De ondergang van Japan

Mijn Chinese assistent eet geen Japanse tofu. Niet omdat het niet lekker is – de variant met het krokante korstje is zelfs te verkiezen boven de blubberige Chinese – maar omdat het Japanse tofu is. „Als het uit Japan komt eet ik het niet.”

Zeldzaam is dat standpunt niet. Chinezen hebben het niet op Japanners. Tijdens verhitte discussies boven menig maaltijd – zonder Japanse tofu – lijkt het er soms op alsof China, acht eeuwen na twee mislukte aanvallen op Japan, nog altijd zint op een herkansing.

De waarheid is dat veel Chinezen gefrustreerd zijn dat Japan zich nooit voor zijn oorlogsverleden heeft hoeven verontschuldigen, omdat de communistische partijtop in 1972 eigenhandig besloot dat Japan geen verantwoording meer hoefde af te leggen voor alles wat het China in de jaren dertig en veertig had aangedaan.

Dat de Chinese staatsmedia regelmatig inspelen op het volkse leedvermaak wanneer Japanners met rampspoed worden geconfronteerd, zou je sadistisch kunnen noemen, maar de gretige Chinese lezers lusten de jobstijdingen uit Japan rouw. Zo is er eind vorig jaar heel wat afgelachen na berichten dat één van Japans machtigste marineschepen na acht uur fikken onbruikbaar was geworden.

Maar sinds Japans onderzoek vorige week heeft aangetoond dat de oorzaak van die ramp een thermische kast uit China moet zijn geweest, is de boot aan.

Twee dagen geleden nog repten de kranten over dat andere geval van rampspoed. Japans onderzoek had uitgewezen dat verscheidene Japanners met vergiftigingsverschijnselen waren opgenomen na het eten van Chinese dumplings. Maar volgens Chinees onderzoek was sprake van ‘sabotage’ om China in diskrediet te brengen.

Mijn tafelgenoten kunnen er wel om lachen. Japanners die omvallen na het eten van Chinese dumplings. Oorlogsbodems die praktisch zinken door een warme kast uit China. „We hebben helemaal geen marine nodig”, merkt iemand op. „We verkopen gewoon onze producten. Dan gaat Japan vanzelf ten onder.”

Floris-Jan van Luyn

Floris-Jan van Luyn is journalist en filmmaker en oud-correspondent van NRC Handelsblad in China

    • Floris-Jan van Luyn