Toon de andere wang in de wereldeconomie

Het wantrouwen rukt op in de wereldeconomie. Dinsdag wedijverden de twee kandidaten bij de Democratische voorverkiezingen in de VS, Clinton en Obama, in hun afkeuring van het NAFTA-vrijhandelsakkoord met Canada en Mexico. De geur van protectionisme in het Amerikaanse politieke debat is steeds penetranter. Woensdag kwam de Europese Commissie met voorstellen voor de behandeling van staatsinvesteringsfondsen, die meteen door de belangrijke lidstaten werden bekritiseerd als veel te liberaal. Staatsinvesteringsfondsen, die de aanzwellende financiële reserves beleggen van vooral oliestaten en opkomende Aziatische industrielanden, worden in Europa en in de VS met groeiende argwaan bezien – al hielpen zij onlangs al menig wankelende westerse bank met kapitaalinjecties uit de problemen. Donderdag maakte de Duitse energiegigant Eon bekend de productie en distributie van energie te zullen splitsen. Dat was zeer naar wens van de Europese Commissie, maar kon rekenen op grote weerstand van vooral de Duitse en Franse regering. Als elke nationale energiekampioen zichzelf zo opdeelt, is dat ongetwijfeld goed voor de vrije concurrentie binnen Europa, zo luidt het argument, maar wie is dan nog groot genoeg om op te boksen tegen de macht van het Russische Gazprom dat de leveranties aan Europa beheerst?

De internationale vrijheid van handel en kapitaalverkeer is nooit zonder tegenstand geweest. Maar in de afgelopen decennia was de onderstroom wel altijd dat iedereen het spel uiteindelijk afdoende volgens de regels speelde. Onder de paraplu van de leider van de wereldeconomie, de Verenigde Staten, heeft de globalisering zich kunnen voltrekken. De Pax Americana was niet alleen een politiek, maar zeker ook een economisch fenomeen.

Dat model lijkt plotseling sleets. Nieuwe industriële spelers komen op, de zucht naar grondstoffen legt meer macht dan ooit bij de producenten van bijvoorbeeld olie, die deze week een prijsniveau van meer dan 100 dollar per vat bereikte. Met de verschuivende machtsverhoudingen veranderen ook de vertrouwde spelregels. De scheiding tussen politiek en economie, die in het Westen zeker sinds het eind van de jaren tachtig is doorgezet, is bij de opkomende spelers in de wereldeconomie helemaal geen automatisme. Contracten met westerse oliemaatschappijen zijn al verscheurd of unilateraal herzien. Spaargeld wordt niet verzameld door particulieren, maar door de Staat. En dus wordt het ook niet door particulieren belegd, maar door de gevreesde staatsfondsen. Russische gasleveranties aan Europa blijken niet alleen een zakelijke overeenkomst, maar als het erop aankomt ook een machtsmiddel. Bedrijven opereren ook op vreemde bodem namens hun aandeelhouders, daar zijn we aan gewend. Maar wat nu als de aandeelhouder een nationale staat is? Ontwikkelingshulp was voor het Westen al nooit vrij van eigenbelang, maar China doet in Afrika niet eens de moeite om zijn staatsdoelen te verhullen.

Zodra economie en politiek door elkaar lopen, verandert het spel, wantrouwen zakelijke partners elkaars werkelijke, politieke, drijfveren. Toenemende schaarste, een belangrijk gevolg van het economische succes van een groeiend deel van de wereld, speelt daarbij een rol: het zekerstellen van voldoende voedsel, olie, staal en straks ook water wordt geformuleerd als een nationaal belang dat te groot wordt geacht om aan de vrije wereldmarkt over te laten. Want voor dat laatste is vertrouwen nodig, wederkerigheid en de overtuiging dat de ander zich aan zijn afspraken houdt.

Het afglijden naar protectie zou onfortuinlijk zijn en iedereen slechter af maken. Het Westen is gebaat bij het handhaven en verder voltooien van de internationale vrijheid van handel en kapitaalverkeer. Het kan, ook in een wereldeconomie waar de macht verschuift, niet anders doen dan blijven aantonen dat vertrouwen de vruchtbaarste houding is in de internationale economie. Als Europa en de VS zich terugtrekken in de verdediging van een nauw nationaal belang, dan veroorzaken zij enkel dat de nieuwe spelers zich bij voorbaat gesterkt zien in hun eigen gelijk.