Bertje saai? Kom nou!

Feyenoord-trainer Bert van Marwijk is de belangrijkste kandidaat-bondscoach.

Dat de oud-voetballer een goede trainer zou worden, had niemand gedacht.

Hij deed denken aan Johan Cruijff. Die sliertige zwarte haren, die snelle bewegingen, die zwaaiende armen, die kromme, magere beentjes, die flair, die verongelijkte houding als hij werd neergehaald door een brute verdediger. Als linksbuiten van Go Ahead beheerste hij de schaarbeweging, zoals alleen Piet Keizer dat kon. In Deventer en omstreken worden de ouderen nog lyrisch wanneer ze beelden oproepen uit begin jaren zeventig, toen Bertje van Marwijk langs de zijlijn van de Adelaarshorst snelde.

Wie hem niet heeft gekend als voetballer en hem beoordeelt op zijn huidige voorkomen als trainer van Feyenoord en toekomstig bondscoach, kan zich niet voorstellen hoe avontuurlijk en wispelturig hij als jongen was. Saai? „Kom nou. Een flierefluiter, eigenwijs, altijd alleen op avontuur en een grote bek. Hij kon slecht in de discipline spelen. Wij ouderen hebben hem schoppen voor z’n poten moeten geven, om hem te leren”, vertelt Gerard Somer, in de jaren zeventig medespeler, nu technisch manager bij Go Ahead Eagles. „Dat hij een goede trainer is geworden, verbaast ons hier nog allemaal.”

Barry Hughes plukte hem als trainer uit de jeugd van Go Ahead. „Ik zag hem en riep: ‘Dat is een natuurtalent’. Maar niemand nam mij serieus. Ze vonden Bertje lastig. Ik zei dat hij moest spelen zoals hij was: ‘Speel je eigen spel, maak acties, een schaarbeweging, hop erlangs en put the ball in the box.’ Voorzet, kopbal Ruud Geels, doelpunt. Hij heeft de top niet gehaald. Pech, veel blessures, ze hebben hem verrot geschopt.”

Ook de zeventigjarige Welshman heeft nooit een trainer in hem gezien. „Echt niet. Maar ja, hij was nog jong. Hij had wel een goed spelinzicht. Hij had een drive, hij hield van mooi voetbal. Acties maken. Eigenzinnig vooral, ik ging voor dat soort. Een kleine rat. Op een keer kwam hij met een Triumph Spitfire naar de training. Stapte hij uit en zei hij met z’n grote bek: ‘En trainer wat vind je ervan?’ De bloody klootzak. Hij wist dat ik gek was van sportwagens. Hij wist dat ik gek op hém was. En hij wist dat ik jaloers op hem was als hij met die sportkar rondreed met een leuke meid ernaast. Een gozer met ballen, humor en flair.”

Dat is vaak verkeerd uitgelegd, zegt moeder Van Marwijk, nog altijd wonend in de Geraniumstraat in De Worp, aan de overkant van de IJssel, waar Lambertus op 19 mei 1952 werd geboren. „We hebben veel meegemaakt met onze Bert. Maar hij is altijd dezelfde gebleven, een hartstikke fijn jong, gewoon zoals wij hier allemaal. Verder zeg ik niks, dat mag niet van Bert. Ik ben al 85 hoor.”

Hughes kan zich het huis in Deventer volkswijk nog goed herinneren. „Ik heb er een hele nacht voor de deur gestaan. Ik had gehoord dat hij bij Feyenoord zou tekenen. Dick Schneider, die een jaar eerder van Go Ahead kwam, had Ernst Happel verteld dat hij Van Marwijk moest nemen als opvolger van Coen Moulijn. Natuurlijk wilde Happel Bertje, hij was de beste linksbuiten. Toen ben ik ’s nachts voor het huis gaan staan, omdat ik hoorde dat hij ging tekenen. Om half zeven kwamen ze naar buiten, Bertje en oude Bertus. Ik er op af: ‘Jij gaat niet naar Feyenoord, jij blijft bij Go Ahead. Je bent nog te jong, je wordt daar bij Feyenoord verrot geschopt door Israel, Laseroms en Van Hanegem.’ En hij is gebleven.”

Dick Schneider (‘Knakkie’) bevestigt het verhaal. „Happel wilde per se Van Marwijk hebben. Ik was reserve, maar toen Feyenoord verloor van UT Arad, moest ik rechtsback spelen in plaats van Piet Romeijn. Hughes heeft Bert tegengehouden. Ik maakte mijn debuut nota bene in Deventer, tegen mijn oude club, als rechtsback tegen linksbuiten Van Marwijk. Ik was bloednerveus. Bertje had zo’n Keizer-schaar. Rechts over de bal, links er voorbij. Gruwelijk. Ik weet niet eens meer hoe het is afgelopen.”

Nooit gedacht dat ‘Bertus’ coach zou worden. „Als speler te individualistisch, balverliefd, eigenzinnig. Het goede van hem is dat hij rustig blijft, nooit in paniek raakt en zichzelf blijft. Hoewel ik hem niet meer zo vaak dat eeuwige sjekkie zie draaien, er gaat nu iets mis bij hem. Als bondscoach? Natuurlijk, een fijne man die altijd luistert en anderen in hun waarde laat. Zo was dat vroeger met hem ook: ze moesten hem in zijn waarde laten, dan groeide hij.”

Toen Van Marwijk zijn voetballoopbaan na tal van operaties aan knieën en een hernia eind jaren tachtig moest beëindigen, werd hij trainer. Na omzwervingen bij AZ (drie jaar), MVV (acht jaar) en Fortuna (één jaar) en het Nederlands elftal (een halve interland) begon hij de jeugd van MVV te trainen, vervolgens bij FC Herderen in België (voorzitter Patrick Peumans: „We promoveerden meteen dankzij hem van derde naar tweede provinciaal”) en bij RKVCL in Limmel. Verdediger Fred Theunissen van Limmel: „Hij was rechtvaardig, een ontzettend goede kerel. Hij had altijd persoonlijk contact met ons, met onze vrouwen en kinderen. Hij voelde mensen aan, zette spelers op de plaats waar ze zich thuis voelen. Nog steeds hebben we contact. Typisch Bert.”

Roel Coumans, die bij SV Meerssen speelde toen Van Marwijk er na Limmel trainer was: „Hij heeft een prettige uitstraling. Hij zei: ‘Laat zien wat je kunt, ga van je eigen kracht uit.’ Op zaterdagmiddag kwamen we altijd bij hem in de sportzaak in Meerssen om over voetbal te praten. Heerlijk. Hij heeft een mening, maar respecteert ook andermans mening. Die grijze kop en die rust zijn betoverend. Toen ik later met hem bij Fortuna kwam, bleef dat zo.”

Kees van Wonderen won als speler van Feyenoord in 2002 met Van Marwijk de UEFA Cup en had bewondering voor zijn trainer „omdat hij het zo goed kon uitleggen”. Als assistent-trainer van amateurhoofdklasser Bennekom is Van Marwijk een voorbeeld voor hem. „Een evenwichtig man. Hij weet wat er in spelers om gaat en discussieert met spelers als zijn gelijken. Hij wil wel altijd op dezelfde manier spelen. Dat houdt hij vast. Wie het beter weet mag het zeggen. Niet dat hij het gauw verandert, maar hij geeft de indruk dat hij zich wil laten overtuigen. Wat ik me vooral herinner is zijn humor, hij houdt van lol. Dat hij met Leonardo en Van Persie niet gelukkig is geweest, ligt niet aan hem. Mensen veranderen zodra ze in een andere leefomgeving komen. En dat is zeker met Van Persie het geval. Dat kun je van Van Marwijk niet aanrekenen. Hij was als speler toch ook anders dan nu als trainer.”

Joop Brand, jarenlang met succes verantwoordelijk voor de jeugdopleidingen van Go Ahead, Vitesse en PSV had Van Marwijk zes jaar onder zijn hoede. Eerst bij Go Ahead toen Bertje er nog in de jeugd voetbalde. In 1975 haalde Brand als hoofdtrainer van AZ ’67 de artistieke linksbuiten naar Alkmaar. „Ik heb als voetballer nog met Moulijn bij Xerxes gespeeld. Een fenomeen. Zo een was Bertje ook, vreselijk handig, datzelfde lichaam, die acties, om van te smullen. Zo zie je ze ze niet veel meer. Hij kwam bij AZ, een topclub in opkomst. Hij had het in zich om groot te worden, maar hij was fragiel, die rug en die knieën.”

Of hij een goede bondscoach kan zijn? Brand twijfelt niet: „Hij is realistisch. Hij is eerlijk tegen zijn spelers en tegen de pers. Het vak is er niet makkelijker op geworden. Als je niet in de smaak valt bij Johan Cruijff of Johan Derksen word je snel afgeschoten. Maar Bert is niet bang. Hij zegt wat hij vindt en wat hij voelt. Hij is mensvriendelijk. En als je dat kunt volhouden, ben je een kei. Ik geloof in de mens Bert van Marwijk. Omdat hij een warm, gevoelig mens is. Hij verschuilt zich nooit. En dat is knap.”

    • Guus van Holland