Tak!

Ik moest gistermiddag in mijn eentje naar De Rode Hoed in Amsterdam, waar Wouter Bos met Frits Bolkestein zou discussiëren over Joop den Uyl. Mijn vrouw, anders toch een loyaal lid van de PvdA, wilde niet mee uit ontstemming over een nogal eigenaardig interview dat Wouter Bos zaterdag in de Volkskrant had gegeven.

Bos vond dat er meer polarisatie in het debat over integratie moest komen. Ik las haar hardop voor: „Hij (Bos) haalt diep adem en hamert met de zijkant van zijn handen op tafel. „Polariseren.” Tak! „Confronteren.” Tak! „Heftig debat.” Tak!” En verderop: „In het debat over integratie hoor ik voortdurend mensen roepen dat er minder gepolariseerd moet worden. Ongelooflijk. Mijn stelling is ophouden met dat gezeur over de toon van het debat. Geen debat zonder polarisatie.”

„Zegt hij in dat interview nog iets over Wilders?” vroeg mijn vrouw.

„Geen woord.”

Wel moest Job Cohen eraan geloven, stookte ik. Heeft u hem de les gelezen, vroeg de Volkskrant aan Bos. „Ik heb met Job gesproken”, zei Bos ferm. In gedachte zag ik de grote Job neerknielen voor de kleine Wouter.

„Dus geen boel meer bij mekaar houden, Wouter?” vroeg Cohen.

„Nee, Job, voortaan polariseren.” Tak! „En confronteren.” Tak! „En heftig debat.” Tak!”

Mijn vrouw leek mijn gedachten te raden, wat in in langdurige huwelijken helaas wel vaker voorkomt, want ze zei: „Dus als ik de afgelopen week even mag samenvatten: premier Balkenende, het CDA, GroenLinks, D66 en Jan Marijnissen, die er ook Verdonk bij betrekt, beschuldigen Wilders van riskante polarisatie, kortom, heel politiek Nederland is dodelijk ongerust, maar het enige wat Wouter zegt is: nóg meer polariseren!”

„Ták”, zei ik.

„Dan ga jij maar mooi alleen naar De Rode Hoed.”

Zo worden de sores in de PvdA afgewenteld op onschuldige buitenstaanders.

Daar ging ik dus, gelukkig niet als enige, want het gebouw was tot de nok toe gevuld. Het debat was een uitvloeisel van de veelbesproken biografie van Anet Bleich over Joop den Uyl. De rolverdeling was vanaf het begin onvermijdelijk: Bolkestein ging in de aanval, Bos moest verdedigen.

Laat ik maar meteen het wedstrijdresultaat geven: gelijkspel.

Het valt niet mee na zoveel jaar Den Uyl te verdedigen. Hij was een charismatisch premier, maar concrete resultaten waren er niet te over, daar zijn vriend en vijand het wel min of meer over eens. Bolkestein prikte de voosheid van veel Den Uyl-plannetjes kloek door, maar hij overspeelde zijn hand door Den Uyl zo ongeveer elke verdienste te ontzeggen. Zijn afkeer van Den Uyl lag er te dik bovenop, er klonk rancune door. Den Uyl deed neerbuigend over liberalen, vertelde hij niet toevallig.

Hij had Den Uyl in 1978 voor het eerst in de Tweede Kamer ontmoet. Den Uyl was een gevierd politicus, Bolkestein nog een groentje. „Ik vond hem onaangenaam”, vertelde Bolkestein, „een onaangename drammer, een iezegrim met een onaangename debattechniek.”

Het begon vermoedelijk ook onaangenaam te worden voor familieleden van Den Uyl die in De Rode Hoed waren.

Hoe graag had ik er thuis uitgebreid verslag van gedaan, maar mij werd niets gevraagd. Ik kon een kop thee krijgen die – tak! - ruw voor mij werd neergezet.

    • Frits Abrahams