Nu Hu, dan Xi

De Chinese president Hu Jintao is op het toppunt van zijn macht. Politieke hervormingen zullen van zijn opvolgers moeten komen. Voer voor Pekingwatchers. „Xi is geen democraat en ook geen visionair.”

Nieuwe leden van het Politbureau van de Communistische Partij van China. Bovenste rij, van links naar rechs: Hu Jintao, Wu Bangguo, Wen Jiabao. Middelste rij van links naar rechts: Jia Qinglin, Li Changchun, Xi Jinping.Onderste rij, van links naar rechts: Li Keqiang, He Gouqiang, Zhou Yongkang Foto Reuters RNPS PICTURES OF THE YEAR - A combination photo shows pictures of China's new Politburo Standing Committee members (L-R, 1st row) Hu Jintao, Wu Bangguo, Wen Jiabao, (L-R, 2nd row) Jia Qinglin, Li Changchun, Xi Jinping, (L-R, 3rd row) Li Keqiang, He Guoqiang and Zhou Yongkang wave to the press at the Great Hall of the People in Beijing October 22, 2007. China's ruling Communist Party unveiled its new nine-member Politburo Standing Committee line-up on Monday, with President Hu Jintao retaining his seat and consolidating power after a week-long 17th Party Congress. REUTERS/Staff (CHINA) Reuters

Pal naast de Verboden Stad, verscholen voor gewone Chinezen en toeristen, bevindt zich het ommuurde hoofdkwartier van de Chinese leiders.

In deze zwaar bewaakte enclave, Zhongnanhai genaamd, wonen en werken achter hoge, rode muren president Hu Jintao, premier Wen Jiabao en de andere zeven leden van de kerngroep van het Chinese politbureau, de inner circle van de opkomende supermacht.

Zhongnanhai is de nieuwe Verboden Stad, met het Chinese Witte Huis, kantoren, villa’s, een zwembad en een sauna. Net zo ontoegankelijk als in vorige eeuwen het voormalige keizerlijke tempelcomplex aan het Plein van de Hemelse Vrede.

De symboliek van deze parallel strekt zich uit naar president Hu Jintao en zijn directe collega’s in de twee belangrijkste machtscentra, de partijtop én de regering. Als maandag en dinsdag het Nationale Volkscongres en het tweede plenum van het Centraal Comité van de Communistische Partij Van China (CPC) zijn herbenoeming en die van de premier en de leden van het politbureau hebben goedgekeurd, begint Hu aan zijn tweede en laatste ambtstermijn.

Na vijf jaar rijzend China te hebben geleid, is Hu voor zijn landgenoten nog steeds een raadselachtige, afstandelijke figuur. Hij verschijnt dagelijks op televisie met een buitenlands staatshoofd, een premier of een captain of industry. Hij daalt af in gevaarlijke mijnen, sjouwt tijdens zware winterstormen met zakken graan en repareert symbolisch een kapotte locomotief en toch wordt hij een „dishui bulou” genoemd. Een hermetisch gesloten container.

Tv-kijkend en krantenlezend China weet alles over de strapatsen van de Franse president Sarkozy, maar over Hu, zijn familie, en zijn denkbeelden weten zij niet het fijne. Over de gastheer van de Olympische Spelen circuleren op het Engelstalige internet woordgrappen, zoals „Hu is the leader of China” of „Hu is Who”.

Dat neemt niet weg dat Hu zijn stempel drukt op het moderne China en daarmee samenhangende op de wereld. Wat hij doet en vindt is net zo belangrijk als de daden van zijn collega’s in de VS, Rusland, Duitsland en Japan.

Professionele China-watchers als professor Cheng Li, verbonden aan de Tsinghua Universiteit in Peking en Brookings Institution in Washington DC,en professor Willy Wo-Lap Lam van de Chinese Universiteit in Hongkong, volgen Hu nauwgezet.

Lam die een biografisch portret van Hu heeft geschreven, legt uit: „In Westerse landen begint de macht van een president of een premier in diens tweede en laatste ambtstermijn snel af te nemen, maar in China gaan die dingen anders, omdat er geen verkiezingen gehouden worden.”

En, zegt hij vervolgens: „Hu bereikt nu het toppunt van zijn macht. De vraag is wat hij daarmee gaat doen. Krijgt hij greep op de problemen? Wie zijn zijn opvolgers? Zijn ambtstermijn loopt pas in 2012 af. Hij is volop bezig met het klaarstomen van potentiële opvolgers. Zijn opvolger zit straks ook een jaar of tien in het zadel, dus de invloed van Hu reikt tot zeker 2022.’’

Cheng schetst de achtergrond van de discussies in de verzamelde Chinese politieke top, waarin zich tal van personele en inhoudelijke veranderingen voltrekken. De belangrijkste verandering betreft de wisseling van generaties. Geleidelijk aan maakt de Vierde Generatie, de Disidai, die nog is opgeleid door de oude revolutionairen van de tweede en derde generaties, plaats voor de sterren van de Vijfde Generatie , de Diwodai.

Dat zijn allemaal hoog opgeleide vijftigers die Mao Zedong en Deng Xiaoping niet meer persoonlijk hebben gekend. En deze Vijfde Generatie krijgt het niet eenvoudig, dat staat vast.

Willy Lam: „Er zijn in de 21ste eeuw twee China’s ontstaan. Iedereen bewondert nu het nieuwe, kapitalistische China met een groeiende middenklasse. Dat is het China van de Olympische Spelen, de designarchitectuur, dure kunst, die leuke, hippe, fotogenieke jongens en meisjes, de Franse wijn drinkende beleggers. In dat nieuwe, zeer materialistische China wordt alleen de God van het Geld aanbeden”.

Het andere China betaalt daarvoor de prijs, denkt hij. „Dat is het China van de zwaar vervuilde rivieren, de kankerverwekkende lucht in zowel grote steden als de provincies, waar jaarlijks tienduizenden sterven als gevolg van de milieuvervuiling, omdat corrupte functionarissen de wetten niet uitvoeren. Het China van de honderden miljoenen armen, de boeren, de migrantenwerkers, de gepensioneerden in grote steden. Het is het China dat door de wereld wordt gebruikt als afvalput. Het China waar de goedkope producten worden gemaakt. Achter de Olympische glimlach gaat, ‘een aantal niet meer te vermijden problemen’ schuil, om met president Hu te spreken. Maar de vraag is of hij oplossingen wil doorvoeren, want daar zijn grote politieke risico’s aan verbonden.”

Het verzet tegen deze enorme, op iedere straathoek zichtbare tegenstellingen in de Chinese samenleving groeit al jaren en wordt door de gewapende volkspolitie krachtig onderdrukt. Volgens officiële cijfers vinden er jaarlijks bijna 60.000 gewelddadige incidenten plaats tussen boze boeren of gegriefde stedelingen. De media, de non-gouvernementele organisaties en onderzoekers als Cheng en Lam denken dat het aantal serieuze botsingen tussen burgers en de gewapende politie aanzienlijk hoger ligt: meer dan 100.000.

Lam: „China is in het begin van de 21ste eeuw, dertig jaar nadat de hervormingspolitiek onder leiding van Mao’s opvolger Deng Xiaoping in gang is gezet, bij een belangrijk kruispunt aangekomen. Er is veel onrust, ook over de censuur op het internet. De vraag is wanneer en door wie de Gordiaanse knoop eindelijk wordt doorgehakt. Om al die problemen op te lossen en al die gemarginaliseerde en gefrustreerde groepen erbij te betrekken, zijn politieke hervormingen noodzakelijk. Dat weet Hu ook”.

Cheng, die regelmatig publiceert in het Chinese weekblad Caijing en Foreign Affairs is het daarmee eens: „Er moeten zeer gecompliceerde, moeilijke keuzes worden gemaakt op het gebied van verdeling van middelen over de verschillende regio’s. Er moet een gezondheidszorgsysteem worden opgebouwd. Er moeten zeer gevoelige besluiten worden genomen over het openstellen van cruciale, economische sectoren. Tegelijkertijd moet de stabiliteit gehandhaafd blijven en de economie moet blijven groeien. Er mag geen chaos ontstaan. Zonder economische groei verliest het Centraal Comité zijn bestaansrecht. Er staat dus veel op het spel.”

Cheng noch Lam denken dat de Vierde Generatie onder leiding van het duo Hu-Wen dergelijke ingrijpende stelselwijzigingen zal doorvoeren. Het nemen van politieke risico’s past niet bij de persoonlijkheid en loopbaan van de president.

„Hij is ten diepste overtuigd van de voortreffelijkheid van het marxisme. Dat er grote problemen zijn, ligt niet aan de communistische leer of het eeuwige bestaansrecht van de partij, maar aan falende mensen die de leer niet goed uitvoeren óf aan het gebrek aan wetenschappelijke en technische oplossingen. Zo denkt hij”, zegt Lam.

Chinezen voelen, weet Cheng, dat Hu die wel eens liefkozend Oude Man of Grootvadertje wordt genoemd, oprecht begaan is met het lot van de massa’s.

De president weet inderdaad wat het is om honger te lijden. Hij groeide op in een arm onderwijzersgezin en was student tijdens de miserabele jaren van Mao’s Culturele Revolutie.

Daarna werkte hij jarenlang als partijsecretaris in Gansu, een van China’s armste provincies. Tegen de achtergrond van die ervaringen verklaren Cheng en Lam dat onder Hu de economische ontwikkeling absolute prioriteit heeft, desnoods ten koste van het milieu en de volksgezondheid.

Hu spreekt zelf altijd over de noodzaak van „wetenschappelijke oplossingen” om de „harmonieuze samenleving” op te bouwen, maar wat hij daar precies mee bedoelt kan hem niet worden gevraagd. Hij praat niet met de media. Dat heeft hij ook nooit gedaan in zijn afgeschermde, uiterst weloverwogen en behoedzaam opgebouwde carrière. Saillanter feitenmateriaal dan dat hij een volleerd stijldanser is – het enige vermaak in de barre jaren van Mao – en dat hij net als alle vorige Chinese leiders zijn haar zwart verft om op tv jeugdig en krachtig te ogen, zijn er niet over hem te melden. Of het moet zijn dat zijn dochter op het Amerikaanse eiland Hawaï trouwde met een internetmiljonair en zijn zoon als eigenaar van een hightechbedrijf eveneens een fortuin heeft vergaard.

Dat hij als partijsecretaris in Guizhou deze provincie grotendeels ontboste om ruimte te maken voor kolencentrales , figureert al evenmin prominent in zijn officiële biografie, die wordt verspreid op de sites van het Chinese Olympische comité en het ministerie van Buitenlandse Zaken.

Volgens Lam is de bescheidenheid van Hu bedrieglijk. „Die is een instrument waarmee hij carrière heeft gemaakt. Hij heeft er altijd voor gezorgd nooit slimmer of beter te lijken dan zijn meerderen. Hij is door en door een partijman, een bureaucraat en een technocraat.

„Hu een groot bewonderaar van de vroegere sterke man van Singapore: Lee Kuan Yew. Het Singaporese model – een verlichte, marktgeoriënteerde dictatuur – speelt in zijn denken een grote rol. Maar het gaat hem in de eerste en de laatste plaats om de instandhouding van het Centraal Comité van de Communistische Partij. Al het andere is daaraan ondergeschikt. Hu is veel eerder een soort politieke brandweerman dan een visionaire hervormer. Toen hij de top had bereikt, werd hij opeens een stuk conservatiever en dat zal nu niet veranderen.”

Met deze kritiek op Hu is professor Cheng Li het slechts gedeeltelijk eens. „Hu heeft het mechanisme van het collectieve leiderschap ingesteld. Dat betekent dat er aan de lange geschiedenis van het individuele leiderschap in China een einde is gemaakt en dat is volgens mij een hele grote stap voorwaarts. Er is in de top meer ruimte gekomen voor discussie. Het besluitvormingsproces zal dynamischer, collegialeren pluriformer worden. Er komt meer ruimte voor interne partijdemocratie en er zal beter geluisterd worden naar andere groepen in de samenleving.”

Volgens Cheng is het de verdienste van Hu dat ondernemers, de zogeheten „rode zakenmannen”, toegang hebben gekregen tot de top van de politieke instellingen. Het aantal leden van het politbureau, het Centraal Comité en het Nationale Volkscongres met internationale ervaring of een internationale opleiding is spectaculair toegenomen. Van de 25 leden van het uitgebreide politbureau hebben er zes in de VS gestudeerd. En, zegt Cheng, onder Hu is het verbod op particulier landbezit opgeheven.

Hu’s biograaf Willy Lam is veel zuiniger met lof: „Okay, okay, hij heeft het in het buitenland niet slecht gedaan. Vanuit Chinees perspectief worden het buitenlands beleid en vooral de Chinees-Amerikaanse relaties heel goed gemanaged. En Hu heeft, geloof ik, ieder land van enige betekenis voor China persoonlijk bezocht. Dat is goed voor China, want we hebben veel grondstoffen en technologie nodig om dit waanzinnige tempo van groei vol te houden. Hij heeft de internationale angst voor China weten te neutraliseren. En in Afrika houden ze van hem.”

Lam maakt een snerende opmerking als het collectieve leiderschapsmodel van Hu ter sprake komt. „Collectief leiderschap, ach dat is een formule voor stagnatie, besluiteloosheid, corruptie en het afschuiven van verantwoordelijkheid. Leiders als Hu is het uitsluitend te doen om het behoud van de macht. Dat heet het bewaken van de stabiliteit. Dat ziet hij als zijn belangrijkste taak. Heeft een Chinees onder Hu een Nobelprijs gewonnen? Nee! Loopt China voorop als het om innovatie gaat? Nee! Zijn wij leiders op het gebied van de invoering van milieutechnologie, toch wel belangrijk voor een harmonieuze samenleving. Nee!”

China, en daarmee de wereld, moet dus wachten op de aanstormende Vijfde Generatie. Acht partijleden van de nieuwe lichting zijn opgenomen in het uitgebreide politbureau, vier van deze acht zijn toegetreden tot de kleine kerngroep.

Van deze vier mogen twee zich verheugen in de speciale aandacht van buitenlandse regeringsleiders onder wie president Sarkozy en premier Brown en het corps diplomatique in Peking. Dat zijn Xi Jinping (54) en Li Keqiang (52), respectievelijk een gepromoveerde jurist en een gepromoveerde econoom. In Parijs en Londen zijn voor Xi al een keer de lopers uitgerold.

Cheng Li: „De strijd om het toekomstige leiderschap van de partij gaat tussen Xi Jinping en Li Keqiang en is nog niet beslist. Xi wordt nu getest, want hij heeft tal van belangrijke taken gekregen. De Olympische Spelen en de viering van de dertigste verjaardag van de Open Deur-politiek vinden plaats onder zijn verantwoordelijkheid. Hij is koploper en dus zeer kwetsbaar. In het verleden is vaak gebleken dat degenen die vroeg naar voren werden geschoven als toekomstige leiders, de druk uiteindelijk niet aankonden of juist werden geslachtofferd.”

Volgens het Hongkongse dagblad Ming Pao, dat over een stelletje frisse, politieke nieuwsjagers in Peking beschikt en in Hongkong gemakkelijker de censuur kan ontwijken, staat Xi op het punt benoemd te worden tot vicevoorzitter van de Militaire Commissie, het orgaan dat het grootste leger ter wereld bestuurt. Als deze prognose komende week wordt waargemaakt, haalt Xi alle voorpagina’s ter wereld, want dan neemt hij de binnenbocht naar het presidentschap in 2012 en naar de functie van partijleider.

Cheng en Lam denken allebei dat er nog een reden is waarom Xi de belangrijkste kanshebber is. Hij behoort als zoon van een revolutionair van het eerste uur tot de Taizidang, de „prinsenkinderen”. Lam: „Ik zie Xi president worden en Li wordt dan zijn premier. Xi heeft namelijk een goede, revolutionaire bloedlijn. Deze deal tussen de verschillende groepen en regio’s die zij beiden vertegenwoordigen, is op het ogenblik in de maak. Het is een complexe zaak, want er zijn nog veel meer machtsposities in het geding. Li, die van zeer nederige afkomst is, lijkt te veel op Hu zelf. Li is oprecht begaan met de armen en wil meer doen aan inkomensherverdeling, Xi is gericht op het versterken van de economie en het buitenland. Dat zijn Chinese prioriteiten.”

Xi kent de zwarte bladzijden uit de geschiedenis van het maoïsme uit zijn hoofd. Hij was getuige. Zijn vader werd door Mao weg gezuiverd, zijn familie werd tijdens de Culturele Revolutie opgejaagd en zijn oudste zuster werd door Rode Gardisten verkracht en vermoord. Xi groeide daarom op in de grotten van de afgelegen provincie Shaanxi, waar hij werkte als landarbeider en dokter.

Na de dood van Mao werd Xi’s vader gerehabiliteerd en maakte zelfs een comeback in het politbureau, ook Xi zelf werd in de partij opgenomen. In de partij maakte hij onder bescherming van oud-president Jiang Zemin een spectaculaire carrière als gouverneur in de rijke oostelijke provincies van het land om te eindigen in Shanghai, de Goudkust van China en een belangrijk machtscentrum.

Willy Lam: „Hij heeft zijn familieconnecties met het leger volledig benut. Het leger steunt hem. Hij moet toch van zijn vader iets meegekregen hebben van die bijzondere geestesgesteldheid van de oude communistische leiders. Dat waren keiharde, compromisloze, soms harteloze kerels, die geloofden dat een leven zonder macht geen leven was. Ik denk dat Xi, net als iedere rechtgeaarde partijman, ook geobsedeerd is door macht, want anders kan je geen carrière maken in de partij. Maar hij is ook pragmatisch en staat open voor vernieuwingen. Zeker is dat hij geen democraat is en ook geen visionair.’’

Minpuntje voor de benaderbare, joviale en Engelssprekende Xi is dat hij en zijn vrouw, een majoorgeneraal in de landmacht én zeer populaire zangeres, op het punt staan te scheiden. Niettemin heeft hij, net als zijn collega en concurrent Li, al zijn intrek genomen in het Zhongnanhai, waar naast de zuidelijke toegangspoort op een spandoek met sierlijke, goudkleurige karakters staat geschreven: „Leve de Communistische Partij en het gedachtengoed van Mao.’’

Voor president Hu bevat deze slogan onweerlegbare waarheden. Maar Xi heeft allang geleden, in de vochtige grotten van Shaanxi, afscheid genomen van de denkbeelden van de bijna vergeten Grote Roerganger. Dat hij toch wordt klaargestoomd om in diens voetsporen te treden karakteriseert het nieuwe China.