Rap een rap tegen

„Als moslims niet met geweld reageren, weegt de film van Wilders geen haar.” Rondgang door een stad met een grote moslimgemeenschap.

Rockstar tijdens de opnamen van de clip ‘Tijd voor tolerantie’ Nederland, Eindhoven, 16-02-2008 Opnames voor de clip bij het nummer "Tijd voor tolerantie" Foto: Joyce van Belkom Rap een tegenrap. Eindhoven heeft zich voorbereid op problemen na de Wildersfilm. „We wilden niet worden verrast zoals in 2004 na de moord op Van Gogh.” Belkom, Joyce van

Van de vele tientallen filmpjes op Youtube over PVV-politicus Geert Wilders komt er ééntje uit de Eindhovense achterstandswijk Woensel-West. ‘Youssef’ en ‘Kamal’ maken gangsta-rap met een knipoog: satires op het straatleven, vol seks, drugs en criminaliteit. Maar de tekst van Woensel Bitch, die eind december op de website van Geen Stijl verscheen, leek ook over de politiek te gaan.

Ewa (luister, red.)

Ik ben weer terug uit Vught (waar de Hofstad groep vastzit, red.)

Ik was terecht op de vlucht

Maar nu ben ik opgelucht

Kanker-ibajesh (politie, red.)

maakten me leven zuur

Als wahed (een, red.) citroen (...)

Of wil je glas in je gezicht

187 (politiecode voor moord, red.) op een blanke agent

Palestinabuurt (een buurt in Woensel waar de straten Bijbelse namen hebben, red.)

Waar die Joden wegrent

11 september is hier bedacht

Door onze terrorisatie

Is Amerika geslacht

In de videoclip zwaaien gemaskerde straatjongetjes met knuppels, messen, hamers en een zaag. In een kelderbox doen ze alsof ze de keel doorsnijden van een geknielde man met peroxideblond haar.

Motherfucker

Ik schiet je dood

Geert Wilders

Breek je benen

Ik neem je leven

Ik neem je naar beneden

Toen Wilders aangifte deed, boden Yoessef en Kamal snel excuses aan in een e-mail aan het Eindhovens Dagblad. De clip was „één grote grap”, aldus de rappers. Volgens de krant bestaat het duo uit een Eindhovenaar van Marokkaanse afkomst (Youssef) en een autochtone Eindhovenaar van begin twintig (Kamal). Maar de volgende dag meldden ‘Youssef’ en ‘Kamal’ in een ingezonden brief dat „de man achter Y & K” een „autochtone jongen” is. De politie heeft geen idee wie er achter de pseudoniemen schuil gaat. De zaak is nog in onderzoek. Woensel Bitch staat nogal altijd online.

Zo had Eindhoven zijn eigen Wilders-affaire, kort na de in november vorig jaar aangekondigde en langverwachte film van de PVV-politicus over het heilige boek van circa 1,5 miljard wereldbewoners: de Koran. Zijn film ‘Fitna’ (tweedracht) zal waarschijnlijk begin deze maand verschijnen. De precieze inhoud is nog onbekend, maar dat moslims over de hele wereld zich geprovoceerd zullen voelen, lijkt zeker.

Afgelopen woensdag sprak Wilders met de ministers Ernst Hirsch Ballin (Justitie) en Maxime Verhagen (Buitenlandse Zaken) over zijn anti-Koran film. Volgens ingewijden waarschuwden de ministers voor mogelijke juridische stappen tegen de PVV-politicus, en voor de politieke en economische schade voor Nederland. Wilders was boos over het gesprek: „Het was een uur pure intimidatie.” Afgelopen donderdag riep het CDA Wilders op de film niet uit te zenden. Andere partijen steunen die oproep niet.

Al in november stuurde het kabinet een brief naar alle burgemeesters in het land, waarin werd gewaarschuwd voor „onrust in de samenleving en spanning tussen bevolkingsgroepen”. Het kabinet vroeg de burgemeesters „extra alert te zijn” in de contacten met de burgers, „en in het bijzonder de moslimgemeenschap”.

Maar hoe gaat dat? Hoe bereidt een stad zijn inwoners voor op een film waarvan de inhoud nog onbekend is? Kunnen spanningen en polarisatie eigenlijk wel worden voorkomen?

In Eindhoven lukte dat eerder niet. Na de moord op cineast Theo van Gogh in 2004 werden verschillende moslims bedreigd. De Turkse Fatih-moskee werd besmeurd met varkensbloed en er ging een bom af bij een islamitische basisschool.

Wat is er sindsdien veranderd? NRC Handelsblad sprak de afgelopen twee maanden met een groot aantal Eindhovenaren: ambtenaren, jongerenwerkers, een politiechef, een imam, en moslimjongeren.

Het waren soms lastige gesprekken.

Alleen jonge moslims praten openlijk over hun ideeën. De officiële vertegenwoordigers van de moslimgemeenschap zeggen het liefste niets. Bestuurders, politie en welzijnswerkers zijn voorzichtig en benadrukken vooral graag hoe goed het gaat in Eindhoven. De contacten met de moslimgemeenschap zijn verbeterd, zeggen ze. Radicale imams van de orthodoxe Al-Fourqaan moskee zijn door de IND het land uitgezet. De problemen met allochtone jongeren zijn „onder ogen gezien” en zo veel mogelijk gezamenlijk aangepakt.

Maar achter de schermen is de gemeente waakzaam. De afgelopen maanden zijn maatregelen getroffen om eventuele onrust in goede banen te leiden. Alleen voor de zekerheid, benadrukken de bestuurders. „We hebben geen signalen dat er iets staat te gebeuren”, zegt politiechef Pieter van der Linden. „Als je een helm draagt op de brommer”, zegt projectmanager ‘Diversiteit’ Sophie van Hof, „ga je er toch ook niet van uit dat je gaat vallen?”

Vijf mannen zitten op een januari-avond in een Marokkaans buurthuis rond de tafel en drinken hun muntthee: de één in djellaba, de ander in spijkerbroek. De vijf moskeebestuurders willen praten over de Wilders-film, maar niet met journalisten erbij. „We proberen onze achterban in de hand te houden”, zegt Ismaïl Özturk, van de Turkse Fatih-moskee. „Wij conformeren ons aan de lijn van de gemeente”, zegt Abderrazak Batah, voorzitter van de Marokkaanse moskee Arrahman. Om daaraan toe te voegen: „U hebt ons al een half uur opgehouden. Wilt u nu weggaan?”

De moslimvertegenwoordigers zijn niet voor niets voorzichtig. Hun achterban maakt zich grote zorgen. De afgelopen jaren is de Eindhovense moslimgemeenschap verschillende malen opgeschrikt door incidenten.

Begin 2002 werden Ahmed el Bakiouli (22) en Khaled el Hassnaoui (21) onder verdachte omstandigheden in Kashmir doodgeschoten. De twee Eindhovense jongens kwamen vaak in de salafistische Al-Fourqaan-moskee aan de Otterstraat. Nederlandse jongeren werden daar geworven voor de jihad, de heilige oorlog, zo zei de Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst (AIVD). In september 2002 rolde de politie een ‘rekruteringsnetwerk’ rond de moskee op. Alle twaalf verdachten werden vrijgesproken, maar de Al-Fourqaan-moskee was intussen wel landelijk bekend geworden als een verdachte plek waar extremistische ideeën worden verspreid. Op advies van de AIVD werden de verblijfsvergunningen van de drie buitenlandse imams van de Al-Fourqaan ingetrokken. De beroepsprocedures sleepten zich jaren voort, maar werden door de moskee verloren.

Begin dit jaar ontstond er onrust onder de Eindhovense moslims over folders van de ondergrondse radicale ‘partij voor bevrijding’ Hizb ut Tahrir (HUT). Onder de titel ‘Halt tegen het lasteren van de islam’ riep de Nederlandse jongerenorganisatie van de HUT-moslims op een petitie te ondertekenen tegen de „voortdurende” beledigingen van het geloof. Volgens Okay Pala, het enige partijlid dat in de openbaarheid treedt, was het niet de bedoeling om moslims op te ruien. Integendeel. „De Hizb ut Tahrir zweert geweld af”, zegt hij. „De actie heeft moslims juist de mogelijkheid gegeven om op een ándere manier iets te doen.” Het gevolg was een paginagroot artikel in de Telegraaf, waarin de HUT werd afgeschilderd als een gevaarlijke extremistische organisatie die goed in de gaten wordt gehouden door de AIVD. Op de vraag waarom de organisatie ondergronds opereert, geeft Pala geen antwoord.

De Eindhovense moskeeën proberen op hún manier de gemoederen te bedaren. Tijdens het vrijdaggebed op 18 januari lezen de imams van de Eindhovense moskeeën een verklaring voor van de Nederlandse Vereniging van Imams over de aanstaande Wilders-film. De voorgangers roepen „de Nederlandse moslims, jong en oud” op om niet tot „negatieve handelingen” over te gaan en „kalm te blijven”.

Ook waarnemend burgemeester van Eindhoven, Gerrit Braks, heeft de waarschuwende brief van het kabinet over de Wilders-film ontvangen. Op 6 januari stuurt hij een brief rond in zijn gemeente. Hij wil zo snel mogelijk overleg.

Drie dagen later komen belangrijke Eindhovense spelers bijeen in de Raadzaal van het Stadhuis. Uit de notulen van de vergadering blijkt dat eerst de „signalen van onrust” worden geïnventariseerd. Buurtmedewerkers melden dat allochtone jongeren „zich op verschillende manieren zullen uiten”, maar verwachten geen „rellen of opstand”. De politie stelt dat er „vooralsnog geen noodzaak” is om „op te schalen’’.

De ambtenaren aan tafel rapporteren „gevoelens van onrechtvaardigheid” onder jonge moslims. Die hebben het gevoel dat Youssef en Kamal te zwaar worden aangepakt. En Wilders dan? Komt die overal mee weg? Ook met de moskeebestuurders is gesproken. De moskeeën wilden best helpen „emoties te kanaliseren”, maar zouden ook willen spreken met de gemeente „als er geen problemen zijn” rapporteren de ambtenaren. Onder de „allochtone gemeenschap” leeft ook nog een andere vraag. Kan „de Eindhovense politiek” geen afstand nemen van „Wilders polariserende uitspraken”?

Er worden verschillende besluiten genomen. Welzijnswerkers gaan met jongeren een rap maken om een „tegengeluid” te laten horen. Op 14 januari komt er een grote bijeenkomst in het stadhuis, waar waarnemend burgemeester Gerrit Braks zal spreken met jongeren en vertegenwoordigers van de moslimgemeenschap. Daarna zal Braks een verklaring afleggen „waaruit blijkt dat we het niet eens zijn met Wilders”. Maar de bestuurders willen geen stelling nemen tegen de politieke ideeën van de PVV. Dat zou de verdeeldheid tussen moslims en niet-moslims, tussen allochtonen en autochtonen alleen maar vergroten. Het gaat niet om Wilders, vindt de vergadering, het gaat om de polarisering. „Uit het statement moet blijken dat we met elkaar tegen die polarisering willen optrekken”.

Maar dat blijkt lastig. Op woensdag 16 januari, twee dagen na de aangekondigde bijeenkomst, geeft Braks een persconferentie op het stadhuis. Hij zegt dat hij graag wil vertellen over de „positieve sfeer’’ van de bijeenkomst van twee dagen daarvoor. Daarna zegt de CDA-politicus dat hij daar „in alle toonaarden” afstand heeft genomen van „het gedachtegoed van de heer Wilders”. Die quote haalt de landelijke pers. Tot verdriet van ambtenaren en welzijnswerkers lijkt het daardoor alsof Braks Wilders heeft aangevallen. „Het blijkt niet eenvoudig de positieve boodschap voor het voetlicht te brengen”, schrijft projectleider ‘Integrale Veiligheid’ Marieke van Hooff later in een e-mail aan alle deelnemers van de bijeenkomst met Braks.

Een imam schiet je niet zomaar even aan na het vrijdagmiddaggebed. Je vraagt belet. Nadat schriftelijke vragen door imam Ahmed el Ouazzani zijn goedgekeurd, stemt hij in met een gesprek bij hem thuis, in zijn nieuwbouw rijtjeswoning. Imam Ahmed, die gebrekkig Nederlands spreekt, beantwoordt de vragen in de taal van de Koran: klassiek Arabisch. Natuurkundestudent Jamal Sbai en jongerenwerker Ibrahim Wijbenga vertalen.

Imam Ahmed heeft in zijn moskee gesproken over de film van Wilders. Hij verwoordde daar het standpunt van de gemeente: moslims moeten na een provocatie hun ongenoegen kunnen uiten. Maar wel op een beschaafde manier. Volgens de regels zoals ze hier gelden in Nederland. En die stroken, zegt Imam Ahmed, nou net volledig met zijn eigen opvattingen.

Volgens imam Ahmed mag elke moslim boos worden als de Koran of de profeet wordt aangevallen. „Het is”, zegt hij, „zelfs zijn plicht.” Maar die boosheid moet geuit in de taal van de rede. „Als moslims niet met geweld reageren, weegt de film van Wilders geen haar.”

De imam neemt nog een koekje. Het gevaar, zegt hij, komt niet van de moskeegangers. „Het gevaar zit in de generatie jonge moslims die niet naar de moskee gaat. Maar die wel verschrikkelijk boos worden als iemand als Geert Wilders ze provoceert. Dan voelen ze zich opeens in het diepst van hun ziel gekrenkt. Als zij dan geweld gebruiken, heeft Wilders zijn doel bereikt. Die moslims heeft hij nodig.”

Veel jongeren hebben geen respect meer voor de imam, zegt Ibrahim Wijbenga. „Ze steken in de moskee hun middelvinger op. Naar de imam!” Jamal Sbai vertaalt zijn woorden. Imam Ahmed knikt: „Deze groep jongens bereiken is lastig voor jongerenwerkers, voor de politie én voor de imam.”

We wilden problemen vóór zijn en er niet door verrast worden zoals in 2004 na de moord op Van Gogh, zegt de politiechef van Eindhoven, Pieter van der Linden. En zo kwam de wijkagent (‘buurtbrigadier’) terug. Er kwamen ‘netwerkinspecteurs’; gemeente-ambtenaren die zijn gespecialiseerd in specifieke problemen, zoals bijvoorbeeld ‘radicalisering’.

Daarnaast was ‘integratie’ afgelopen jaren het sleutelwoord. De gemeente beschreef dat in de ‘Diversiteitsnota’ Samen beter, beter samen. Het doel was het „bevorderen van het samenleven van individuen mét elkaar in één samenleving, één stad waarin mensen prettig samenwonen en met voor iedereen heldere, hanteerbare en eenduidige regels”.

De politieke correctheid verdween na 2004, zegt Van der Linden. „Daarvoor waren we voorzichtiger met het hardop zeggen van dingen. Bijvoorbeeld dat er Marokkaanse jongeren zijn die overlast veroorzaken. Als iemand vervelend is, wordt hij aangepakt. ”

Maar nog steeds is Van der Linden voorzichtig. „Reacties op de film kunnen van twee kanten komen. Van mensen die zich ergeren aan de film en zijn boodschap. Maar ook van medestanders van Wilders die dáár weer op reageren.”

Wat zou er dan kunnen gebeuren? Rellen door Marokkaanse jongeren zoals tijdens de jaarwisseling in de Amsterdamse wijk Slotervaart? Reacties dáárop van extreem-rechts? Van der Linden wil het niet zeggen. „Dat zou bijna een uitnodiging zijn om iets te doen.”

Het is een stralende zondagmiddag in februari en aan niets is te zien dat Meerhoven een Eindhovense probleemwijk is. Salim (alias ‘De Xtra Dimensie’) leunt tegen een rode Mazda. Uit het geopende portier klinkt harde hiphop. „Het gaat om het hele systeem in Nederland”, zegt hij. „Om al het gebrabbel op tv en in de media. Ze laten maar één kant zien. Kinderen gaan opgroeien met angst voor andere mensen.”

Salim (Salim Astitoe) is één van de de solisten in een rapnummer dat Eindhovens tegenwicht moet gaan bieden aan de onverdraagzaamheid die Wilders predikt. Tijdens het gemeentelijke crisisoverleg van begin januari hebben jongerenwerkers Kareem Gazuani en Hicham Akel toegezegd binnen enkele weken een ‘tegenrap’ uit te brengen, compleet met videoclip.

In 2007 hebben 150 jongeren uit de wijken Woensel, Meerhoven, Kruidenbuurt en Tivoli meegedaan aan het MAD (Music, Art en Dance)-project: theater, straatdansen, maar vooral rap en hiphop. Nu zijn de vier meest getalenteerde rappers uit de vier stadsdelen bij elkaar gebracht: Fresku (Rayaan Reymound), Salim (Salim Astitoe), Rockstar (Robin van Daal) en Fuji (Fuji Rademakers). „Er moest snel iets komen”, zegt Gazuani. „En we wilden wel een beetje kwaliteit.”

Twee weken geleden werd de clip opgenomen. Op het grasveldje even verderop staat Rayaan voor de camera. De jongens gebaren. Kareem draait aan de volumeknop van de stereo-installatie van zijn auto. „Hij kan niet harder”, roept hij: „anders gaat hij kraken”.

Allochtone jongeren in Eindhoven maken zich niet zozeer druk om de Koran-film van Wilders. Voor hen is het de zoveelste uiting van een groter, onderliggend probleem: de groeiende intolerantie in de Nederlandse samenleving. „Deze jongeren hebben het gevoel er niet bij te horen”, zei jongenwerker Mustafa Zanzan eerder. „Vergelijk het maar met een gepest kind op school. Het is het ultieme gevoel van machteloosheid.”

In het nummer Tijd voor tolerantie proberen Fresku, Salim, Rockstar en Fuji dit onder woorden te brengen. De toon is scherp: volgens de vier rappers is het crisis in Nederland. Rayaan is een vriendelijke, wat slungelige jongen van Antilliaans-Nederlandse komaf. Hij praat aarzelend en zacht. Maar als hij rapt, is Fresku ineens een indrukwekkende verschijning.

Ik zie de media de naam van mijn geloof verkloten,

En tussen autochtoon en allochtoon de kloof vergro- ten

Er wordt door politici hier en daar wel een hoop ge- sproken

Maar als je gelooft in al die leugens dan geloof je sprookjes

Rayaan heette vroeger Roy. Nu wordt hij liever aangesproken met zijn nieuwe, islamitische naam. „Sinds ik bekeerd ben, ben ik me voortdurend aan het verdedigen.”

„De bedoeling van de gemeente was: stelling nemen tegen polarisatie”, vertelt Kareem Gazuani. „Maar ik zei tegen de jongens: ‘jullie gaan je eigen verhaal vertellen’.”

De opnamen in Woensel, de dag ervoor, trokken veel bekijks. Marokkaanse jongetjes kwamen aanzetten met knuppels. Hicham en Kareem speelden er meteen op in. De twee jongerenwerkers hebben ook een korte video-documentaire gemaakt. In die film komen de jongetjes wel dreigend aanlopen, maar daarna gooien ze de knuppel demonstratief weg. Dan begint de beat. Salim rapt:

Als we ons opfokken, spelen we ze in de kaart

Want iedereen kan schoppen ,

En de media hoopt dat we ontploffen

Wie kan de propaganda dan stoppen?

    • Sheila Kamerman
    • Steven Derix