Strijden op de wind

Vliegergevechten in Afghanistan en Pakistan zijn populair, zoals Khaled Hosseini beschrijft in De Vliegeraar. Nu is de tijd van de grote voorjaarsfestivals.

Jongens keuren vliegers bij een vliegerwinkel in de Afghaanse hoofdstad Kabul Czerwinski, Bas

Wat is onschuldiger dan een vrolijk gekleurde vlieger in de blauwe lucht, dansend met zijn lange staart op de vlagen van de wind? Miljoenen kinderen, en ook volwassenen, in grote delen van Afghanistan, Pakistan en India beleven er plezier aan, vooral tijdens de winter en in het voorjaar als het weer gunstig is voor acrobatische kunststukjes. Vooral spannende luchtgevechten zijn in trek. In veel dorpen en steden zijn omlaag dwarrelende vliegers in de namiddagzon een vertrouwd beeld. Nu is de tijd van de grote voorjaarsfestivals, waarbij in sommige steden vliegerwedstrijden een belangrijk onderdeel van het feestprogramma uitmaken.

Toch weten we door het bewind van de Talibaan in Afghanistan dat het volksvermaak minder onschuldig is dan het lijkt. De Talibaan bestempelden het vliegeren als ‘on-islamitisch’, net als film, muziek en dans, sport en net als het naar school sturen van meisjes. Dat was allemaal verboden toen zij nog aan de macht waren. En als het aan extreemfundamentalisten in Afghanistan én in Pakistan lag, zouden de meeste van die dingen nog steeds verboden zijn.

Niet alleen islamitische fatsoensrakkers hebben moeite met vliegeren. Juist dezer dagen laait de discussie weer hoog op over het traditionele Basant (Voorjaars) Festival in de Oost-Pakistaanse stad Lahore, van oudsher het belangrijkste vliegerfeest in de regio dat jaarlijks duizenden bezoekers trekt. De lokale middenstand verheugt zich op de extra inkomsten, maar tot woede van de organisatoren willen de autoriteiten het festijn deze keer verbieden. Hun argument: het is veel te gevaarlijk geworden.

De afgelopen jaren vielen in Lahore tientallen doden tijdens Basant. Veel slachtoffers waren vliegeraars op de platte daken van huizen en hotels, die in hun enthousiasme niet meer goed opletten en naar beneden vielen. Of het waren toeschouwers die zware snijwonden aan gezicht en hals opliepen door losgeslagen vliegerdraad dat voorzien was van verpulverd glas of waaraan zelfs scheermesjes waren bevestigd.

Vliegergevechten behoren in landen als Afghanistan en Pakistan tot het wezen van de vliegercultuur, zoals Khaled Hosseini beschrijft in De Vliegeraar. „Elke winter waren er in Kabul wedstrijden waarin de wijken tegen elkaar uitkwamen. Voor mij als jongetje was de dag van het toernooi onmiskenbaar het hoogtepunt van het koude seizoen. In de nacht voor het toernooi deed ik nooit een oog dicht. (..) In Kabul waren de vliegergevechten eigenlijk een soort oorlog.”

Na het vertrek van de Talibaan gingen in 2002 in Kabul de stalletjes weer open waar je vliegers in allerlei afmetingen, vormen en kleuren kunt kopen. En nog steeds wordt het meeste plezier beleefd aan elkaar de loef afsteken door met de lijn van je eigen vlieger die van de tegenstander te doorklieven. Net zoals in Lahore wordt bij serieuze wedstrijden veel aandacht besteed aan het vlijmscherp maken van de vliegerlijn.

In de verhitte discussie over het al dan niet afgelasten van het Basant Festival wordt overigens niet alleen verwezen naar de veiligheid. Er worden ook religieuze en nationalistische argumenten ingezet. Een advocaat vroeg drie jaar geleden al bij het Hof in Lahore om een verbod. Het Basant Festival, betoogde hij, veroorzaakt enorm veel schade en overlast, en is bovendien een hindoefeest, waaraan „de voorvaders van de Pakistaanse moslims nooit hebben deelgenomen”.

Maar volgens de organisator van het vliegerfeest werd Basant al in Lahore gevierd voor de deling van het Indiase subcontinent (in 1947). En, zei hij deze week in een Pakistaanse krant, de kans is groot dat het Basant Festival van Lahore in de toekomst wordt ingepikt door India.

In de aangrenzende Indiase deelstaten Rajasthan, Gujarat en Punjab bestaat ook een bloeiende vliegercultuur. En ook daar vallen soms slachtoffers. Vorige maand nog kwam in een dorpje bij Ahmedabad een 10-jarig jongetje om het leven toen hij al vliegerend onder een trein liep. De buurtbewoners vierden het Voorjaarsfeest en konden hem niet meer op tijd waarschuwen.

Zijn grootvader verongelukte vier jaar geleden op nagenoeg dezelfde plek onder een trein in de tegenovergestelde richting, meldde de krant.

    • Bas Czerwinski
    • Wim Brummelman Tekst