‘Oude mensen’ stevig afgestoft

Theater Van oude mensen, de dingen die voorbijgaan, door Hummelinck Stuurman. Gezien:1/3 Leidse Schouwburg. Tournee t/m 6 juni. Inl.: www.hummelinckstuurman.nl, 020-6164004

Een oudere jongere haalt zijn neus op en zegt: „Het ruikt hier naar oude mensen.” Hij is teruggekeerd naar het huis waar zijn stokoude oma op sterven ligt. Dat statige Haagse huis bestaat in de voorstelling Van oude mensen, de dingen die voorbijgaan uit een reusachtige vestibule, met een uitvergroot dieprood behangmotief op de muren en een pompeuze trap naar de consequent buiten beeld gelaten sterfkamer.

De sombere, door de zon overgeslagen ruimte leent zich prima voor een beklemmend stuk. Bewerker en regisseur Ger Thijs maakte van de wijdlopige roman van Louis Couperus uit 1906 een compacte toneeltekst, die volgens de regels der kunst is voorzien van een eenheid van plaats (de vestibule) en van tijd (één nacht in plaats van de vele maanden in het boek), en van een inhoud die, naast het steeds meezeurende thema van de ouderdom, op één ding is toegespitst: het grote geheim van de familie Derksz.

Het is een geheim waar de hele familie al zestig jaar onder lijdt. Zelfs de kinderen en de kleinkinderen worden door het noodlot achtervolgd. Sommige dingen gaan niet voorbij en twee oude mensen dreigen het geheim in hun graf mee te nemen. Eens pleegden mevrouw Derksz, dezelfde die nu haar laatste adem uitblaast, en meneer Takma, nu een oeroude huisvriend, een passionele moord op een stormachtige nacht in Nederlands-Indië. Harold was als kind getuige van de moord. Hij kan er niet over praten. Totdat er een dam openbreekt: „Daar voel ik mijn bloot voetje stappen in lauwe weekte…. Dat is bloed, geronnen…” Mooi speelt Cas Enklaar die oude, gekwelde man die ineens weer in een doodsbange jongen verandert.

Harolds voor iedereen bevrijdende onthulling is een van de weinige momenten waarin Ger Thijs op Couperus’ poëtische, fin de siècle taal teruggrijpt. Thijs, die eerder diens romans De stille kracht en De boeken der kleine zielen voor het theater bewerkte, heeft Van oude menschen, de dingen, die voorbijgaan... drastisch afgestoft. Kernachtige zinnetjes komen in de plaats van archaïsche zangerigheid en de innerlijke monologen zijn door dialogen vervangen. Dat komt de levendigheid ten goede. Maar de bespiegelingen, de prachtige observaties en karakterbeschrijvingen uit de roman gaan verloren.

Wat is dat toch een duivels dilemma bij het bewerken van romans voor toneel: óf men kiest voor het statische verteltheater, met lange monologen, literaire, slecht bekkende taal en omslachtig berichtende vertellers, óf men smeedt het boek om tot een vlot toneelstuk waaruit veel eigens van de romancier is verdwenen.

Thijs’ keuze voor het laatste leidt in elk geval tot speelbare rollen. Naast Enklaar valt vooral Els Ingeborg Smits op, als de verwend-hysterische Ottilie. Samen met Dic van Duin als Ottilies pispaal-echtgenoot Steyn, en Joost Prinsen als de onbehouwen Daan zorgt zij voor een komische noot. Matig acteerwerk is er ook bij, van Maud Dolsma bijvoorbeeld en van Oda Spelbos. Dat gevoegd bij de nadelen van Thijs’ op zich knappe bewerking, levert een meestal spannende maar niet briljante toneelavond op.

    • Anneriek de Jong