alles bleek, als zo vaak, toch wat ingewikkelder te liggen. Maar wel houden veel mensen vol dat de wereld zo klein is geworden. En dat is in zekere zin ook zo, internet, televisie, mediacratie, migratie – de hele wereld is overal, of je dat nu leuk vindt of niet. Dankzij e-mail en mobiele telefoons is iedereen overal bereikbaar, reizen is een vorm van berichten sturen vanaf een andere locatie en al lang niet meer: helemaal vertrokken zijn. De boontjes die wij eten komen uit Kenia, Europa beslist of ik nog rauwmelkse kaas mag eten of niet. Global village. Ontken het maar eens.

Het is het probleem van de verschillende manieren om over de werkelijkheid te praten, en de verschillende manieren om de werkelijkheid te beleven ook. Want natuurlijk is het waar dat we van alles weten en zien, dat de hele wereld ons beïnvloedt en wij – als die beroemde wiekslag van een vlindervleugel – met elk van onze gedragingen op onze beurt weer de hele wereld beïnvloeden.

En anderzijds is het allemaal niet waar. De global village bestaat op een bepaald niveau, op het beeldscherm, het televisiescherm, in een manier van praten. Maar waar bén je? Dat is voor iedereen toch altijd een belangrijke vraag en het antwoord daarop luidt nooit: aan de telefoon. Of: in Europa. Het antwoord is: in de tram en ik rij nu over het Spui. Of: in Kaapstad, ik zit op een terras op het Waterfront. Of: thuis.

Hóe je bent waar je bent, wordt wel beïnvloed door de grote wereld. Maar dat je daar bent, dat is het meest bepalende gevoel.

Nu ja, dit gaat natuurlijk weer over identiteit, ook al een begrip waar je ziek van wordt, maar waar je toch heel veel over leest. Het is misschien helemaal niet zo’n goed begrip ook. Het is zo vast en statisch. We weten allemaal dat elke verplaatsing een andere noem-het-maar-identiteit met zich meebrengt. En hoewel het woord duidt op dat waarmee je samenvalt, het dit-zijn van jezelf om zo te zeggen, is je identiteit meer iets voor anderen. Voor jezelf ben jea. ondoorgrondelijk en b. thuis of juist niet. Thuis hoeft niet te betekenen: in je eigen huis, maar: vertrouwd. Ongeforceerd. Dat kun je in allerlei situaties zijn.

En misschien moet er nog iets bijkomen, bij dat vertrouwde: een vorm van welbehagen. Je kunt immers ook heel goed vertrouwd raken met de aanblik van bedrijventerreinen, verpauperde straten vol schotelantennes, die ene Nederlandse winkelstraat die in elk stadje hetzelfde is, en je dan toch, of juist, niet thuis voelen. Zoals je je ook, op grond van vertrouwdheid en welbehagen ergens thuis kunt voelen waar je niet thuis bent – daar waar je op vakantie gaat, waar je vrienden zijn, waar je culturele overeenkomsten vindt. Je kunt thuis zijn in een lied of een gedicht. Als je met een onbekende praat die op een verwante manier denkt en formuleert.

Wereldburgerschap bestaat wel, maar niet zomaar los. Net zoals je in je eigen stad niet met alle andere stadsbewoners verbonden bent, dat niet kunt en niet wilt, zo ben je ook niet met alle andere mensen op de wereld verbonden. Het lijkt me zo vaak dat we onszelf overvragen als we dat willen. Het is niet te veel gevraagd om rechtvaardigheid na te streven, of goede zorg of iets dergelijks, een Europees verband, wereldhandelsbetrekkingen. Maar dat is niet hetzelfde als je thuis voelen in je eigen straat, stad, land – dat laatste ligt aan wat je ziet en wie je kent.

Je voelt je niet onwennig ergens omdat je ouders er niet geboren zijn, maar omdat je niet van de aanblik van wat je ziet bent gaan houden. Je voelt je niet onwennig ergens omdat er veel buitenlanders wonen, maar omdat er niemand woont met wie je verwantschap voelt. Beide factoren zijn geen vaste onwrikbare gegevens, maar beïnvloedbare. Door jezelf, en door de grote wereld. En omdat het zo belangrijk is dat we ons thuis voelen, bijna niet te overschatten belangrijk, kan het antwoord op onvrede over de omgeving, zowel wat aanblik betreft als sociaal en cultureel, nooit zo maar zijn dat economische belangen, multiculturele idealen, of angsthazerige gevoelens belangrijker zijn.

En toen las ik het essay van Bas Heijne Onredelijkheid. Het gaat over achterhaalde idealen en over identiteit. En het eindigt zo: ,,Wat gerelativeerd wordt is niet de noodzaak van verlicht wereldburgerschap en ook niet de behoefte aan eigenheid. Wat gerelativeerd moet worden is de gedachte dat ze onafhankelijk van elkaar zouden kunnen bestaan, en dat ze elkaars tegenpolen zijn.” En dan volgt nog het woord ‘misvatting’.

Dat bedoelde ik. Wereldburgerschap en eigenheid. Geen van tweeën kan weg, geen van tweeën is onbelangrijker dan of ondergeschikt aan het andere.

Wilt u reageren? Dat kan op nrc.nl/vos (Reacties worden pas openbaar na beoordeling door de redactie.)

    • Marjoleine Vos