Een kroonprins van de blues

De blinde gitarist Jeff Healy speelde de bluesgitaar alsof hij op een piano hamerde. Gisteren overleed hij, aan de gevolgen van kanker.

Foto Lex van Rossen Jeff Healey Rossen, Lex van

’De nieuwe kroonprins van de blues’ werd Jeff Healey genoemd toen hij in 1988 debuteerde met het album See The Light.

Zanger en gitarist Healey, die zondag in zijn geboorteplaats Toronto op 41-jarige leeftijd aan kanker overleed, was toen nog maar 22 en liet zich meteen al zien als een bijzonder volwassen muzikant. Blind vanaf zijn eerste leerde hij zichzelf op jonge leeftijd gitaar spelen, met B.B. King en Jimi Hendrix als grote voorbeelden.

Oefenen voor de spiegel was er niet bij en omdat hij van niemand kon afkijken hoe de elektrische gitaar bespeeld diende te worden, koos hij ervoor om het instrument op schoot te leggen. Zijn spelstijl was uniek, met name door de bewegingen van zijn linkerhand.

Healy’s vingers kropen als watervlugge spinnenpoten over de snaren en zijn techniek hield het midden tussen traditioneel gitaarspel, glijdende bottelneck-bewegingen en een hamerende, aan piano verwante aanslag.

Daarbij had hij de ruige stem die hem als blanke Canadees in staat stelde de blues te zingen, met goedkeuring van B.B.King, Eric Clapton en Stevie Ray Vaughan die regelmatig met hem samenspeelden.

Zijn debuut leverde hem meteen zijn grootste hit Angel eyes op en een Grammy Award voor het instrumentale Hideaway. Na een rol in de film Roadhouse en verscheidene andere bluesplaten breidde Healey zijn aandachtsgebied uit naar zijn andere grote liefde, de jazz. Healy maakte drie jazzalbums en was een fervent verzamelaar van 78-toerenplaten. Uit de 25.000 die hij er had maakte hij wekelijks een keuze voor zijn aan oude jazz gewijde radioprogramma.

Een lang gevecht met kanker – ook zijn blindheid was aan een tumor te wijten – weerhield Jeff Healey er niet van om onlangs zijn eerste bluesalbum in acht jaar te voltooien. Mess Of Blues verschijnt nu postuum in april, als document van een gedreven muzikant.

    • Jan Vollaard
    • Door