Stimuleer ouderschap op jongere leeftijd

Volgens minister Rouvoet is het „een interessante discussie die we moeten gaan voeren”: heeft Nederland meer kinderen nodig? Debat hierover is volgens Rouvoet nodig omdat het Nederlandse geboortecijfer van 1,7 per kind, binnen Europa niet slecht, zou moeten stijgen naar 2,1 om de kosten van de vergrijzing op te vangen. Verschillende auteurs nemen de handschoen op. Over wat de overheid kan doen zonder in de slaapkamer te komen.

Flesje melk

Didi Braat

Vicevoorzitter van de Raad voor de Volksgezondheid en Zorg en hoogleraar gynaecologie en verloskunde aan het Universitair Medisch Centrum St Radboud in Nijmegen.

Als het aan het kabinet ligt neemt het aantal mensen met een baan in Nederland toe van 73 procent nu naar tachtig procent in 2016. De druk om te werken en om het aantal gewerkte uren van mensen die al een baan hebben te verhogen leidt tot uitstel van zwangerschap. Mannen en vrouwen die tot uitstel van ouderschap hebben besloten maken echter nog een tweede in feite verborgen keuze. De kansen op een doorgaande zwangerschap binnen één jaar neemt voor vrouwen na hun 30ste jaar af. Rond het 35ste levensjaar is deze kans nog zeventig procent, bij 38 jaar nog maar veertig en bij 41 jaar en ouder minder dan tien procent. Kunstmatige bevruchting biedt niet altijd soelaas. Een op de veertig kinderen die dit jaar in Nederland worden geboren is het product van ivf. Maar uiteindelijk gaat het dan om slechts de helft van het aantal paren dat met ivf-behandelingen kinderen wil krijgen. De andere helft blijft kinderloos en vaak geeft de leeftijd van de vrouw daarbij de doorslag. Het aantal spontane miskramen bij zwangerschappen op latere leeftijd neemt toe. Dat geldt ook voor prenatale sterfte en vroeggeboorte.

De kennis over deze medische risico’s is gebrekkig. Veel mensen denken dat de vruchtbaarheid bij de vrouw pas na haar 36ste jaar terugloopt. Ook is men niet op de hoogte van het toegenomen risico op borstkanker, hogere kansen op meerlingen en vroeggeboorte. En er wordt al helemaal niet aan gedacht dat met vroeggeboorten ook de kans toeneemt op leerstoornissen, waardoor deze kinderen vaker dan andere kinderen zijn aangewezen op speciaal onderwijs.

Zo ontstaat een merkwaardige paradox. Uit financieel-economisch en sociaal-psychologisch oogpunt ligt het voor de hand te wachten met het krijgen van kinderen. Maar om medische redenen is het beter als vrouwen kinderen op jongere leeftijd krijgen. Duidelijk is dat de financieel-economische ambities van dit kabinet botsen met het medische belang.

In ons land rust – overigens terecht – een taboe op bemoeienis van welke instantie of persoon dan ook met de wijze waarop mannen en vrouwen keuzes maken over gezinsvorming. Toch kan de overheid niet werkeloos langs de zijlijn staan. Wie als vrouw pas na haar 35ste besluit tot ouderschap heeft vaak door gebrek aan kennis al onbewust een keuze gemaakt waarvan zij en haar partner de gevolgen vaak niet overzien. Wie dan pas weet heeft van de risico’s van uitstel van ouderschap heeft geen andere keuze meer. Als informatie over zulke risico’s bij uitgesteld ouderschap eerder beschikbaar was geweest was wel sprake geweest van een afgewogen keuze. Wie op de hoogte is van alle voor- én alle nadelen van uitstel van ouderschap kan een echte, goed overwogen, keuze maken.

Daar ligt de eerste opgave voor de overheid. Via het onderwijs en de gezondheidszorg kan meer bekendheid worden gegeven aan de risico’s van late zwangerschappen. Daarnaast zijn voorzieningen die het krijgen van kinderen op jongere leeftijd aantrekkelijker en dringend gewenst. Bevallingsverlof voor vrouwen én voor mannen, meer ouderschapsverlof in het eerste levensjaar van het kind. De overheid kan het nodige doen om ouderschap en studie beter te combineren. Het huidige onderwijssysteem en de studiefinanciering houden geen rekening met het krijgen van kinderen. Voor jonge ouders is het als starters moeilijk om passende en betaalbare woonruimte te vinden. Gezinsvorming en carrièreplanning sporen ook niet goed met elkaar. De overheid zou werkgevers kunnen aanspreken over een betere combinatie van werk en ouderschap. De overheid kan als werkgever een voorbeeldfunctie vervullen bij de flexibilisering van werktijden.

    • Didi Braat