Ook na dertig jaar gedogen blijft succes omstreden

Is Nederlands drugsbeleid nog van deze tijd? Deze week debatteert de Kamer er met drie bewindslieden over. „De komende jaren zijn cruciaal.”

De directeur van een vmbo-school die wil weten of sluiting van de coffeeshop in de buurt het druggebruik onder zijn scholieren vermindert, tast in het duister. Want het is nog nooit aangetoond of dat leidt tot minder drugshandel en -gebruik rond het schoolplein. Intussen sluit een groot aantal gemeenten toch coffeeshops bij scholen, conform de wens van dit kabinet.

Maar de vraag of dat ook ergens toe leidt, speelt Nederland parten, stelden experts vorige week tijdens een hoorzitting in de Kamer. Victor Everhardt van het Trimbos-instituut, voor geestelijke gezondheidszorg en verslavingszorg, riep de Kamer iets eerder al op hier snel iets aan te doen.

Nederland voert al drie decennia gedoogbeleid, maar zonder evaluatie. Medio jaren zeventig werd ervoor gekozen onderscheid te maken tussen cannabis en harddrugs, wat verder geen enkel land officieel doet. Het idee was dat de verkoop van cannabis gescheiden moest blijven van het harddrugscircuit.

Deskundigen zijn het erover eens dat met deze unieke benadering successen zijn geboekt. „Het Nederlandse drugsbeleid lijkt in vergelijking met dat van andere landen redelijk succesvol”, zegt Bert Bieleman van het onderzoeksbureau Intraval. Zo „lijkt” er volgens hem minder sprake van vermenging van de markten van soft- en harddrugs dan elders, en zijn leefomstandigheden van verslaafden hier „redelijk”. In Nederland worden bovendien niet meer drugs gebruikt dan elders. Maar aanhoudende buitenlandse kritiek valt niet te weerleggen omdat een grondige evaluatie ontbreekt.

Kamerlid Boris van der Ham (D66) zal donderdag tijdens een door hem aangevraagd debat in de Tweede Kamer over het Nederlandse drugsbeleid dan ook vragen om een snelle evaluatie en liefst ook oprichting van een ‘drugsdenktank’. Daarin kunnen hulpverleners, wetenschappers en politici de beste strategie bespreken. Zo’n denktank kan volgens Trimbos-onderzoeker Everhardt relevante vragen stellen. Hoe komt het bijvoorbeeld dat cannabisgebruikers veel meer hulp zijn gaan vragen, terwijl het gebruik de afgelopen tien jaar gelijk bleef?

„Nederland is het aan zichzelf en aan de internationale gemeenschap verplicht rekenschap af te leggen over de successen en de tekortkomingen van zijn beleid. Dat kan leiden tot een veel effectiever drugsbeleid”, vindt Thanasis Apostolou van het project Internationaal Dialoog Drugsbeleid. Nu schiet Nederland telkens in de verdediging, terwijl het volgens dit oud-Kamerlid van de PvdA veel beter zou zijn critici te overtuigen van de zegeningen van de Nederlandse aanpak. Dat is niet zo moeilijk, zegt hij, want in het buitenland zijn plekken met een nog veel vrijere houding jegens drugs. Neem Los Angeles. „Daar bestaan zelfs marihuana-automaten.”

Een spoedige verandering van het Nederlandse drugsbeleid valt niet te verwachten. Daar zetten Kamerleden in het komende debat niet op in. Volksvertegenwoordigers van D66, GroenLinks en SP willen softdrugs het liefst volledig legaliseren. Nu voorziet het gedoogbeleid niet in de bevoorrading van coffeeshops. Die bevoorrading, ‘via de achterdeur’, is in criminele handen. Maar voor legalisatie is onvoldoende draagvlak. Ook voor het tegenovergestelde, verbieden van alle softdrugs, bestaat geen meerderheid. Zo’n verbod zou niet te handhaven zijn. „Deze status-quo is nu eenmaal de politieke werkelijkheid”, zegt Kamerlid Fred Teeven (VVD).

De PvdA was tot voor kort wel voor regulering van de bevoorrading van coffeeshops, maar die wens is in het regeerakkoord losgelaten. De VVD-fractie zet uit realisme nu maar in op het bestrijding van de overlast door softdrugs. De PvdA wil liever de verslavingszorg moderniseren om de gezondheidsproblemen te verminderen. Het CDA vindt het huidige drugsbeleid vooral heel „consequent”, maar put hoop uit het huidige beleid van vermindering van het aantal coffeeshops.

De komende jaren zijn volgens de experts „cruciaal” voor het overeind houden van het Nederlandse drugsbeleid. Dit en volgend jaar worden internationale drugsverdragen tegen het licht gehouden. De vraag die donderdag hoe dan ook aan de orde komt, is hoe Nederland zich opstelt. De ministers Hirsch Ballin (Justitie, CDA), Klink (Volksgezondheid, CDA) en Ter Horst (Binnenlandse Zaken, PvdA) zullen moeten aangeven welke visie zij zullen uitdragen. Deskundigen noemen de VN-verdragen op het gebied van drugs hopeloos verouderd en onmenselijk. Nederland moet bepleiten dat de VN de strafbaarheid van softdrugsgebruikers schrappen, vindt Apostolou.

De ruimte voor Nederland om een eigen koers te varen is niet groot; het heeft de grenzen van die verdragen al voortdurend opgezocht. Volgens kenners is aanpassing van de verdragen het beste.

Een pleidooi om de aanvoer van softdrugs naar coffeeshops te gedogen, als daar in Nederland al politieke consensus voor zou zijn, zal internationaal nauwelijks aanslaan, meent Wybe Douma van het TMC Asser Instituut voor internationaal recht. „Dat zou nog een stap verder gaan dan het gedogen van het gebruik, en dat kan volgens het internationaal recht nu niet.”

M.m.v. Jos Verlaan

    • Antoinette Reerink