Acht doden in Armenië, noodtoestand van kracht

In de Armeense hoofdstad Jerevan zijn dit weekeinde zeven burgers en een agent gedood bij rellen tussen demonstranten en de politie. Volgens de regering raakten 59 burgers en 72 agenten gewond. President Kotsjarian heeft voor de komende drie weken de noodtoestand afgekondigd. Gisteravond patrouilleerden honderden militairen in de stad. Het leger dreigt hard op te treden bij nieuwe betogingen.

Het geweld volgde op elf dagen van vreedzame demonstraties van de oppositie tegen de uitslagen van de presidentsverkiezingen van 19 februari. Officiële winnaar met ruim 50 procent is premier Serzj Sarkisian, vertrouweling van president Kotsjarian, die na twee termijnen niet meer mee mocht doen. Buitenlandse waarnemers keurden de verkiezingen in grote lijnen goed. Volgens de VS, waar een groot deel van de Armeense diaspora woont, voldeden de verkiezingen echter niet aan de internationale standaard. Het verpauperde Armenië (3,4 miljoen inwoners) kreeg afgelopen jaren miljarden dollars Amerikaanse steun.

De oppositie, geleid door presidentskandidaat en oud-president Levon Ter-Petrosian, stelt dat er is gefraudeerd en dat hij de verkiezingen heeft gewonnen. Het geweld ontstond op zaterdagavond, toen rellen uitbraken tussen zo’n zevenduizend aanwezige demonstranten en enkele honderden ME’ers.

Medewerkers van Ter-Petrosian zeggen dat de oppositieleider onder huisarrest is geplaatst. Een minister verklaarde gisteren dat hij voor zijn eigen veiligheid „staatsbeveiliging” heeft gekregen. Een Europese gezant is naar Jerevan gestuurd om te bemiddelen. Hij zal praten met Sarkisian en Ter-Petrosian. (AFP, AP)