Driehoeksruzie Z-Amerika over FARC

Tussen Colombia enerzijds en Ecuador en Venezuela anderzijds is dit weekeinde een ernstige diplomatieke crisis uitgebroken. Er vielen harde woorden en troepen zijn naar de grens gestuurd.

Colombia heeft zich zaterdag de woede van twee belangrijke buurlanden op de hals gehaald door met een luchtaanval net over de grens met Ecuador de Nr. 2 van de guerrillabeweging FARC uit te schakelen.

De Venezolaanse president Chávez waarschuwde zijn Colombiaanse collega Uribe gisteren dat het tot oorlog zou komen als eenzelfde soort actie op zijn grondgebied zou worden uitgevoerd. Hij stuurde tien tankbataljons naar de grens en liet de luchtmacht er patrouilleren. President Correa van Ecuador stuurde ook extra troepen naar de grens en riep net als Chávez zijn ambassadeur in Bogotá naar huis. Hij noemde de aanval „niet te rechtvaardigen”.

De gewapende groepen in de Colombiaanse burgeroorlog nemen regelmatig hun toevlucht tot de grensstreken met Ecuador en Venezuela. In deze jungle-achtige omgeving schuilen ze voor legeracties of recupereren ze na geleverde strijd. De Colombiaanse luchtmacht besloot zaterdag tot de aanval na tips dat FARC-topman Raúl Reyes (nom de guerre van Luis Édgar Devia Silva) zich in een junglekamp ongeveer twee kilometer over de zuidgrens van het departement Putumayo bevond. Bij het bombardement werden naast Reyes nog zestien medestrijders gedood. Onder hen was Guillermo Enrique Torres, alias Julián Conrado, een belangrijke ideoloog en muzikant binnen de FARC.

Hoewel Colombia zegt dat zijn straaljagers niet het Ecuadoriaanse luchtruim binnendrongen, zijn grondeenheden de lijken van Conrado en Reyes wel gaan ophalen. Colombia bood Ecuador excuses aan, maar Correa sloeg deze af.

Colombia noemde de aanslag op Reyes de belangrijkste slag die de guerrilla in bijna een halve eeuw is toegebracht. Reyes was als woordvoerder het publieke gezicht van de FARC en was bij de onder de vorige regering gevoerde, en in 2002 afgebroken vredesbesprekingen ook de onderhandelaar namens de guerrilla. Hij gold als de Nr. 2 van de FARC, een functie die de laatste jaren bovendien aan gewicht won, omdat de bejaarde FARC-leider Marulanda veel taken uit handen zou hebben gegeven. Hij is sinds 2002 niet meer gezien en zou ziek of zelfs al dood zijn. Om zijn opvolging zou binnen de guerrillatop een felle machtsstrijd woeden.

De liquidatie van zaterdag zal daarom ook gevolgen hebben voor de opstelling van de FARC jegens de regering. Woensdag nog liet ze, voor de tweede keer dit jaar, vier gijzelaars gaan. Hiermee herhaalde ze haar bereidheid tot een ‘humanitair akkoord’ met de regering om tientallen gegijzelde soldaten, politici en agenten te ruilen voor circa 500 gevangen FARC’ers.

Uribe verwelkomde de vrijlatingen, maar voegde er steeds aan toe dat de FARC alle gijzelaars zou moeten laten gaan. Met de legeractie van zaterdag onderstreept de president dat hij ondanks de ‘eenzijdige gestes’ van de FARC de militaire strijd niet staakt, maar deze juist opvoert. Hij doet dit in de wetenschap dat hij de FARC de afgelopen jaren sterk verzwakt heeft.

Volgens sommige analisten zou dit ook een voorname reden zijn dat de FARC de gijzelaars nu kwijt wil. Door alleen een kleine groep waardevolle buitenlandse gijzelaars te houden, hoopt de strijdgroep bewegelijker te worden in het steeds kleiner wordende stuk oerwoud dat ze nog controleert. Met de vrijlatingen probeert ze bovendien de publieke opinie, die zich de afgelopen maanden steeds sterker tegen haar kantte, enigszins terug te winnen.

De FARC liet gisteren in een verklaring weten dat ze blijft aansturen op een gevangenenruil. Onduidelijk is wie daarvoor de wegbereider moet worden. In opdracht van Uribe bemiddelde Chávez vorig jaar over zo’n deal maar hij werd ontslagen toen Uribe meende dat hij niet prudent genoeg opereerde. Hierop brak een forse crisis tussen beide landen uit. Chávez nam het op voor de FARC. De guerrilla probeerde hem weer te steunen door aan Venezuela de gijzelaars over te dragen.

Dit terwijl in de maanden voor de crisis de band tussen Uribe en Chávez juist net nauwer geworden. Uribe, die de belangrijkste bondgenoot van Washington is op het continent, zei zelfs te willen deelnemen aan Chávez’ linkse, regionale alternatief voor de Wereldbank, dat hij een instrument van ‘het imperium’ (lees: de VS) vindt.

Bovendien begon Colombia aardgas te leveren aan Venezuela, die het nodig heeft voor de olieproductie. In november namen de twee landen hiertoe een pijpleiding in gebruik, die op den duur ook Colombia van Venezolaanse olie zou moeten gaan voorzien. Vorig jaar exporteerde Colombia voor 4 miljard dollar naar Venezuela. Alle harde woorden van de afgelopen maanden hebben deze commerciële banden amper geschaad. De kans op een oorlog is alleen al daarom klein.

Bovendien is een aanval op Colombia voor de ex-militair Chávez geen aantrekkelijke gedachte. Colombia is de grootste ontvanger van Amerikaanse militaire hulp buiten het Midden-Oosten. Hierdoor heeft Uribe (met ruim twee keer zoveel soldaten en een een defensiebudget van bijna drie keer dat van het Venezolaanse) een veel sterker leger. Daarnaast zou een oorlog voor de VS een prachtige aanleiding zijn om de anti-Amerikaanse Chávez ook eens militair aan te pakken.

Ook met Correa bouwde Uribe vorig jaar net een betere band op. Bij zijn aantreden in 2007 maakte de linkse Correa nog ruzie met Uribe over Colombiaanse gifbesproeiingen van cocaplantages van de FARC langs en net over de grens. Op verzoek van Ecuador stopte Uribe hiermee. Ditmaal echter lijken de twee buren het niet zo snel meer goed te maken.

Gisteren maakte Colombia bekend dat het zaterdag Reyes’ laptop buitmaakte. Hierop zouden documenten staan waaruit blijkt dat Ecuadors minister voor Veiligheid in gesprek was met Reyes. In ruil voor politieke steun zou de FARC aan Correa een gegijzelde Colombiaanse soldaat overdragen, waarmee Correa de rol van Chávez als bemiddelaar zou kunnen overnemen. Uribe is echter huiverig om buitenlandse bemiddeling te accepteren. Zijn regering heeft van Correa opheldering geëist.

    • Merijn de Waal