Ahmadinejad als ‘goede buur’ in Irak

De Iraanse president Ahmadinejad heeft in Bagdad de toch al innige Iraans-Iraakse banden aangehaald. Maar in Iran is niet iedereen blij met zijn reis.

President Ahmadinejad van Iran (achter de lessenaar links) en de Iraakse shi’itische leider Abdel Aziz al-Hakim (achter de lessenaar rechts) geven een gezamenlijke persconferentie in Hakims residentie in Bagdad. Het bezoek van Ahmadinejad was het eerste van een Iraanse president aan Irak ooit. Foto AFP Iranian President Mahmoud Ahmadinejad (C-L) and powerful Shiite leader Abdel Aziz al-Hakim (C-R) hold a joing press conference at the latter's residence in Baghdad on March 2, 2008. Ahmadinejad began a historic visit to Iraq today -- the first ever by an Iranian president -- hoping to boost ties with Baghdad with which Tehran fought a bitter eight-year war. AFP PHOTO/AHMAD AL-RUBAYE AFP

Trots paradeerde de Iraanse president Mahmoud Ahmadinejad gisteren door de zwaar beveiligde Groene Zone in de Iraakse hoofdstad Bagdad. Hij bevond zich daar in het enige stukje Irak waar de Amerikanen zich relatief veilig voelen. Leden van de Iraakse regering, van wie velen jaren in het buurland Iran hebben gewoond, vergezelden hem.

„Het Iraakse volk houdt niet van Amerikanen”, zei Ahmadinejad tijdens een persconferentie met de shi’itische Iraakse premier Nouri al-Maleki. Veel van zijn shi’itische en Koerdische Iraakse begeleiders hadden geen vertaling nodig om het Perzisch te verstaan. Ballingschap in het buurland tijdens het bewind van Saddam Hussein en in sommige gevallen zelfs een Iraanse achtergrond hebben van deze politici bondgenoten van de Iraanse leiders gemaakt. Iran gaf steun aan deze voormalige verzetsleiders, toen de Verenigde Staten nog warme banden met de Ba’ath-Partij van Saddam Hussein onderhielden.

Ahmadinejad sprak van een „nieuw hoofdstuk in de geschiedenis tussen beide landen”. Iran en Irak vochten tussen 1980 en 1988 een bloedige oorlog uit. Dit is het eerste bezoek sinds de islamitische revolutie van 1979 van een Iraans staatshoofd aan het buurland.

Amerikaanse diplomaten en soldaten lieten zich gisteren niet zien. Sunnitische politici, die samen met de Amerikanen het shi’itische Iran ervan verdenken lokale shi’itische milities te steunen, kwamen of niet of te laat naar de plechtigheden die voor Ahmadinejad werden georganiseerd.

Omdat een goede buur ook in het Midden-Oosten beter is dan een verre vriend, kwam de Iraanse president niet met lege handen naar Irak. Dankzij de gestegen olieprijzen is Iran rijk, en dankzij de eliminatie van de regionale aartsvijanden Saddam Hussein en de Talibaan door de Verenigde Staten voelt het zich machtig. Ahmadinejad beloofde een lening van een miljard dollar aan de Iraakse regering. De verwachting is dat er verder diverse economische verdragen worden ondertekend.

„Dit bezoek is bedoeld om de toch al innige banden tussen de Iraanse en Iraakse regeringen te bezegelen”, zegt Hermidas Bavand, hoogleraar internationaal recht en relaties aan de Allameh Tabatabi universiteit in Teheran. „Iran heeft de nieuwe Iraakse regering vanaf de eerste dag volop gesteund. Van de Arabische buurlanden kunnen we dat niet zeggen”, vindt Bavand. Volgens hem zijn die landen bezorgd over Iraks shi’itische meerderheid, die sinds de Amerikaanse invasie van 2003 de macht hebben overgenomen van de sunnitische minderheid. „Maar het was niet Iran dat de shi’ieten hun macht heeft gegeven, maar de Verenigde Staten.”

Bavand heeft zijn bedenkingen bij de lening van een miljard dollar aan Irak. Veel Iraniërs eisen juist compensatie voor de Iraakse aanvallen met chemische wapens tijdens de oorlog van de jaren tachtig. „Het Iraanse volk zal niet blij zijn met dat nieuws”, zegt hij. Inflatie en werkloosheid zorgen momenteel voor grote economische problemen in Iran. Veel mensen vinden dat de regering eerst binnenlandse problemen moet oplossen, voordat er geld wordt uitgedeeld in de regio. „Het beleid van deze overheid is om economisch sterkere banden met Irak te bouwen, een lening kan daar wel nuttig voor zijn.”

Het bezoek is voornamelijk symbolisch, maar er is zeker gesproken over het eeuwige grensgeschil. In 1980 annuleerde Saddam Hussein het Verdrag van Algiers, een in 1975 gesloten overeenkomst tussen beide landen over de grens door de grensrivier de Shatt al-Arab. Vervolgens viel hij Iran binnen, waar net de islamitische revolutie had plaatsgehad. Honderdduizenden mensen kwamen om. Sinds het einde van de oorlog in 1988 bestaat er nog steeds onduidelijkheid over de grens.

„De nieuwe Iraakse regering heeft aanpassingen voorgesteld, maar Iran eist dat het verdrag volledig wordt gerespecteerd”, zegt Bavand, die voor de Iran-Irak oorlog in een Iraanse commissie zat die op de naleving van het verdrag moest toezien. „De Iraakse president heeft voorgesteld om een aantal punten aan te passen. Dit ligt natuurlijk extreem gevoelig in Iran.”

Ook voor Iraanse oorlogsveteranen ligt het bezoek aan de voormalige vijand gevoelig. Vlak voor zijn vertrek bezocht de Iraanse president nog een groep veteranen, die in hoog aanzien staan bij de Iraanse regering. Shariar Khateri, hoofd van een organisatie van slachtoffers van chemische wapens, hoopt dat de Iraanse president ook heeft aangedrongen op vervolging van toenmalige generaals en andere Iraakse verantwoordelijken. „Nu worden de meeste Iraakse leiders veroordeeld wegens lokale misdaden. Wij willen dat ze ook verantwoording afleggen voor wat ze ons hebben misdaan.”

In Bagdad sprak de Iraanse president publiekelijk niet over deze zaken. Wel ontkende hij dat Iran shi’itische milities in Irak met geld en wapens steunt, iets waarvan de VS Iran beschuldigen. Volgens hem vertrouwen beide landen elkaar. „Kijk naar onze twee volkeren, we hebben een gezamenlijke geschiedenis, cultuur en landschap”, zei hij, om vervolgens de VS een steek onder water te geven. „Als wij elkaar al niet zouden vertrouwen, zouden ze dan wel landen kunnen vertrouwen die 12.000 kilometer verderop liggen?”

    • Thomas Erdbrink