PvdA’ers ruziën met PvdA’ers over prachtwijken

In de volkshuisvesting zitten overal PvdA-mensen. Maar over het geld voor de Vogelaarwijken was het twaalf maanden ruzie. Wat ging mis?

Steven de Waal eigen denktank (Public Space Foundation) en als adviseur van het maatschappelijk middenveld, zoals zorg en onderwijs adviseur PvdA

VVD-minister Winsemius van Volkshuisvesting kon in het vorige kabinet de woningcorporaties om zijn vinger winden. Nu zijn vrijwel alle cruciale posten in volkshuisvesting in PvdA-handen. Nu heerst chagrijn.

Chagrijn over de invoering van winstbelasting voor corporaties (500 miljoen jaarlijks), chagrijn over een heffing (75 miljoen euro), chagrijn over twaalf maanden onderhandelen over extra geld voor veertig achterstandswijken over de hoofden van burgers heen.

De meest betrokken ministers, Ella Vogelaar (Wonen, wijken en Integratie) en Wouter Bos (Financiën), zijn PvdA. Zaterdag zei Bos in de Volkskrant: als je de vermogens van de corporaties aanpakt „blijkt die wereld vergeven te zijn van PvdA’ers die het buitengewoon lastig vinden als het hen raakt”. Talloze wethouders in grote steden met achterstandswijken zijn PvdA. Wat ging er mis?

Steven de Waal schudt zijn hoofd. „Fouten in het regeerakkoord. Fouten in de regie.”

De Waal kent de werelden die hier botsten als voormalig lid van het PvdA-partijbestuur, vanuit zijn eigen denktank (Public Space Foundation) en als adviseur van het maatschappelijk middenveld, zoals zorg en onderwijs. Zij zijn maatschappelijke ondernemingen: privaat georganiseerde aanbieders die werken met publiek geld: premies en belastingen.

Wat ging mis in de onderhandelingen tussen al deze gelijkgestemden?

„Het begint met het regeerakkoord. De financiering van de wijkaanpak was niet duidelijk ingevuld. De politieke logica om de wijken op de kaart te zetten is natuurlijk duidelijk. Dat was PvdA-beleid. De SP is groot geworden in de wijken. Het raakt direct aan integratie. En je hebt een natuurlijke kongsi met je eigen wethouders en gemeentewerkers. Dat is de politieke logica. Maar de bestuurlijke logica was er niet. Hoe kun je als rijksoverheid een wijkaanpak promoten, waar je zelf niets over hebt te zeggen? De bakken met geld zitten bij de corporaties, de gemeenten hebben een beetje geld.”

Maar de belangen van al die spelers zijn toch gelijk?

„Dan kom ik op de regiefout. In de politiek bestond gecumuleerd onbehagen over de prestaties van de corporaties. Vandaar dat ik me jaren heb ingezet voor oplossingen die de transparantie vergroten, zoals maatschappelijke visitatie om in één keer te zien: doet deze corporatie genoeg met zijn kapitaal, of kan die beter. Het onbehagen voelden de corporaties ook wel. De politiek was het beu, en het ministerie van Financiën keek al jaren verlekkerd naar de vermogens van de corporaties. Vervolgens begint Ella haar wijkaanpak langs de Winsemius-lijn. Zij bezoekt alle veertig wijken, zij doet een appèl op burgerschap van corporaties. Maar Wouter gaat, al dan niet onder invloed van zijn nieuwe departement, op de lijn van Financiën zitten: de bakken met geld. En 500 miljoen euro per jaar is zoveel geld, dat vind je niet snel elders. Maar de lijn van Ella had ons verder geholpen in de wijkaanpak.”

Door de wijken in te gaan heeft minister Vogelaar ook het beeld bevestigd: dit regelt Den Haag voor u?

„Dat is zo. Dat volgt uit het gecumuleerde ongenoegen, maar ook uit de overgang van oppositie naar bestuurspartij, en uit het klassieke ongeduld dat kenmerkend is voor de Partij van de Arbeid. De uitkomst is nu én winstbelasting én een heffing om de wijkaanpak te betalen. Iedereen staat nu met de rug naar elkaar toe. En de koepel van de woningcorporaties, Aedes, had ook een te grote broek had aangetrokken. Aedes wilde in eigen gelederen in feite financiële solidariteit organiseren, maar je kunt als branchevereniging nooit in het vermogen van je leden zitten.”

Wethouders in steden met achterstandwijken hadden een matigende invloed kunnen hebben...

„Nee, dat denk ik niet. Wethouders hebben hun eigen belangen. Die denken: op deze manier komt er meer geld en dat gaan wij inzetten. Daarbij komt dat in de Partij van de Arbeid, anders dan in het CDA, een hele sterke lijn loopt naar wethouders, en een hele zwakke relatie bestaat met het maatschappelijk middenveld. Het CDA heeft juist heel sterke relaties met het middenveld. De PvdA is van oudsher gericht op de staat, niet op het maatschappelijk initiatief dat in corporaties, zorginstellingen en scholen is belichaamd. De PvdA leunt meer op de wethouders, dat is de best georganiseerde lijn in de partij, maar die hebben in dit geval geen geld. De partij heeft geen vast overleg met corporatiedirecteuren, daar is geen structuur, maar die hebben wel het geld. Terwijl veel PvdA-bestuurders redeneren: dat corporatiegeld zou eigenlijk van de staat moeten zijn.”

Het kabinet heeft nu afgerekend met de corporaties. Welke gevolgen heeft dit voor andere middenveldorganisaties, zoals zorginstellingen?

„Om te beginnen is het kabinet niet consistent. In de zorg wil minister Klink (CDA) de opbrengst van bijvoorbeeld verkocht vastgoed behouden voor de zorg, terwijl het bij corporaties nu via de winstbelasting gewoon naar de algemene middelen gaat. Dat maakt een chaotische indruk. Het tweede is dat iedereen in zorg en bij het onderwijs hier naar kijkt. De woningcorporaties liepen voorop met maatschappelijk investeren: niet oppotten, uitgeven, ook als het een negatief financieel rendement geeft. Al kun je je dan afvragen of niet too late op gang is gekomen. Maar als dat zo wordt bestraft, vrees ik dat anderen, die traditioneel meer naar binnen zijn gericht, zoals de zorg, maar ook het onderwijs, zullen zeggen: we beslissen zelf wel over welke publieke doelen we nog nastreven, we gaan ons verder als een particulier bedrijf gedragen.”

Is dat slecht dan?

„Het betekent dat het publieke belang dat deze organisaties vertegenwoordigen op een of andere manier gewaarborgd moet worden. En als zij dat zelf niet doen, komen er nieuwe regels, nieuw toezicht, nieuwe bureaucratie. Wat nu speelt is cruciaal. Is een scheidslijn. Het gekke is dat dit kabinet de maatschappelijke onderneming tot speerpunt heeft verklaard en ook het kabinet is dat het hele bouwsel onderuit kan halen.”

    • Menno Tamminga