Samenhangend beeld van positie van vrouwen

Volgens minister Rouvoet is het „een interessante discussie die we moeten gaan voeren”: heeft Nederland meer kinderen nodig? Debat hierover is volgens Rouvoet nodig omdat het Nederlandse geboortecijfer van 1,7 per kind, binnen Europa niet slecht, zou moeten stijgen naar 2,1 om de kosten van de vergrijzing op te vangen. Verschillende auteurs nemen de handschoen op. Over wat de overheid kan doen zonder in de slaapkamer te komen.

Judith Merkies en Marcel Canoy

Beiden zijn werkzaam bij de Europese Commissie.

Minister Rouvoet verdient lof. Bevolkingspolitiek is geen vies woord, maar het moet niet over het krijgen van de hoeveelheid kinderen gaan. De keuzevrijheid die vrouwen en mannen in staat stelt om een goede balans te vinden tussen werk, privé en zorg moet voorop staan. Als Nederland al ergens een probleem mee heeft dan is het de positie van vrouwen.

De Nederlandse vrouw wil hoogopgeleid, ambitieus, moeder en aan de man zijn. En daarbij natuurlijk forever young. Maar het wordt hun niet gemakkelijk gemaakt deze wensen te realiseren. Extreme keuzes zijn het gevolg. De Nederlandse vrouw is koploper in de wedstrijd wie het oudst is bij het krijgen van het eerste kind. Ze is tevens wereldkampioene parttime werken.

De economische gevolgen zijn niet mis: alleen al de hoge-leeftijd-moeders leiden tot een moeizame reïntegratie van vrouwen die op oudere leeftijd terugkeren naar het werk, een breuk in de carrièreontwikkeling op een cruciale leeftijd, hoge gezondheidszorgkosten door vruchtbaarheidsproblematiek en complicaties bij zwangerschappen en geboortes.

Hoewel deze feiten bekend zijn, kent het publieke discours een wonderlijk verloop.

De carrièrevrouw krijgt het neoconservatieve verwijt dat ze óf geen of te weinig kinderen baart óf dat ze hen verwaarloost. De thuiszittende vrouw wordt als improductieve ‘muts’ weggezet en als ze in deeltijd gaat werken is ze vlees noch vis. Zo schiet het niet op met de emancipatie.

De overheid werkt ook al niet mee. Die schaft weliswaar eindelijk de ‘aanrechtsubsidie’ af, maar met een overgangstermijn van vijftien jaar. Kinderopvang in verschillende soorten en maten komt eindelijk een beetje van de grond, maar we lopen nog steeds een straatlengte achter op België, Frankrijk of Scandinavië. Er is geen gericht beleid om vrouwen zo snel mogelijk weer aan het werk krijgen. Mannen krijgen geen relevant verlof na de geboorte van een kind en nemen of krijgen te weinig ouderschapsverlof. En er wordt niets in het werk gesteld om vrouwen eerder kinderen te laten krijgen.

Voorts zijn het in Nederland vooral de vrouwen die op elkaar vitten. Zo is de algemene opvatting onder vrouwen dat een goede moeder vooral veel thuis is, maar wij horen mannen met werkende vrouwen hier zelden voor pleiten. Het moederschap is een grote breuk met het leven vóór de kinderen, waarin je volgens de algemeen heersende opvattingen vooral alles gedaan en gezien moet hebben. Zo bezien is het moederschap dan ook niet heel aanlokkelijk en wordt dan ook uitgesteld totdat de biologische alarmbel rinkelt.

We praten elkaar deze dingen aan. Het is een mooie gedachte dat je eerst moet genieten voor je kinderen krijgt. Het is best handig dat je wat spaart voor je kind en dat je in ieder geval al de zekerheid van werk hebt. Prima dat technologische vernieuwingen vrouwen met kinderwens op hoge leeftijd ondersteunen. Maar de notie dat dit alles voor vrouwen en voor de samenleving majeure kosten met zich meedraagt ontbreekt in de discussie.

De vrouwen die ondanks de psychologische druk en de niet meewerkende overheid, toch ook een volwaardige carrière willen hebben, stuiten uiteindelijk vaak op het glazen plafond. In de top van het Nederlandse bedrijfsleven ontbreken vrouwen vrijwel volledig. Uit onderzoek blijkt dat bedrijven die een combinatie van vrouwen en mannen in de leiding hebben het beter doen dan bedrijven met alleen mannen. Executive boards hebben meer aan een gezonde mix dan aan elkaar alsmaar opjuttende haantjes. Het eventuele gebrek aan risico’s nemen wordt ruimschoots gecompenseerd door vrouwelijke eigenschappen zoals het vooropstellen van het gemeenschappelijk belang die minstens zo belangrijk zijn voor een organisatie. De afwezigheid van vrouwelijke rolmodellen ontmoedigt vrouwen bij hun ambities.

De vrouw die toch een gat heeft weten te bikken in het glazen plafond, moet ook nog het geluk hebben een zorgzame man thuis aan te treffen. Echter, nog steeds doet de man niet wat hij kan. En de overheid doet op haar beurt te weinig om het mannen aantrekkelijk te maken om tijd voor de kinderen te nemen.

Om het tij te keren moeten alle beleidsmiddelen op een zinnige manier worden gebundeld. De overheid moet de rode loper uitrollen voor vrouwen met ambitie en voor mannen met een zorgwens. Tegelijkertijd moeten bewuste keuzes gerespecteerd worden. Prima als vrouwen later kinderen willen of zelf de opvoeding in handen willen nemen door thuis te zitten, maar de maatschappij moet dit niet stimuleren. Respect voor keuzes impliceert dat vrouwen beter in hun vel gaan zitten. Gelukkige vrouwen maken gelukkige huwelijken met leuke kinderen en wie weet ook meer kinderen. Daarnaast willen we dat hoogopgeleide vrouwen moeder kunnen worden zonder onnodige zorgen. Het zijn zaken van een groot maatschappelijk en economisch belang.

Instellingen als het CPB en SCP produceren weliswaar doorwrochte stukken over arbeidsparticipatie van vrouwen, maar maken ten onrechte hun handen niet vuil aan een meeromvattende analyse over de rol van de vrouw in Nederland. En dáár moet de discussie over gaan.

    • Marcel Canoy
    • Judith Merkies