Ambitieuze powerfeministe met extreme meningen

Twee jaar geleden was Heleen Mees nog een onbekende consultant. Nu wordt ze beschouwd als aanjager van de derde feministische golf. ‘Ze had altijd extreme meningen.’

In New York kocht Heleen Nijkamp voor 50 dollar een andere achternaam. „Mees klinkt gewoon mooi met al die lange eee’s in mijn naam.” Foto NRC Handelsblad, Vincent Mentzel Heleen MEES houdt de Pietje Bell Lezing in de Rotterdamse Kunsthal. foto VINCENT MENTZEL/NRCH==F/C==Rotterdam,==F/C==,22 november 2007 Mentzel, Vincent

Voor een feministisch columniste heeft Heleen Mees weinig op met Nederlandse vrouwen. „Vroeger waren ze veroordeeld tot onbeduidende bezigheden”, schreef ze vorig jaar. „Nu kiezen ze zelf voor trivialiteit.” Uit een column met de titel ‘Luie vrouwen’: „Terwijl Amerikaanse vrouwen met een baan gemiddeld 36 uur per week werken, zijn Nederlandse vrouwen slechts goed voor 24 uur per week.” En: „Hoogopgeleide vrouwen met kind werken niet of in deeltijd. Ze doen zelf het huishouden, en zijn verder druk met het van en naar muziekles of het voetbalveld brengen van de kinderen.”

Tot twee jaar geleden was Heleen Mees, jurist en econoom, een onbekende consultant in New York. Na een professionele tegenslag schreef ze een opiniestuk. Dat had ze al eerder gedaan, vooral op haar eigen vakgebied. Maar dit artikel bleek haar feministische coming out. Het was een felle aanklacht tegen het kleine aantal Nederlandse vrouwen in topfuncties, en een veroordeling van hoogopgeleide vrouwen die vrijwillig en massaal in kleine deeltijdbaantjes blijven hangen.

Zakelijk gezien leverde het stuk veel op: naamsbekendheid, optredens in spreekbeurten, talkshows en debatten en een vaste column in NRC Handelsblad. Mees gaf er een vervolg aan met de oprichting van de actiegroep Women on Top. Een ‘brief aan de informatrice’, over wat Balkenende-IV aan emancipatie zou moeten doen, werd op internet door ruim 1.600 vrouwen ondertekend. Binnen een jaar was Heleen Mees erkend opiniemaker en ‘powerfeminist’. Deze week houdt zij de Aletta Jacobslezing, die de Rijksuniversiteit Groningen jaarlijks rond Internationale Vrouwendag organiseert.

Maar Heleen Mees werd ook mikpunt van kritiek, vaak ‘op de man’ gespeeld. Als kinderloze kon ze niet oordelen over werkende moeders, zei verloskundige Beatrijs Smulders in een tv-debat. Directeur Linda Woudstra van Regeltante, een bedrijf dat bemiddelt in thuiszorg of kinderopvang, zei in HP/ De Tijd dat Mees „als kinderloze jonge vrouw zelf een topcarrière” zou kunnen opbouwen. „Maar dan één niet gebaseerd op vergankelijke mediaroem maar op echte, keiharde macht en invloed.”

Heleen Mees is ambitieus, zeggen mensen die haar kennen. Op jonge leeftijd wilde ze minister van Financiën worden. Na haar studies economie en rechten werd ze woordvoerder van toenmalig staatssecretaris Vermeend (Financiën, PvdA). Gedreven en deskundig, noemt hij haar. „Het is leuk als je met je woordvoerder over je vak kunt praten.” Ze werd ook actief in de PvdA: in 1998 organiseerde ze de actie ‘Polderboys’. Wouter Bos, Willem Vermeend en Rick van der Ploeg gaven colleges over het ‘succesvolle’ paarse beleid.

Van der Ploeg, nu hoogleraar economie aan de universiteit van Oxford, schreef later opiniestukken met Mees. Volgens hem heeft Mees een punt. „Het is schandalig dat in Nederland zo weinig vrouwen in hoge functies werken. Ik heb gewerkt in Italië en de VS, nu in Engeland. Daar is het totaal anders. Macro gezien ís er in Nederland een hoop onbenut talent.”

Haar engagement heeft Heleen Mees van huis uit. Haar moeder, die ze haar grote voorbeeld noemt, was verpleegkundige. Ze werkte vrijwel altijd fulltime. Dat heeft ze moeten bevechten, vertelt Gerda Nijkamp, een energieke vrouw met dezelfde sierlijk gesneden lippen als haar dochter. „De familie van mijn man zag het niet zitten.” Ze werd uiteindelijk hoofd van een polikliniek. De jeugd van haar drie kinderen – Heleen is de jongste – herinnert ze zich als een hectische maar gezellige tijd. „Toen ik op het laatst een dag minder ging werken kwam ik een vriend van mijn zoon tegen in de keuken. Dag mevrouw Nijkamp, zei hij, wilt u ook een kopje thee?”

Met haar schrijfwerk treedt Mees in de voetsporen van haar in 2003 overleden vader. Hij was journalist bij de Twentsche Courant en schreef ook columns – over kerk, politiek en maatschappij. „Hij was gelovig”, zegt jeugdvriendin Sandra Leerkotte, die opgroeide in dezelfde Hengelose straat. „Maar heel ruimdenkend. Homoseksualiteit was in de kerk taboe, maar toen ik 6 of 7 was zei hij al : Als mensen van elkaar houden moet dat kunnen. Hij was dol op Heleen. Ze was zijn benjamin. Samen voerden ze lange gesprekken over politiek.” Haar ouders hadden uitwisselbare rollen, zegt Heleen Mees. Ze noemt het een schokkende ontdekking dat dat in de meeste gezinnen anders was. En dat dat zo bleef. „Ik dacht dat de rest ons wel zou inhalen.”

Ook politiek was belangrijk in het katholieke gezin. In de jaren tachtig gingen ze natúúrlijk demonstreren tegen kernwapens, zegt Gerda Nijkamp. In huiselijke discussies kon het fel toegaan. Heleen en haar moeder botsten weleens, zegt Leerkotte. „Ze leken op elkaar in stelligheid en scherpheid.” Dan ging het over de noodzaak je aan te passen. „Heleen was niet zo van het zich conformeren aan de norm. Meer van: Dit vind ik, daar sta ik voor.”

Toen ze 18 was, ging Mees studeren in Groningen. Haar ouders kochten er een huis dat ze betrok met Sandra Leerkotte. „Heleen had altijd hogere cijfers dan mannen”, zegt zij. „Die vroegen mij hoe lang ze had geleerd. Net zo lang als jij, zei ik dan, misschien is ze gewoon slimmer.” Mees had volgens Leerkotte veel mannen om zich heen, maar weinig vriendjes. „Ze was erg kritisch en hield niet zo van het huiselijke. Over haar grote liefde zei ze: Nou heb ik toch ontdekt dat hij een káásdoos heeft. Samen op de bank, dat zocht ze niet. Liever eens in de twee weken oesters en champagne.”

Beiden werden lid van de studentenvereniging Albertus Magnus. Met eerst zes, en later vier anderen vormden ze de jaarclub ‘Fucksia’. Mees was daarin de vrouw van de mooie verhalen, zegt Leerkotte. „Ze is erg ondernemend. Als ze iets in haar hoofd heeft doet ze het. Wie waagt wint.” Daar stond volgens Leerkotte tegenover dat ze soms weinig geduld had om naar verhalen van anderen te luisteren. „Als een ander minder lekker in zijn vel zat, had ze daar al gauw genoeg van.”

„Haar standpunten waren toen al extreem”, zegt Inke Logtenberg, een andere jaarclubgenoot. „We hadden altijd levendige discussies.” Maar haar meningen leidden ook tot irritatie. „Mijn man ging met mij mee naar Haarlem toen ik daar partner kon worden”, zegt Leerkotte. „Dan vond Heleen toch een beetje dat je een loser had getrouwd. Óf je had een man met een eigen carrière, of een loser die jou volgde omdat je meer verdiende.”

Mees ontkent dat ze deze mening ooit heeft gehad. „Ik vind het juist belangrijk dat niet altijd de vrouw haar carrière opoffert, maar dat ook de man dat doet. Zo’n man is geen loser. Integendeel.”

De jaarclub komt regelmatig voorbij in interviews met Heleen Mees. Ze noemt haar clubgenoten als voorbeeld van ambitieuze vrouwen die „alles uit handen lieten vallen toen er kinderen kwamen” (Opzij, november 2007). „Ze gaven klakkeloos hun economische zelfstandigheid op” (Intermediair, april 2007). „Wij waren daar met z’n allen echt niet blij mee”, zegt Inke Logtenberg. „Alsof we een stel losers waren”, zegt Sandra Leerkotte. Het klopt niet, zeggen ze allebei. Leerkotte is mede-eigenaar van een advocatenkantoor en heeft altijd fulltime gewerkt. Logtenberg werkt drie dagen op een hogeschool en is raadslid in Hilversum. Er is een huisarts die drie dagen werkt en een organisatie-adviseur die vier dagen werkt. Allen hebben twee of drie kinderen behalve Leerkotte, die zwanger is van de eerste. Sommigen zijn rond een geboorte weleens minder gaan werken of even gestopt.

Heleen Mees blijft erbij dat alle jaarclubleden met kinderen twee of drie dagen werkten toen ze haar eerste stuk tegen het deeltijdfeminisme publiceerde. De kwestie is nooit uitgepraat. Het contact met de jaarclub was rond die tijd al verwaterd. „Haar belangstelling voor mij verdween steeds meer”, zegt Logtenberg. Leerkotte: „Soms is de rek er gewoon uit.”

Met haar meningen krijgt Heleen Mees niet alleen moeders met deeltijdbanen op de kast. Jolanda Holwerda werkt zestig uur per week in haar eigen bedrijf: Lof Magazine, ‘tijdschrift voor moeders met ambitie’. „Vrouwen hebben wél ambities”, zegt ze, „maar op meerdere vlakken. Ze willen ook de kinderen goed opvoeden.”

Holwerda heeft kinderen van 10, 8 en 3. „In Heleen Mees herken ik mezelf van vóór ik kinderen had. Ik dacht dat dat niets zou hoeven veranderen aan mijn werk. Maar kinderen tussen 0 en 4 zijn vaak ziek. Is het dan zo erg om een stapje terug te doen? Anders jaag je vrouwen ook de burn out in.” Dat heeft ze zelf meegemaakt.

„Moederschap is ongelooflijk hard werken”, zegt Beatrijs Smulders. „Heleen Mees beschouwt het als een baantje dat je er een beetje bijbeunt.” Smulders, die een eigen bedrijf heeft met zestig werknemers, heeft met Mees gedebatteerd. „Ze is heel aardig als je met haar in een taxi zit, maar in debat wordt ze enorm strak en intellectueel.” Smulders noemt haar een ‘masculiene salonfeminist’. “Ze gaat helemaal voorbij aan de krachten van het vrouw zijn: de procreatie, empathie, intuïtie. Ze heeft ook niet door hoe groot de macht van het moederschap is. Terwijl je het goud van de toekomst smeedt. Ik vind haar een Cisca Dresselhuys-feminist.”

„Hahahaha”, zegt Cisca Dresselhuys, scheidend hoofdredacteur van maandblad Opzij. „Dat vind ik helemaal niet erg.” Dresselhuys schoof Mees in twee Opzij-debatten naar voren als vertegenwoordiger van de ‘derde feministische golf’ (met documentairemaker Sunny Bergman en schrijver Naema Tahir). „Ze is een zeer welkome aanjager als het gaat om werk en carrière.” Ze ziet in Mees geen opvolger bij Opzij, zegt ze desgevraagd. „Om een redactie te leiden heb je een journalist nodig, een bladenmaker. Dat is ze niet.”

Heleen Mees heeft veel medestanders, zoals eurocommissaris Neelie Kroes, met wie ze ook een opiniestuk publiceerde. Ook Saskia Keuzenkamp, auteur van het recente SCP-rapport Nederland Deeltijdland, onderschrijft haar analyses. „De cijfers die ze aanhaalt kloppen en het is waar dat de keuze voor deeltijdwerk de carrièrekansen belemmert.” Op sommige punten heeft ze kritiek. Werken in deeltijd heeft niet altijd te maken met kinderen. Ook vrouwen zonder kinderen kiezen ervoor. En het is niet gezegd dat Amerikaanse vrouwen zoveel meer werken omdat ze ambitieuzer zijn. „Veel Amerikaanse vrouwen zouden best in deeltijd willen werken. Maar het mag daar vaak niet.”

Dat Heleen Mees haar doorbraakstuk schreef in Amerika, is niet toevallig. Het land waar ze toen acht jaar woonde, is een grote inspiratiebron gebleken, ook voor het maken van radicale keuzes. Ze was er in haar eentje naartoe gereisd op aanraden van haar toenmalige vriend. Ze stapte binnen bij Ernst en Young, vroeg om een baan en kreeg een contract. Toen dat niet werd verlengd, volgens haar wegens economische tegenwind na 911, vestigde ze zich als zelfstandig consultant. Ze adviseert bedrijven en soms ministeries, vooral over Europees mededingingsrecht. Ze is ook vice-voorzitter van de PvdA-afdeling (50 leden) in New York. Ze geeft etentjes met gastsprekers als journalist Ian Buruma en minister Jacqueline Cramer (VROM, PvdA). En ze organiseert fundraisers voor presidentskandidaat Hillary Clinton. Alles bij elkaar werkt ze, schat ze, zo’n zestig uur per week.

Ze bleef ook in New York wonen toen de afstand haar haar relatie kostte. En ze nam in 2002 een andere naam. In New York kost dat 50 dollar (in Nederland 390 euro) en er hoeven geen zwaarwegende redenen voor te zijn. Nijkamp, zegt ze, klinkt lelijk in het Engels. „Ze zeggen iets als Nietsjkèèmp.” Het werd Mees, naar een winkel in de Haagse Prinsestraat waar ze haar kleren kocht. „En het klinkt gewoon mooi met al die lange eee’s in mijn naam.”

Heeft Heleen Mees nog politieke ambities? Een ministerschap „kan natuurlijk altijd”, zegt ze. „Maar liever in Amerika. Ik ben Nederland een beetje verloren. De opkomst van en moord op Fortuyn, de moord op Van Gogh – dat vind ik nog steeds ontluisterend.”

„Ze is niet iemand die hengelt naar een functie”, zegt Rick van der Ploeg. „Dat is verfrissend, de meeste mensen zijn op zoek naar een stoeltje. Maar haar kwestie heeft ze goed voor het voetlicht gekregen. Beter dan de meeste Kamerleden.”

    • Joke Mat