Band Of Horses is live een beest

Pop Band Of Horses. Gehoord: 1/3 Paradiso, Amsterdam.

Sluimerend, bijna moeiteloos bereikt Band Of Horses het succes waarvoor andere rockbands hard moeten knokken. Het is de schoonheid van hun muziek die de concerten door mond-op-mondreclame doet volstromen. Paradiso was zaterdag uitverkocht voor een zeldzaam concert van de zesmansband uit Seattle, die in 2006 debuteerde met de cd Everything All The Time.

In veel opzichten is Band Of Horses de tegenpool van de grunge die Seattle groot maakte. Hun muziek is verheffend en groots, minder nihilistisch dan Kurt Cobains Nirvana de rockmuziek benaderde, maar wel met een donker randje. Alleen de houthakkershemden en het slobberige uiterlijk van de bandleden zijn hetzelfde.

Om de indringend snerpende stem van zanger/gitarist Ben Bridwell wordt zijn band al te gemakkelijk met Sub Pop-labelgenoten The Shins vergeleken. Die zijn in hun pop-benadering veel luchtiger dan de Band Of Horses, vooral op het podium waar laatstgenoemde in een oorverdovend rockmonster verandert.

Op het eind vorig jaar verschenen tweede album Cease To Begin mochten ze dan harmonieus en aantrekkelijk klinken, live draaien ze de volumeknop flink open. De muziek van Band Of Horses beukt en stampt in een onweerstaanbare cadans, met de stem van Bridwell die er in hoge uithalen bovenuit giert.

Strikt genomen zou Band Of Horses met zijn drie gitaristen op rij tot de tradititie van de ‘southern rock’ gerekend kunnen worden, ware het niet dat ze er een poëtische dimensie aan toevoegen. Songs als Is there a ghost en Funeral zijn niet eenvoudig te doorgronden; vooral de laatste met de grimmige openingswoorden „Coming up only to hold you under” is een alleszins prachtig lied.

Ook in hun coverkeuze is Band Of Horses onvoorspelbaar. Van J.J. Cale speelden ze een sterk naar hun hand gezet Thirteen days en van Creedence Clearwater Revival kozen ze niet één van de hits, maar het obscure Effigy over vuur dat zich genadeloos door het landschap verspreidt.

Bridwell met zijn alsmaar langer groeiende Chriet Titulaer-baard begon sereen achter de steelgitaar, maar zette spoedig een beukende rock-groove in gang met een heilig vuur zoals dat vroeger oplaaide bij concerten van Neil Young en Crazy Horse.

Voor fans van het veel rustiger albumwerk was het wennen; op de voorste rijen stonden veel mensen met vingers in hun oren. De schijnbare tegenstelling van wondermooie nummers die loeihard gespeeld werden, maakte het voor de gelukkige bezitters van oordopjes alleen maar meeslepender.

    • Jan Vollaard
    • Door