Geen mosselen meer – was dat de bedoeling?

De uitspraak van de Raad van State over de visserij op mosselzaad op het wad luidt het einde in van de Zeeuwse mosselsector. Een onbegrijpelijke uitkomst, vindt Wouter van Dieren.

Geen mosselen meer - was dat de bedoeling? Tekening Bas van der Schot Schot, Bas van der

De mosselsector dreigt uit Nederland te verdwijnen. De uitspraak van de Raad van State over de onrechtmatigheid van verleende vergunningen voor de zogeheten voorjaarsvisserij 2006 op mosselzaad in de Waddenzee, zet de vangst op slot, en daarmee ook van de mosselen zelf in Zeeland. De kans dat er alsnog een vergunning wordt verleend voor de jaren 2008, 2009 en 2010, is vrijwel nihil.

Omdat de vissers geen uitwijkmogelijkheden hebben, valt het doek voor een vloot van 72 schepen en circa 3.500 arbeidsplaatsen, in vooral Yerseke en Bruinisse. Vroeger werd nog wel eens mosselzaad uit Ierland aangevoerd, maar dat is nu verboden, omdat de Zeeuwse wateren door vreemde smetten beïnvloed zouden worden. Uitzaaien van gebiedsvreemde organismen zou de kans op ziekten vergroten.

Geen Zeeuwse mosselen meer. Aan een eeuwenoude traditie komt plotseling een einde als uitkomst van een juridisch steekspel. De vraag is hoe zo’n drama kon gebeuren, en vooral hoe de overheid denkt de vissers schadeloos te gaan stellen.

De Raad van State accepteerde tot dusverre wel enige onzekerheden over veronderstelde schade aan de wadbodem, conform het principe dat ook bij de gaswinning wordt gehanteerd, hand aan de kraan, hier dan hand aan de kor. Het onderhavige conflict gaat over de vraag of de mosselzaadvisserij schade veroorzaakt aan de wadbodem, of de biodiversiteit van de diepere mosselbanken bij bevissing slechter, beter of gelijk is aan die van de ongestoorde banken.

Een rapport uit 2006 van kennisinstituut IMARES (voorheen RIVO) stelt dat er niet zo veel verschil lijkt te zijn. Een vervolgonderzoek uit 2007 concludeert hetzelfde. Maar zekerheid ontstaat pas na vele jaren vergelijkend onderzoek, af te ronden in 2010.

Dat onderzoek ligt op schema. Minister Veerman heeft twee jaar geleden de mosselsector de garantie gegeven dat men tot 2020 de tijd krijgt om de mosseltechniek te verduurzamen, en het ministerie heeft de betreffende vergunningen verleend. Deze worden nu aangevochten door de natuurorganisaties en enkele kritische biologen. Met de uitspraak van de Raad van State wordt de sector een dodelijke slag toegebracht.

Hoewel de veronderstelde schade aan de Waddenzee wellicht meevalt, hebben de Zeeuwse mosselvissers door hun asociaal gedrag het onheil ook over zichzelf uitgeroepen. Op enkele bestuurders na, die de achterban hebben gewezen op de onwrikbare eisen van Natura 2000, ofwel de Europese Vogel- en Habitatrichtlijn (VHR), gedroeg de mosselsector zich de laatste jaren lomp, ongenuanceerd en agressief. Leden en onderzoekers van de Commissie-Meijer (naar bodemdaling door gaswinning) werd verweten dat zij zich hadden laten omkopen door Shell en NAM, en dat de deal tussen de toegelaten gaswinning en de uitgekochte kokkelvisserij van tevoren was bekokstoofd.

Over de wetenschappers wordt door de mosselvissers rondgebazuind dat niemand te vertrouwen valt, en iedereen aan de teugels van de Waddenvereniging loopt. Op de stoep van het Waddenhuis werd ooit een berg visafval gestort. Nog maar enkele jaren geleden riepen mosselheethoofden op tot een tocht naar het Binnenhof om daar de ‘Waddenvriendjes’ te gijzelen.

Met de zwarte doos, die het visgedrag binnen de toegewezen percelen registreert, werd tot tien jaar geleden gesjoemeld. Nog in december 2006 werden gesloten onderzoeksvakken illegaal bevist, waarmee het wetenschappelijke onderzoek op die percelen werd gedupeerd.

Maar minstens even ernstig is het gedrag van de Directie Visserij van het ministerie van LNV. Daar entameerde men tussen 1999 en 2003 het zogeheten EVA-II onderzoek, dat uitsluitsel moest geven over de relatie tussen schelpdiervisserij en voedselreservering voor eidereenden, kanoeten en scholeksters. De betrokken onderzoekers van het NIOZ, Alterra en RIVO werden onder zware druk gezet om hun resultaten aan te passen aan gewenste uitkomsten. En de vergunningen werden tot voor enkele jaren verleend zonder dat aan de procedures was voldaan die volgens Natura 2000 vereist waren.

Dat de natuurbescherming onder deze omstandigheden een steeds hardere opstelling ging kiezen, valt te begrijpen. Een door LNV ingestelde commissie onder leiding van Sicco Heldoorn, burgemeester van Assen, die ten doel heeft te komen tot langetermijnafspraken tussen mosselkwekers en natuurbescherming, bleek al gauw een arena te worden waar beide partijen tot confrontaties kwamen. Heldoorn kan z’n opdracht nu teruggeven, want de mosselsector zit de komende jaren zonder inkomen, en kan de afgesproken verduurzaming wel vergeten. Men gaat collectief failliet.

Valt de vissers en LNV veel te verwijten, ook de groene activisten treft blaam. Daar verdedigt men de biodiversiteit van grotendeels onbekende onderwaterbodems tegen schade die niet doorslaggevend is aangetoond. Dat lijkt niet erg op natuurbescherming. Ook het door de Raad van State gehanteerde voorzorgprincipe is hier niet toepasbaar, want dan moet je op z’n minst weten tegen welke mogelijke schade je het principe inzet, en die is hier onbekend.

Bizarre bijkomstigheid is dat de grootste en wel bekende bedreiging van de Waddennatuur bestaat uit de invasie van de Japanse oester, een exoot die de beschikbare biomassa absorbeert, dus ook van andere schelpdieren, maar die oneetbaar is voor de vogels. Alle hens aan dek tegen deze woekeraar, zou je dus zeggen, in plaats van schijnoverwinningen ten behoeve van mosselen die straks sowieso het onderspit delven tegen de Japanner. Wat niet uit Ierland mocht komen, immigreert via de Grevelingen uit Japan.

De natuurbescherming zegt nu ‘verheugd’ te zijn over de uitspraak van de Raad van State, en dat geeft te denken. Want de fundamentele kwestie is hoe ecologische en economische polarisaties tegen elkaar worden uitgespeeld. Het kan zijn dat een stuk natuur zo uniek is dat geen enkel economisch belang er tegenop weegt. Hier gaat het om een overwinning van het groene onbekende op 3.500 arbeidsplaatsen en een economische waarde die in de miljarden loopt.

De natuurbescherming blijft zitten met een pyrrusoverwinning. Wie de mosselsector vernietigt, verliest de legitimatie om zich een ethische, maatschappelijke factor van betekenis te mogen noemen.

Dansen op het graf van anderen, daar worden natuur en milieu niet beter van.

Wouter van Dieren is directeur van milieuadviesbureau IMSA te Amsterdam. Hij stond aan de basis van het Waddenfonds.

    • Peter M.J. Herman
    • Wouter van Dieren