‘Veilig opgeborgen, die Russische democratie’

Zondag kiest Rusland een president. De gedoodverfde winnaar is de door Poetin naar voren geschoven Dmitri Medvedev.

„Russen kunnen nu eenmaal niet met democratie overweg”, zegt de secretaresse van het Museum van het Begin van de Democratie tijdens het tikken. „En inmiddels zijn we gewend aan de situatie die we nu hebben. Zoals we vroeger ook gewend waren aan Stalin, die we toch jarenlang hebben toegejuicht.”

Aan de vooravond van de Russische presidentsverkiezingen van morgen is in de vijf museumzalen in het Beloselski-Belozerskipaleis aan de Nevski Prospekt de democratie nog niet op sterk water gezet. Er wordt eerder uitvoerig betoogd. De wanden hangen vol met foto’s uit de eerste helft van de jaren negentig, toen veel Russen zich nog actief inzetten voor de toekomst van hun land. Gorbatsjov, Sacharov en Jeltsin slepen je in de tijd terug.

Het meest aanwezig in het museum is Anatoli Sobtsjak, de legendarische burgemeester van Sint Petersburg in de jaren 1991-1996. Samen met zijn naaste assistenten Vladimir Poetin en Dmitri Medvedev bracht hij zijn stad toen tot ontwikkeling.

De hoogleraar in de rechten Sobtsjak, die in 2000 overleed, wordt in de zalen gehuldigd met schilderijen en foto’s. In vitrines hangen zijn toga’s, aan de muren prijken zijn eredoctoraten. Zijn bureau staat er, zijn vergadertafel, de boekenkast met werk van Cicero en Plato, een koffertje, horloge en vliegticket. Er ligt ook een tekst van Poetin: ‘Sobtsjak was voor mij een verwante ziel, een leraar en een goed mens die altijd wijze raad gaf.’ Conservator Olga Bozjtsjenko vertelt dat Poetin het museum nooit bezocht. „Maar Medvedev is hier in 2003 wel geweest.”

Over de huidige staat van de democratie in haar land laat ze zich niet uit. „Ik heb het veel te druk met andere dingen. Ons museum gaat bovendien over het begin van de democratie en niet over het heden.” Wel betreurt ze het dat nog maar weinig mensen zich voor democratie en verkiezingen interesseren. „Er is geen nieuwe generatie opgekomen die democratie belangrijk vindt”, zegt ze. „Want Medvedevs tegenstanders Zjirinovski, Zjoeganov en Bogdanov kun je toch echt geen serieuze presidentskandidaten noemen.”

Bij het verlaten van het museum roept de beveiligingsbeambte nog: „Veilig opgeborgen hè, die democratie.”

Maar in de tijd van Sobtsjak verliep die democratische ontwikkeling juist heel goed, zegt de liberale ex-politicus Sergej Stankevitsj (54), die nu een investeringsmaatschappij leidt. „In 1989 behoorden Sobtsjak en ik tot de oprichters van de democratische beweging, waarmee we het in de eerste vrije verkiezingen wilden opnemen tegen de Communistische Partij. Onze eisen waren bescheiden. We wilden vrijheid van meningsuiting, van demonstratie, afschaffing van het machtsmonopolie van de Communistische Partij, vrij reizen. Toen die eisen in 1990 werden ingewilligd, had ons land ineens relatieve vrijheid. We waren op de juiste weg. Er bestond toen meer vrijheid dan nu.”

Stankevitsj stond aan de wieg van het ‘500-dagenprogramma’ waarmee de vrijemarkteconomie moest worden ingevoerd. Bij zijn vriend Sobtsjak ontmoette hij Poetin. „Sobtsjak was eerst neutraal over hem en zei: ‘Ik word gekritiseerd dat ik een KGB’er heb aangenomen als assistent, maar hij is efficiënt. Als ik een radicale democraat zou aannemen, zou dat op een ramp uitlopen.’ Later werd hij steeds enthousiaster over Poetin, die hem hielp bij het invoeren van fundamentele markthervormingen. En Poetin is hem blijven steunen, ook in slechte tijden. En dat is bijzonder omdat KGB’ers in de regel alleen trouw zijn aan hun eigen ijzeren organisatie. Ik ken hem als een man van zijn woord.”

Ondanks de afgenomen vrijheid is Stankevitsj optimistisch over de toekomst. „Er woedt een conflict in me tussen de historicus en de democraat. De democraat zegt dat de huidige situatie ernstig en schandelijk is, maar de historicus vindt dat er na iedere revolutie een conservatieve consolidatie nodig is. En die hebben we nu. Om de overgang naar welvaart te creëren heb je een harde hand nodig, een soort Cromwell.”

Stankevitsj begrijpt alleen niet waarom met diezelfde harde hand de oppositie is uitgeschakeld. Het stoort hem. „Er bestond geen enkele noodzaak toe”, zegt hij. „Maar de staatsmachinerie was uit angst geen werk meer te hebben op zoek gegaan naar nieuwe vijanden. En dat leidde tot excessen, waar Poetin geen greep op had. Nu is hij ervan teruggekomen. Daarom heeft Medvedev twee weken geleden opgeroepen tot het versterken van de rechtsstaat en het bestrijden van de corruptie.”

Poetin en Medvedev hebben volgens hem begrepen dat hun eventuele hervormingsplannen falen, als ze alleen op de staat vertrouwen. „Ze kunnen alleen succes hebben als ze weer een zekere mate van democratie toelaten die de overheid controleert. Poetin kan dat zelf niet doen, omdat hij als conservatief zijn geloofwaardigheid zou verliezen als hij ineens zou zeggen, jongens, vanaf maandag hebben we weer democratie. Maar Medvedev kan straks topfiguren in het Kremlin ontslaan en veranderingen doorvoeren.”

„Een tweede vereiste is dat de regering voor tienduizenden Russen de mogelijkheid schept om salarissen te verdienen van enkele duizenden dollars per maand, in overeenstemming met de hoge olieprijzen. Dan moeten er nog tienduizenden kleine bedrijven worden gecreëerd om een gezonde economie te krijgen. En dat kan alleen gebeuren als de staatsmachinerie getemd wordt. Het is dan ook geen tijd om het systeem aan te vallen, maar om het spel mee te spelen. En daar moeten jonge mensen bij worden betrokken.”

Op de stoep van de deftige rechtenfaculteit waar Medvedev en Poetin studeerden, op het Vasiljevski-eiland, staan zes studenten. „Wij willen later niet voor de overheid werken, dat vinden we stom”, zeggen ze in koor. De helft van hen gaat morgen niet stemmen. Politiek interesseert ze niet. „Maar ons land is beter dan vroeger”, zegt Anastasia (20). „En we hebben wel degelijk democratie. Communistenleider Zjoeganov is een serieuze presidentskandidaat, die goede plannen heeft om het lot van de armen te verbeteren.”

Zelf wil ze advocaat worden. „De Russische wetten zijn prima”, zegt ze. „Alleen moeten de mensen zich er beter aan houden.”

Een kilometer verderop, in het gebouw van de letterenfaculteit, is de sfeer losser. Docent Joera Kleiner is tevreden over zijn studenten. „Ze zijn geïnteresseerd in mijn vak, maar absoluut niet in politiek.” En dat gedrag is volgens hem essentieel voor Rusland. „Zei Aleksandr Herzen niet dat in Rusland verandering altijd van boven komt en nooit van beneden? En daarboven hebben ze altijd die mentaliteit van ‘Ga maar weg, dan dekken wij de tafel wel, wij zorgen voor alles’. Niemand ziet hoe de tafel wordt gedekt. En het wordt door iedereen geaccepteerd.”