De Grondwet hoeft helemaal niet te leven

Minister Ter Horst (PvdA) wil dat de Grondwet meer gaat leven onder burgers.

Weer zo’n retorisch voorstel zonder enige inhoud. Terwijl er genoeg te verbeteren valt.

Tekening Cyprian Koscielniak Koscielniak, Cyprian

Volgens minister Ter Horst (Binnenlandse Zaken, PvdA) moet de Grondwet weer gaan leven onder de burgerij (nrc.next, 28 februari). Zij stelt voor de „archaïsche” grondwetsteksten te hertalen en te voorzien van een aansprekende preambule die vertelt wat onze basiswaarden zijn. Zo kan de ‘grondwetsbeleving’ in de wijken en in het onderwijs worden bevorderd.

Het alleszins gematigde rapport van de Nationale Conventie dat een aantal verstandige aanbevelingen bevatte om de werking van zowel de uitvoerende als de controlerende macht te verbeteren is niettemin door dit kabinet op de grote adviesstapel gelegd. Ter Horst zelf verwees het voorstel van de direct gekozen burgemeester naar de prullenbak. Na het echec van het burgemeestersreferendum in Utrecht kondigde ze aan de subsidies voor dit ‘gedoe’ in te trekken. Dat een ruime meerderheid van de Utrechtse bevolking een voorstander van een referendum was, maar dan wel met echte keuzemogelijkheden, deerde haar niet.

Op allerlei punten is ons grondwettelijke bestel echter wél aan onderhoud toe. Een paar voorbeelden.

1De regels voor het verklaren van oorlog en het deelnemen aan vredesacties zijn onduidelijk en leiden keer op keer tot competentiegeschillen bij de besluitvorming.

2De rechter mag zaken niet toetsen aan de grondrechten, terwijl toetsing aan vergelijkbare Europese grondrechten wel mogelijk is.

3De Grondwet voorziet niet in duidelijke procedures bij het aangaan van Europese verdragen. Het kwestieuze van de Raad van State over een nieuw EU-referendum maakte duidelijk hoe noodzakelijk het is de Grondwet op dit punt aan te passen. Want, de Raad van State kreeg de rol van een constitutioneel hof waarin onze Grondwet niet voorziet.

4De vertrouwensregel voor ministers is in ons bestel een gewoonterecht, maar de staatsrechtelijke onduidelijkheid rond het aftreden van minister Verdonk in de Ayaancrisis toonde aan dat het geen luxe is hierover in de Grondwet duidelijke bepalingen op te nemen.

5De positie van de minister-president is in een huishoudelijk reglement versterkt, terwijl in de Grondwet nog wordt uitgegaan van collegiaal bestuur.

6In het gemeentelijke dualisme is de gemeenteraad niet meer het hoofd van de gemeente, terwijl dit nog wel in de Grondwet staat.

Op al deze punten geeft de Grondwet geen richting meer. De grondwetstekst hoeft niet te leven onder de bevolking als de strekking ervan gemeengoed is. Dat was lange tijd het geval. Maar (inter)nationale ontwikkelingen doen in de publieke werkelijkheid nieuwe figuren ontstaan die op een aantal punten niet meer aansluiten bij de grondwettelijke bepalingen. Dus wordt het tijd voor herziening, maar daarvoor bestaat, blijkt keer op keer, als het erop aankomt geen politiek draagvlak.

In dat licht zijn de voorstellen van minister Ter Horst liederlijk, of in ieder geval sterk retorisch. Het is de zoveelste poging tot renationalisering zonder inhoud. Op den duur is dat riskant, want een teveel aan retoriek met een tekort aan inhoud wakkert populisme aan. Misschien moet Ter Horst het schrijven van de preambule openbaar aanbesteden. Dan houden historici er in ieder geval een aardig tijdsdocument aan over.

Jan Drentje is historicus.

    • Jan Drentje