Premier Balkenende mag openlijk putten uit religie

Premier Balkenende heeft zich de ergernis van coalitiegenoot PvdA op de hals gehaald met zijn optreden in het christelijke programma `The Hour of Power`. ”Zonder geloof kun je niet functioneren”, aldus de premier. De PvdA vraagt zich bij monde van schriftelijke vragen van het Kamerlid Dijsselbloem af of de scheiding kerk en staat niet in het geding is. Hij wil ook uitgelegd zien hoe de uitspraak van de premier past bij het principe van scheiding tussen kerk en staat (NRC Handelsblad, 25 februari).

De ophef die onder anderen Dijsselbloem verwoordt, is begrijpelijk, maar tegelijkertijd onzinnig. Ten eerste is in dit land iedereen gerechtigd om zich publiekelijk rekenschap te geven van zijn al dan niet spirituele of religieuze inspiratie. De vrijheid van meningsuiting geldt ook een politicus, zelfs als het de minister-president is. Andere politici beroepen zich even gemakkelijk op Gandhi, Nelson Mandela, Martin Luther King of andere politieke of religieuze iconen. Zij worden hier niet op aangesproken, maar als de christelijke Balkenende dit wel doet, wordt hij afgeserveerd.

Ten tweede is er geen sprake van dat de scheiding tussen kerk en staat in het geding zou zijn. Deze scheiding is bedoeld om de burger te vrijwaren van overheidsbemoeienis wat betreft zijn of haar geloofsovertuiging. Iedereen mag zijn geloof beleven en belijden, zolang de publieke orde niet in het geding is. En op basis van de jurisprudentie geven Nederlandse rechters hier zeer veel ruimte voor.

Zolang Balkenende en zijn ministers gelovigen van een bepaalde soort niet voortrekken of juist discrimineren, is er staatsrechtelijk niets aan de hand.