‘Varekai’ komt in volle vaart voorbij

Twee dansers en daarboven in het wit Ikarus (inmiddels zonder vleugels) en zijn geliefde Lapromise vlak voor de finale van ‘Varekai. Foto WFA WFA13T:VAREKAI CIRQUE DU SOLEIL:AMSTERDAM;28FEB2008- Generale repetitie Varekai Cirque du Soleil. WFA/jvi/str. John van Iperen WFA WFA

Circus Varekai, door Cirque du Soleil. Gezien: 1/3 in de Grand Chapiteau naast Amsterdam Arena. Aldaar t/m 17 mei. Inl.: www.cirquedusoleil.com

Iets met Icarus, de mythologische gevleugelde, die in een ver vreemd land belandt – dat is het thema van Varekai , de nieuwe show van Cirque du Soleil. Maar dat doet er verder niet toe. Cirque du Soleil omkleedt zijn producties altijd met hoogdravende verhalen over vrede, moed, broederschap en meer van dat moois, maar het gaat natuurlijk altijd in de allereerste plaats om de acrobatische kunsten en de tableaux vivants waarin die dit keer zijn vervat. Om de excentrieke uitdossingen en het enerverende effectbejag.

Cirque du Soleil, het Canadese variétéconglomeraat, dat allerlei shows in diverse werelddelen exploiteert, heeft zijn spitse witte tenten sinds dit weekend weer voor tien weken opgeslagen op een guur terrein naast de Amsterdam Arena. In de Grand Chapiteau, de hoofdtent, wordt opnieuw een bonte wereld vertoond die makkelijk als kitsch kan worden bestempeld. Als edelkitsch zelfs. En toch schuilt er schoonheid in deze mengelmoes, waarin de sfeer van middeleeuwse zotskappen en hellebaardiers samengaat met slavisch klinkende muziek en oosterse (nabij en ver) zang. Terwijl de titel in de taal van de Romani „waar dan ook” betekent.

Net als de vorige shows komt Varekai in volle vaart voorbij. Buigen na een nummer is er bijna niet bij, want er begint meteen weer iets anders. Tot de hoogtepunten behoren het gracieus gespierde hogeschoolwerk van de Icarus in een op grote hoogte zwevend net, de acrobaten die op andermans voeten draaien en aan hun knieholte in andermans knieholte hangen, de vier jonge vrouwen die synchroon op een hoog gehesen rekstok werken, de mannen met zeeëgelsprieten op hun hoofd die spectaculaire staaltjes schommelspringen ten beste geven, en een als piraat ogende artiest die hyperlenig op krukken is.

Het dieptepunt is de leukerd die eerst een zouteloze goochelparodie speelt, en later Ne me quitte pas (in nep-Frans) zingt tijdens een race met de volgspot. Dergelijk verlept variété vormt een hele rare stijlbreuk in de door regisseur Dominic Champagne zo vindingrijk en voyant vormgegeven voorstelling.

    • Henk van Gelder