Voortplantingsfrustratie is internationaal

Volgens minister Rouvoet is het „een interessante discussie die we moeten gaan voeren”: heeft Nederland meer kinderen nodig? Debat hierover is volgens Rouvoet nodig omdat het Nederlandse geboortecijfer van 1,7 per kind, binnen Europa niet slecht, zou moeten stijgen naar 2,1 om de kosten van de vergrijzing op te vangen. Verschillende auteurs nemen de handschoen op. Over wat de overheid kan doen zonder in de slaapkamer te komen.

Sokjes

Peter Cuyvers

Directeur van Family Facts.

Ouders hoef je veel niet te vertellen en één ding zeker niet: als economisch besluit is het krijgen van een kind bijna gelijk aan het aanvragen van je faillissement. En vrouwen weten: als mannen kinderen zouden moeten krijgen was het geboortecijfer geen 1,7 maar 0,0. In de dagelijkse praktijk wordt dat ook bevestigd: over het algemeen zijn het vrouwen die kinderen willen en mannen die nog even willen wachten.

Enkele jaren geleden voerde ik voor de Europese Unie een groot onderzoek uit in acht landen. Nederland is namelijk niet het enige land met een kindertekort. We lieten de vragenlijsten en statistiek even voor wat ze waren en voerden intensieve gesprekken met mannen en vrouwen in alle leeftijdsfasen, met en zonder kinderen. Eerst met elk van hen apart en daarna samen.

Het bleek dat, en dat gold voor alle onderzochte landen, vrijwel alle vrouwen er al op relatief jonge leeftijd van overtuigd waren dat ze ooit kinderen wilden, vrijwel alle mannen moesten daar als het ware ‘even aan wennen’ voordat ze meegingen in die wens. In moderne relaties wordt het kind als het ware stap voor stap aan de fameuze keukentafel uitonderhandeld. In die onderhandelingen gebruiken mannen vooral economische argumenten: kinderen kosten geld en tijd. Naarmate de partners hoger opgeleid waren, wogen die argumenten logischerwijze zwaarder en speelden ook voor vrouwen een grotere rol. Meer dan de helft van de kinderloze paren is dat onvrijwillig, meer dan de helft van de paren met één kind had er liever nog een bij gehad, maar dat was niet gelukt. En een flink deel van de vrouwen met twee kinderen wilde graag nog een derde, maar had dat niet ‘langs haar partner’ gekregen. Het resultaat: de vrouwen met nul of een kind vormen samen al bijna 40 procent van de bevolking, de helft daarvan is dus een op de vijf vrouwen die graag (nog) een kind wil maar dat niet krijgt. Dat is meer dan 30.000 gewenste kinderen per jaar die er dus niet komen. Vrijwel precies het verschil tussen de 1,7 en 2,1 van het vervangingsniveau.

Er zijn natuurlijk meer factoren die een rol spelen bij uitstel of afstel, zoals echtscheiding. Het gaat hier niet om de exacte berekening van het aantal ‘gemiste’ kinderen. Het gaat om het verborgen drama dat achter die gegevens zit. Wat de jonge Europese paren ons vertelden was in feite dat het emancipatieproces in zijn tegendeel was verkeerd. In de vorige eeuw hadden vrouwen gevochten om de beheersing van de vruchtbaarheid omdat ze meer kinderen kregen dan ze wilden. Nu is het exact omgekeerd, vrouwen moeten vechten omdat ze minder kinderen krijgen dan ze eigenlijk willen. En ze voeren een gevecht met ongelijke kansen en middelen, omdat de voorzieningen voor jonge gezinnen in heel Europa – maar in Nederland in het bijzonder – belabberd zijn. Op alle fronten, of het nu gaat om geld (kinderbijslag), tijd (verlof) of vervanging (kinderopvang).

De meeste landen hebben overigens nog wel een van de drie voorzieningen op orde, sommigen geven veel opvoedgeld, anderen hebben gratis opvang. In de praktijk blijkt overigens dat de behoeften van ouders enorm verschillen naar sociaal milieu en gezinsfase, dus de beste systemen werken nu met een ‘mix’. Zweden heeft bijvoorbeeld recent ouderschapsverlof enorm uitgebreid, waar het al goede opvang had en kent nu een van de hoogste geboortecijfers van Europa. Het is ook bewezen in internationaal vergelijkend onderzoek: hoe ‘gezinsvriendelijker’ de voorzieningen zijn, hoe meer geboorten. Daarom heeft het Europese Parlement net ook een resolutie aangenomen waarin wordt aangedrongen op meer steun in en rond de fase van gezinsvorming.

Het gaat niet aan om de uitspraak van minister Rouvoet af te doen als een neochristelijk offensief uit de oude doos. Het is een inmiddels internationaal erkend probleem van de moderne samenleving. Het is ook niet zo dat het gaat om een actie die vrouwen tot iets moet dwingen wat ze niet willen, maar juist om een actie die de jongste generaties vrouwen meer ruimte moet geven om hun grootste wens te realiseren. Vrouwen hebben geen last van voortplantingsdwang maar van voortplantingsfrustratie.

Peter Cuyvers is directeur van Family Facts.

    • Peter Cuyvers