Tal R heeft aan zeven kleuren wel genoeg

Tal R, ‘Stairs Afrique’, 2005 Foto Achenbach Art Consulting

Tentoonstelling Tal R: The Sum. T/m 20 april in het Bonnefantenmuseum, Avenue Ceramique 250, Maastricht. Di-zo 11-17u. Inl: www.bonnefanten.nl

Ze staan vandaag klaar. Zoals ze gisteren klaarstonden. En morgen zullen klaarstaan. Zeven ingrediënten op het aanrecht. Precies díe zeven. Daar moeten we het mee doen. Drie jaar lang stellen we daarmee onze maaltijd samen. Dat is de afspraak. Niet om te zien of we het volhouden – want koken is geen wedkamp en eten al helemaal niet – maar om te zien waar onze verbeelding ons brengt. Wat kunnen we voor gerechten uit de pan toveren, als we alleen die zeven ingrediënten gebruiken?

Koken en schilderen zijn in de belevingswereld van de in 1967 in Israël geboren en in Denemarken opgegroeide kunstenaar Tal Rosenzweig hecht met elkaar verbonden. Niet dat Tal R, zoals zijn kunstenaarsnaam luidt, koks achter het fornuis schildert of culinaire stillevens maakt met carpaccio, avocado’s en Siberische omeletten. Nee, koken is slechts de referentie. „Ik schilder een beetje, zoals mensen een lunchbox samenstellen”, zei hij een paar jaar geleden in een interview. „Ik heb een grote stoofpot op het vuur en gooi daar allerlei spullen in.” Zijn eerste solotentoonstelling in 2003 in Londen heette Lords of the Koboljnik (‘koboljnik’ is Hebreeuws voor kliekjes).

Toch is er meer culinairs aan Tal R’s manier van schilderen dan deze taalkundige grapjes, die een beetje aan onze eigen ‘ik rotzooi maar wat aan’ Karel Appel doen denken. Daarvoor moet je de schilderijen van Tal R zien – liefst in levende lijve. Het Bonnefantenmuseum in Maastricht viel de afgelopen jaren al vaker op met zijn originele tentoonstellingsprogramma van jonge, figuratieve schilders, die internationaal flink aan de weg timmerden, maar voor wie het Stedelijk Museum in Amsterdam nog zijn neus ophaalde. Het Bonnefanten toonde Neo Rauch, lang voordat het Stedelijk zich aan de Leipziger multimiljonair waagde. Het Bonnefanten slaagde erin Peter Doig naar Nederland te halen. En ook nu toont het museum de in Nederland totaal onbekende Tan R Die tentoonstelling is een snoepwinkel voor schilderkunstige lekkerbekken.

Zwart, wit, roze, groen, rood, geel en groen. Zeven kleuren, ongemengd. Zo uit de tube op het doek. Of vanuit de tube op het palet, en dan met dikke kwasten, dunne kwasten, soms met de achterkant van de kwast op het linnen uitgesmeerd. Klodders hier en daar, dikke wormen, stukken papier daaroverheen geplakt en weer geschilderd. Drie jaar lang gebruikte Tal R alleen deze kleuren. Dat was de afspraak. Drie jaar lang alleen die kleuren op achttien doeken van exact 2,5 bij 2,5 meter. Het resultaat heet The Sum.

Het is de uitdaging die de virtuoos zich stelt. Arnon Grunberg die in het alter ego van Marek van der Jagt kruipt. Mozart die variatie op variatie op variatie componeert. Tal R, die laat zien dat zeven kleuren voldoende zijn. Zeven kleuren, die zorgen voor een explosie aan zintuiglijke impressies en een waaier aan variaties. Het is een explosie die zich afspeelt binnen de hechte structuur van een raamwerk, een raster, een horizontale, rode dragende balk. Dat is de zorgvuldig geconstrueerde basis die de schilder legt, en daarna kan hij ‘los’.

Ook in zijn motieven spreidt Tal R die vrijheid tentoon. Is de interesse gewekt door een psychedelische platenhoes, door kitscherige gondels in Venetië of door een foto van de jonge Adolf Hitler in een café, toen hij nog schilder wilde worden – dan wordt dit in een hutspot van decoratieve guirlandes, geometrische motieven en doodshoofden afgebeeld. Is de jongensdroom een schip, het zilte sop, een broeierige havenstad – dan worden die elementen in zeven feestwinkelkleuren, naïef op elkaar gestapeld en met zijn allen in de hoek van het doek gedrongen. In Sailing Inn liggen de stad en de boten rechts. Daar lonken de huizen, de cafés, met heldere ramen en vlaggen daardoorheen. De zee ligt links en is wit en leeg. Een mysterieus, onbeschreven veld dat de drukte rechts in evenwicht houdt.

Even vrij gaat Tal R om met zijn schilderkunstige voorbeelden: Matisse, Picasso en zijn landgenoot Asger Jorn passeren de revue. Soms zijn er schilderijen die direct naar hen verwijzen, soms zijn er doeken die alleen op sommige plaatsen doen denken aan zo’n voorbeeld. Een vleugje Picasso, een vleugje Braque – en hop, daar gaat de staafmixer aan.

Tal R – dat zal iedereen in Maastricht zien – celebreert het schilderen in zijn puurste, meest vitale vorm. Zijn werk behandelt geen maatschappelijke thema’s, alleen zaken die hem persoonlijk interesseren: het leven, de dood en alles wat daartussen ligt. Tal R doet geen uitspraken over Deense cartoonrellen, over islam of machtspolitiek. „Schilderen”, zegt hij, „is het tegenovergestelde van maatschappelijk relevante kunst”. En dat is een belangrijke uitspraak, zeker gezien de toenemende roep van beleidsmakers en museummedewerkers om politiek-relevante kunst.

„Een schilderij”, zegt Tal R, „kan niet claimen dat het iets bijzonders is. Het staat gewoon tegen de muur te drogen.” Gewoon een schilderij. Springlevend. Wij kunnen ons ermee gelukkig prijzen.