Hommages aan Sibelius

Concert: Nieuw Ensemble o.l.v. Ed Spanjaard. Gehoord: 1/3 Concertgebouw, Amsterdam. Radio 4: 4/3 20 uur.

Een Sibelius-matinee zonder één noot Sibelius. De Finse componist, dit seizoen centraal in de ZaterdagMatinee, schreef niets voor de bezetting van het Nieuw Ensemble en zo klonk muziek van componisten die Sibelius bewonderden, vaak tot onbegrip van collega’s.

Componistenliefdes vertellen meer over de beminnende dan over de beminde componist en ze hoeven niet noodzakelijk tot muzikale consequenties te leiden. De natuurbeleving van Takemitsu en de weidse rust van Feldman waren er zonder Sibelius ook wel geweest. En hun muziek komt uit volstrekt andere klankwerelden.

Takemitsu is toch in eerste instantie Japans, met zijn statige beheersing, aandacht voor sonoriteit en vooral voor de stilte. In het bijzonder voor ‘ma’, zoals ons het programmaboek leerde: het Japanse begrip voor de geladen stilte die tonen omringt. ‘Ma’ speelde een nog prominentere rol in Toshio Hosokawa’s In Ajimano (1999/2002), dat vanuit brede, stille stiltes geleidelijk in beweging kwam, met verheven kotospel en gezang door Kyoko Kawamura.

Takemitsu’s Rain coming (1982) en Tree line (1988) kregen een perfect gebalanceerde en gepolijste ensembleklank. Nieuw werk klonk van de Oostenrijker Thomas Larcher (1963) en de Canadees Rodney Sharman (1958). Larchers Nocturne – Insomnia klimt vanuit de donkerste, laagste diepten (donkere strijkers, een grommende basklarinet) geleidelijk naar stralende hoogten (strijkersflageoletten).

Chromatisch stijgende drieklanken worden onderweg wat glaziger gemaakt door er vervreemdende boventonen aan toe te voegen, wat klinkt als tonale muziek die – nogal ouderwets – zijn best doet om niet tè tonaal te klinken. Opvallend zijn enkele free jazz-achtige uitbarstingen die steeds weer uitsterven, maar hardnekkig terugkeren. Toch blijft het stuk teveel compromis tussen traditie en vernieuwing.

Rechtlijniger en ook effectiever, toonde Sibeliusliefhebber Rodney Sharman zich in Departures. Met alleen wat opverende slagakkoorden in het ensemble en een paar dalende lijnen in de blazers creëert hij een uiterst consequent werk, waarin, ondanks een totaal andere sfeer, vooral verwantschap met Feldman bleek.

Van Feldman zelf werd Madame Press died last week at ninety (1970) gespeeld. Een 87 maal herhaalde terts in de fluit, ritmisch verspringend ten opzichte van een koraalachtige onderlaag. Met de rustig ademende cadans van het ensemble klonk het charmant en liefdevol, en toch bleef Feldman tegelijk onovertroffen in zijn radicaliteit.