Te luide diplomatie

De interventies om een nog ongeziene film ongezien te houden hebben een climax bereikt. Vorige week woensdag hadden de ministers Hirsch Ballin (Justitie, CDA) en Verhagen (Buitenlandse Zaken, CDA) de producent en parlementariër Wilders (PVV) in een gesprek onder zes ogen gewaarschuwd voor de mogelijke gevolgen van zijn film over de Koran. Een dag later riep Verhagen hem openlijk op af te zien van uitzending van zijn film. En vrijdag vergaderde het hele kabinet urenlang over een film die zijn titel Beproeving nu al waarmaakt.

Anders dan Verhagen riep premier Balkenende na afloop gelukkig niet op de film op voorhand buiten roulatie te houden. Maar zijn televisierede was op zich een vergaand signaal. Dat laat Wilders koud. Het kabinet maakt zich volgens hem schuldig aan capitulatie. Eerder liet hij Verhagen al weten dat hij „de pot op kan”. De politicus, die zich ook als scheppende cineast wil uiten, houdt er nu eenmaal een povere poëtica op na. Voor hem zijn politieke verantwoordelijkheid en individuele expressie bovendien identiek. In die zin staat hij in de traditie van het politieke radicalisme. Dat zijn rolprent consequenties kan hebben voor burgers die part noch deel hebben aan zijn creatie, interesseert hem niet. Dat zegt iets over de politicus en mens Wilders.

Het is immers niet ondenkbaar dat de gevolgen van zijn film zich niet beperken tot bijvoorbeeld een economische boycot door islamitische landen. Ze kunnen zelfs uitmonden in geweld en mogelijk dodelijke slachtoffers: bijvoorbeeld onder Nederlandse soldaten in Uruzgan, onder Nederlandse diplomaten of andere Nederlanders die zich in de islamitische wereld verdienstelijk maken.

Dat het kabinet zich daarover zorgen maakt, is begrijpelijk. De bemoeienis met de aangekondigde film is op zichzelf ook oorbaar. De regering is binnen de grenzen gebleven van artikel 7 van de Grondwet, waarin de vrijheid van meningsuiting is vastgelegd „behoudens ieders verantwoordelijkheid voor de wet”. Het kabinet dreigt dus niet met censuur. Premier Balkenende heeft de vrijheid van meningsuiting expliciet gegarandeerd, evenals de vrijheid van godsdienst. Het kabinet is daarmee zorgvuldiger dan vicepremier Rouvoet (ChristenUnie), die de publieke omroep onlangs op voorhand opriep om de film Deep Throat niet uit te zenden.

Maar er zijn wel kanttekeningen te plaatsen bij de interventies. Het staat buiten kijf dat de regering zich verantwoordelijk moet voelen voor de consequenties van Wilders’ film, zeker als er mensenlevens in het geding kunnen zijn. Het is dus verstandig dat de overheid niet afwacht tot het uur U waarop ze zelf ook kennis kan nemen van Wilders’ creatie. Dan zou het immers te laat kunnen zijn.

Dat neemt niet weg dat het kabinet zich terughoudender had kunnen opstellen. Vaak beroept de regering zich op de effectiviteit van ‘stille diplomatie’. Nu heeft zij luidkeelse politiek bedreven. Misschien dat dit in de islamitische wereld effect heeft. Maar daarmee wordt Wilders hoe dan ook niet op andere gedachten gebracht en schiet het kabinet in die zin in Nederland zijn doel voorbij.