Couperus’ oude mensen zijn drastisch afgestoft

Verplichte figuren

Theater Van oude mensen, de dingen die voorbijgaan, naar de roman van Louis Couperus, door Hummelinck Stuurman Theaterbureau. Regie: Ger Thijs. Tournee t/m 6/6. ***

Een niet meer zo heel jonge jongere haalt zijn neus op en zegt: „Het ruikt hier naar oude mensen”. Hij is teruggekeerd naar het huis waar zijn stokoude oma op sterven ligt. Dat statige Haagse huis bestaat in de voorstelling Van oude mensen, de dingen die voorbijgaan uit een reusachtige vestibule, met een dieprood behangmotief en een pompeuze trap naar de consequent buiten beeld gelaten sterfkamer.

Het is een sombere, door de zon overgeslagen ruimte die zich prima leent voor een beklemmend stuk. Bewerker en regisseur Ger Thijs maakte van Couperus’ wijdlopige roman een compacte toneeltekst. Die volgens de regels der kunst is voorzien van een eenheid van plaats (de vestibule) en van tijd (één nacht in plaats van de vele maanden in het boek). En van een inhoud die, naast het steeds meezeurende thema van de ouderdom, op één ding is toegespitst: het grote geheim van de familie Derksz.

Het is een geheim waar de hele familie al zestig jaar onder lijdt. Harold, 73 jaar, wordt door chronische buikpijn geplaagd; Ottilie, precies zestig, reageert haar, door afkomst bepaalde ongeluk op haar (zoveelste) echtgenoot af en Lot, 38 jaar en pas getrouwd, lijkt ook al een rothuwelijk tegemoet te gaan.

Sommige dingen gaan niet voorbij en twee oude mensen dreigen het geheim in hun graf mee te nemen. Ooit pleegden mevrouw Derksz, dezelfde die nu haar laatste adem uitblaast, en meneer Takma, nu een oeroude huisvriend, een passionele moord. Op een stormachtige nacht in Nederlands-Indië. Harold was er als kind getuige van. Hij kan er niet over praten. Totdat er een dam openbreekt: „Daar voel ik mijn bloot voetje stappen in lauwe weekte…. Dat is bloed, geronnen…” Mooi speelt Cas Enklaar die oude, gekwelde man die ineens weer in een doodsbange jongen verandert.

Harolds bevrijdende onthulling is een van de weinige momenten waarin Ger Thijs op Couperus’ poëtische taal teruggrijpt. Thijs, die van Couperus eerder De stille kracht en De boeken der kleine zielen voor het theater bewerkte, heeft Van oude menschen… drastisch afgestoft. Kernachtige zinnetjes kwamen in de plaats van archaïsche zangerigheid en de innerlijke monologen zijn door dialogen vervangen. Dat komt de levendigheid, de dynamiek op de bühne, ten goede. Maar door die directheid gaat er ook iets verloren. Voor bespiegelingen is in deze bewerking geen plaats. Voor de prachtige observaties en karakterbeschrijvingen van Couperus evenmin.

Thijs’ bewerking leidt in elk geval wel tot speelbare rollen. Naast Enklaar valt vooral Els Ingeborg Smits op, als de verwend-hysterische Ottilie. Samen met Dic van Duin als Ottilies pispaal Steyn, haar man, en Joost Prinsen als de onbehouwen Derksz-telg Daan zorgt zij voor een komische noot. Matig acteerwerk is er ook bij, van Maud Dolsma bijvoorbeeld en van Oda Spelbos. In combinatie met de nadelen van Thijs’ op zich knappe bewerking levert dat alles een meestal spannende maar niet briljante toneelavond op.

    • Anneriek de Jong