Valse wimpers

God heeft het huwelijk bedoeld voor man en vrouw, weet ook de op een na mooiste travestiet.

Kunstwimpers op knikkers Foto Cathy Crawford Fake eyelashes attached to red and clear glass spheres. Jupiterimages

‘Applaus voor onze eerste kandidate: een stewardess! Uw slavin met de korte rok voor de lange vlucht!” Applaus rolt gul door de voormalige synagoge vlakbij Groen Punt, Kaapstad. Het pand is omgebouwd tot polyvalente feestzaal. In het stenen fries boven het podium prijkt nog altijd een davidster.

Het applaus verandert in gejoel en geil gefluit als de kandidate, inderdaad spectaculair kortgerokt, uit de coulissen tevoorschijn schrijdt. Ze zou niet misstaan als buitenmaatse Diana Ross in een heruitgave van The Supremes. Boomlang, slank als riet en met een uitstaande haardos als van leeuwenmanen deint ze bijna hautain naar voren, op buitenissig hoge stilettohakken en met een stalen glimlach op haar welhaast rood geverniste lippen. De wiekslag van haar valse wimpers is vast voelbaar tot op de eerste rijen.

Daar zitten, aan tafeltjes, met hapjes, drankjes en stembiljetten, de fanclubs van de deelneemsters aan deze eerste verkiezing van The Real Miss Cape Town, ergens in het midden van de jaren negentig. Onder de fans verbazend weinig andere travestieten, zelfs weinig partynichten. Extended families voeren de boventoon, bijna allemaal coloured. Van oma’s tot pubers, apetrotse broers, zussen, moeders... Ze bejubelen hun deelnemende verwante fanatiek. Naarmate de avond verstrijkt en de spanning stijgt, zullen ze ook de andere kandidates beginnen te beschimpen. Het lijkt wel of ze ieder, ongeacht hun leeftijd, een aandeel hebben betaald in de uitmonstering van hun familielied, zo ongeremd zullen ze zich laten meeslepen.

Diana Ross bewijst inmiddels haar lenigheid. Ze gaat op het voortoneel, pal onder de davidster, en wild met haar ogen knipperend, door de knieën. Die houdt ze evenwel zedig tegen elkaar en ook nog eens afgewend, in amazonezit plaatsnemend op haar eigen hielen, zodoende niemand inkijk biedend op haar kruis. Deze pantomime van kuisheid dient alleen maar om een minuscule roze beautycase op de bühne neer te planten. Ze houdt het oortje vast tussen duim en wijsvinger, pink omhoog – zo laat Sneeuwwitje een zakdoek achter voor haar prins. Haar familie aan een van de tafeltjes klapt of fluit op de vingers. Ze knipoogt naar hen als naar een rijke minnaar.

Dan rijst ze langzaam, langoureus, als werd ze uit het schuim van een of andere zee geboren. En eenmaal weer in balans op haar stiletto’s, begint ze aan haar echte ballet: een gestileerde variant op de bewegingen waarmee vliegtuigpersoneel overal ter wereld de veiligheidsvoorschriften kenbaar maakt. Zwemvest, zuurstofmaskertje – met genot gedemonstreerd. De nooduitgangen – molenwiekend en met slappe pols aangewezen. Ze blijken zich in de coulissen te bevinden; eentje coté court, eentje coté jardin.

Haar familie wordt gek van adoratie. Ik zit me af te vragen of het Vlaamse woord voor stewardess – ‘luchtwaardin’ – niet afkomstig is uit het Afrikaans, met zijn charmante en toch nationalistische hang naar neologismen, zeker voor Engelse termen. Een computer is ’n rekenaar. Milkshake, bruismelk. Een aperitief voor het avondeten, ’n skemerkelkie.

Het blijft niet bij één luchtwaardin. De helft van de kandidates voert het ballet der internationale veiligheidsvoorschriften op. De anderen beelden, via even gestileerde bewegingen, een keur aan beroepen uit – kapster, directiesecretaresse, fotomodel... Eentje, lelijk als de nacht, speelt onder groot jolijt voor katholieke non. Gitaar erbij, en jawel: daar weerklinkt Dominique, -nique, -nique, de hit van Soeur Sourire. Zouden ze weten dat die even Belgisch is als Kuifje en Manneken Pis?

Het overgrote deel van de meiden is coloured, vaak verre afstammelingen van Maleise slaven. Sommigen zijn Aziatisch, een paar zijn zwart, een paar Indisch. Slechts eentje is blank. Zij draagt als enige geloofwaardig een platinablonde pruik, een kleed en een boezem die allemaal samen herinneren aan Marilyn Monroe. Als enige ook treedt ze uit de coulissen tevoorschijn met een zonnebril op. Als ze die, alweer onder de davidster, van haar neus doet glijden, wordt haar grootste troef zichtbaar. Blauwe ogen, naturel. Er gaat door de vroegere synagoge een zucht die het midden houdt tussen afgunst en bewondering.

Na de défilés in badpak, avondjurk en mantelpakje volgt het pièce de résistance: het karakterinterview met de resterende kandidates. Diana Ross moet opnieuw eerst.

Ze steekt twee koppen boven de presentator uit. Zijn eerste vragen beantwoordt ze met kwinkslagen vol dubbelzinnigheid. Bij zijn laatste vraag echter („Wat vindt u van het homohuwelijk?”) slaat de ernst toe. Haar stem klinkt meteen een octaaf lager. „Daar ben ik faliekant tegen. God heeft het huwelijk bedoeld voor man en vrouw. Ik weet dat het in onze grondwet staat, maar ik mag hopen dat de rechters en het parlement genoeg gezond verstand bezitten om die gruwel af te houden.” Ze krijgt van haar en een paar andere families een staande ovatie, die het boegeroep moeiteloos doorstaat.

Uiteindelijke wint het blanke blondje. Ze weent mascaratranen van geluk. Gekroond en wel mag ze nog één vraag beantwoorden. Wat is haar grootste droom? „In Amsterdam wonen. In een bloemenzaak met niets dan tulpen.”

Ze krijgt er applaus voor. Zonder boegeroep.

    • Tom Lanoye