Zo dom is schrappen van ‘allochtoon’ niet

De kritiek van Jan Renkema op het voorstel van Hirsch Ballin was kort door de bocht. De term ‘allochtoon’ is door de overheid ingevoerd. Het dagelijks spraakgebruik volgt deze term, en niet omgekeerd, betoogt Peter Geschiere.

Tekening Ruben L. Oppenheimer Oppenheimer, Ruben L.

De nationale rage voor kort-door-de-bochtstandpunten en oneliners heeft nu ook al taalkundigen besmet. Jan Renkema, hoogleraar tekstwaliteit, vindt het „onbegrijpelijk” dat minister Hirsch Ballin „de fout” maakt om het gebruik van de term allochtoon ter discussie te stellen. „De taal volgt de werkelijkheid” en je kunt die „niet beïnvloeden via het taalgebruik.”

Dat klinkt definitief, zeker als een hoogleraar ‘tekstkwaliteit’ dat met wetenschappelijk aplomb verklaart. De vraag is of Renkema op de hoogte is van de geschiedenis van de term in Nederland. Opvallend is dat die term vrij recent en kunstmatig door de overheid geïntroduceerd is. Hirsch Ballins waarschuwing dat de overheidsdiensten voorzichtiger met die term moet zijn, is daarom zeker zinvol.

Renkema’s versie van die geschiedenis is ook al zo kort door de bocht. De term is inderdaad al in 1971 geïntroduceerd als titel van een bundel onder redactie van Verwey-Jonker. Maar de term sloeg toen niet erg aan. In de jaren zeventig en tachtig bleef ‘(etnische) minderheden’ de gangbare notie. Pas toen de WRR in 1989 zijn nota over de immigratieproblematiek de titel ‘Allochtonenbeleid’ gaf en het CBS de term vervolgens overnam voor zijn officiële statistieken, werd de term allochtoon (en vervolgens de onvermijdelijke tegenhanger ‘autochtoon’) meer gangbaar.

Maar de problemen van die term worden steeds duidelijker. Renkema heeft twijfels of „woordgebruik het leven van mensen beïnvloedt”. Kan hij zich niet voorstellen dat het voor kinderen van een immigrant uit bijvoorbeeld Marokko, moeilijk te accepteren is dat ze ook door de overheid worden aangeduid als ‘allochtoon’ – dat betekent immers ‘van andere grond’ – terwijl ze toch in Nederland geboren zijn? ‘Allochtoon’ stelt iemands Nederlanderschap ter discussie en gaat dan ook moeilijk samen met ‘integratie’. Dat had zelfs Rita Verdonk begrepen toen ze in haar nadagen als minister haar ambtenaren verzocht terughoudend te zijn met die term.

De WRR heeft in zijn definitie van ‘allochtoon’ van 1989 voorgesteld om die term „tot in de derde generatie” (een bijbels klinkende formulering) toe te passen. Bovendien blijven kinderen uit gemengde huwelijken ook allochtoon – dus: hoe meer gemengde huwelijken, hoe meer allochtonen. Het CBS past de term voorshands alleen toe voor de tweede generatie.

Maar nu de derde generatie zich meer en meer manifesteert, zijn er aanwijzingen dat die toch ook apart gecategoriseerd moet worden. Op die manier wordt een kind met één ‘allochtone’ grootouder en drie ‘autochtone’ toch zelf een ‘allochtoon’. Gelukkig heeft de WRR nu zelf aangegeven dat termen als allochtoon of autochtoon beter vermeden kunnen worden.

Nederland (en Vlaanderen) zijn in Europees verband uitzonderlijk met het gebruik van deze terminologie om het immigrantenprobleem te benoemen. In Europa heeft verder alleen Umberto Bossi van de Lega Nord in Italië ermee geëxperimenteerd. Daarnaast heeft vooral de term ‘autochtoon’ recent een grote vlucht genomen in Afrika (vooral in francofone gebieden) met minder prettige gevolgen – denk aan Ivoorkust.

De tamelijk verrassende keuze voor deze terminologie in Nederland hing samen met de hardnekkigheid waarmee de overheid tot in de jaren tachtig vasthield aan het idee dat Nederland een emigratieland was en niet een immigratieland; het was immers overbevolkt. Vandaar dat de voor de hand liggende term ‘immigrant’ in overheidsstukken gemeden moest worden.

De Verenigde Staten, waar men beduidend langer ervaring heeft met immigratie, is al lang uitgekomen bij een veel beter te hanteren terminologie: Italian-Americans, Irish-American etc. Dat heeft tenminste het voordeel dat iemand wel degelijk als Amerikaan erkend wordt.

Juist omdat rond deze hele problematiek het algemene spraakgebruik de terminologie van beleidsstukken lijkt te volgen (en niet omgekeerd), zou een taaldeskundige Hirsch Ballins pleidooi wat serieuzer mogen nemen.

Peter Geschiere is hoogleraar antropologie van Afrika aan de Universiteit van Amsterdam.

    • Peter Geschiere