Chinese kunst is hot

310073_1.jpgChinese kunst is hot. In het kunstenaarscentrum 798, een complex fabriekshallen in de wijk Dashanzi in Peking waar ooit wapens werden gemaakt, bereiden de galeriehouders en horeca-uitbaters zich al voor op tienduizenden bezoekers die tijdens de Olympische Spelen naar het voormalige fabrieksterrein zullen komen om zich te vergapen aan het werk van de moderne iconen van de Chinese beeldende kunst zoals Feng Zhengjie, Zhang Xiaogang of de Gao broers.

Ze zijn de uiterst succesvolle jonge generatie, talent dat in de jaren negentig is aangestormd en nu met hun typisch Chinese avant-gardekunst de wereldmarkt verovert. De oudere generatie beeldende kunstenaars uit de twintigste eeuw is minder in beeld en daarom is het opmerkelijk dat een van de meest prominenten van hen, de nu 88-jarige Wu Guanzhong juist in 798, de ‘Westergasfabriek’ van Peking, een overzichtstentoonstelling heeft.

chinesekunst.jpgZijn oudere werk,waarvan zowel olieverven als tekeningen zijn te zien, staat nog sterk in de Chinese traditie van een aan de natuur ontleend stilisme. Gaandeweg heeft hij het wezen hiervan echter in meer westers georienteerde abstracte vormen weergegeven. Wu, die werkt onder de naam ‘Tu’ wat ‘ penseel’ betekent, was de eerste Chinese kunstenaar die in 1994 exposeerde in het Brits Museum.

Hij studeerde in de dertiger jaren van de vorige eeuw aan de kunstacademie van Hangzhou waar hij zowel westerse als Chinese kunst studeerde en een grote liefde voor het werk van Van Gogh en Cezanne ontwikkelde.

chinesekunst2.jpgIn 1946 kreeg hij een beurs voor een studie aan de Ecole Nationale Superieure in Parijs.
In deze stad maakte hij kennis met de abstracte moderne kunst van het westen. Wu keerde in 1950 terug naar China waar hij zijn studenten aan de Academie voor beeldende kunst in Peking stimuleerde zich zowel op Chinese als westerse kunst toe te leggen om op die manier een eigen stijl te ontwikkelen.

Tijdens de culturele revolutie werd Wu verbannen naar het platteland waar hij alleen op zondag mocht schilderen. In 1973 werden Wu en andere kunstenaars door de machthebbers van toen gesommeerd om naar Peking te gaan en daar de hotels en restaurants te decoreren. Begin jaren tachtig schilderde hij de Grote Muur in het beroemde Xiangshan hotel in Peking.

Wu moet het tijdens de culturele revolutie moeilijk hebben gehad: het bestrijden van kortzichtigheid en conservatief denken ziet hij als de belangrijkste taak van iedere kunstenaar.

    • Bettine Vriesekoop