IJsland zal moeten kiezen tussen de euro en de kroon

IJsland is geen lid van de Europese Unie, maar het lokale bedrijfsleven wil wel graag de euro invoeren. De overheid is tegen. Het eiland moet kiezen.

In een strijd tussen de banken en de IJslandse overheid heeft de laatste voorlopig gewonnen. Het gevecht gaat over de euro, de Europese munt die de laatste tijd ‘onofficieel’ wordt ingevoerd door de banken op het eiland in de Atlantische oceaan.

De premier van IJsland, Geir Haarde, maakte onlangs nog ondubbelzinnig duidelijk dat invoering van de euro alleen kan na toetreding van IJsland tot de Europese Unie – en die staat niet op de agenda. De premier zei dit op een bijeenkomst van het lokale bedrijfsleven. Het is deze groep die de zwevende en daardoor sterk in waarde wisselende nationale munt, de IJslandse kroon, in toenemende mate als een handicap ervaart. De kroon is de laatste maanden sterk in waarde gedaald, wat de import uit de EU duurder maakt.

„De euro verricht geen wonderen. We moeten onze economische problemen zelf aanpakken”, zei Haarde. De premier wil dat er een einde komt aan de toenemende ‘eurotisatie’.

De hoge inflatie van de laatste jaren door oververhitting van de economie heeft onder meer geleid tot een hoge rente (13,75 procent) van de IJslandse centrale bank, wat lenen duur maakt. Bedrijven en huizenkopers sluiten daardoor steeds vaker goedkopere euroleningen af. Desondanks liet de centrale bank de rente vorige maand op dit hoge niveau, vooral omdat de inflatie – die al hoger is dan de centrale bank zou willen – anders nog verder zal stijgen.

De afgelopen maanden bepleitten bedrijven, zoals de grootste bank van het land, Kaupthing, invoering van de euro in plaats van de kroon, zonder verder lid te worden van de EU. Binnen de regering en in het IJslandse parlement gingen eveneens stemmen op deze mogelijkheid te onderzoeken omdat – zoals oud-minister van Buitenlandse zaken Valgerdur Sverrisdottir zei – „het moeilijk is een eigen munt te handhaven in een kleine economie op de open Europese markt”.

Ook vanuit het Europese financiële hoofdkwartier kregen de IJslandse banken een ferm antwoord. Jürgen Stark, lid van het bestuur van de Europese Centrale Bank (ECB), waarschuwde dat de ECB geen enkele medewerking zal verlenen aan onofficiële invoering van de euro. „Nieuwkomers zijn welkom, maar via de voordeur, niet via de achterdeur”, aldus Stark.

In een enquête vorige maand bleek dat 63 procent van de leden van de organisatie van IJslandse bedrijven zich heeft uitgesproken voor een andere munt in plaats van de kroon. Er zijn volgens premier Haarde op IJsland 219 ondernemingen – waaronder vrijwel alle grotere bedrijven – die hun boekhouding en balans al in andere munten opmaken – 112 in dollars, 77 in euro’s en 21 in ponden. Notering van aandelen aan de beurs in euro’s, zoals Kaupthing en de investeringsbank Straumur-Burdaras wilden, is onlangs afgewezen door de centrale bank.

De geleidelijke ‘eurotisatie’ van IJsland is overigens wel een onstabiele factor, schreef professor Richard Portes van de London School of Economics in een rapport over de economie van IJsland. Het land zal dus een keuze moeten maken.