Mensenrechten

Hein Verbruggen zei in de krant dat hij in opstand komt tegen dedain van cabaretiers en intellectuelen. Tegen mannen die misbruik maken van de sport. En altijd met zo’n houding van: ‘Sporters zijn niet de slimsten, ze laten zich makkelijk voor mijn karretje spannen.’

Het IOC-lid is het gezeur over de mensenrechten in China zat. Hij wil niet dat de Chinezen in eigen huis worden geschoffeerd. Al helemaal niet door Nederland waar moraal altijd aan een elastiekje hangt. „Als in Peking een gebouw van architect Rem Koolhaas wordt neergezet dan blijft het muisstil in Nederland.”

Handel!

Hein Verbruggen is op zijn best als hij boos is. Zo was het vroeger ook, toen hij nog voorzitter van de internationale wielerunie (UCI) was. Een stomende president, altijd opgewonden, altijd in contramine. Een rectale bestuurder met een aura van plechtigheid over zich. De Molly Geertsema van het cyclisme, zeg maar, maar dan beter gekleed.

Ook sluw en geslepen en, als het moet, een tikje vilein.

Eigenlijk heb ik te doen met Hein. Natuurlijk was het IOC te hoog gegrepen voor deze confectiegewijs gestileerde volksmens. Uiteindelijk had hij alleen kennis van ijdele middenstand. Van sponsors die het beste varken wensen in te ruilen voor een renner. Geopolitiek kon hem niet raken. De logica van kortstondig geluk was zijn paradijs: Het Volk, de Ronde van Vlaanderen, de Amstel Goldrace…

Makelaarsgeluk.

Carrières heb je niet in de hand, als eenvoudig wielerpausje. Hein Verbruggen werd geroepen tot de hogere sferen van het IOC. Tot koninklijke hoogte dus. Ook nog met chauffeur en kamermeisje. Blijf dan maar eens van het peloton, met een Tom Boonen die denkt dat ‘wijngummetjes’ de sleutel naar succes zijn. Je mag van Willem-Alexander ook niet verwachten dat hij Zwolse drop verheft tot frisse moed voor de natie.

In het wielrennen kan alles, niet in het IOC.

Hein Verbruggen werd steeds bitsiger in zijn olympische status. Nog net niet tot aan het nymfomane zelfbeeld van Jan Marijnissen, maar veel scheelde het niet. Ook hij ademde walmen van onschendbaarheid. Ook hij concludeerde dat tegenspraak newspeak is van een decadente bourgeoisie.

Plebs in peloton en zwembad: fuck you!

Jacques Rogge kan dat nog hebben – als eeuwige verdachte van succes in geneeskunde en aanverwante business. Hein Verbruggen, met zijn gebroken zelfbeeld van stalknecht in een ruisende wereld, net niet. Hein moet zich bewijzen, tegen het dialect van zijn weemoed in. Hein moet scoren. Dat is zijn lot. Voor minder kan hij het huis niet uit.

Dan krijg je rare sprongen.

Zou Hein Verbruggen nog weten dat hij ooit van de Omloop Het Volk is geweest? Van die mooie innerlijke ballingschap, op kasseien en in hagel en wind? Waar weduwen en ouwe vrijsters in de berm van een heuvelrug stonden te wachten op een glimp van Felice Gimondi en Jan Raas? En waar hij dan, als een soort veredelde soigneur, de kus in ontvangst mocht nemen van Miss Eikenberg? Ook nog geborgen in het zwarte gat van regionale notabelen en prelaten? Hein Verbruggen moet er intens van hebben genoten. Nu dus niet meer. Het IOC is toch superieur aan de beademde mystiek van de Oude Kwaremont. Waar scheve en half kreupele ouderlingen als ploegleider Jef Braeckevelt onverminderd een ongekend gezag hebben.

Hein is helemaal losgezongen van kasseien, misère en lekke banden. Hij is nu zelf rode loper geworden, spoorslag voor champagne en kaviaar. In de smog van Peking. In Heineken. Parijs-Roubaix: où sont les neiges d’antan? Zou hij gelukkig zijn? Ik dacht het niet. Hij spreekt nu wel met de stem die het noodlot heeft overwonnen, maar het kan hem niet ontgaan zijn dat Harm Ottenbros en Jan Raas daar nog een laatste adem voor over hadden. Wat heet, sterven voor de meet zelfs.

Hein Verbruggen: weeskind. Dan moet je een grote mond opzetten om nog gehoord te worden. Eigenlijk moet je al bijna Geert Wilders zijn in je eigen revolutionaire gedachten. Of kroonprins Willem-Alexander: een fervente doodzwijger van mensenrechten, maar wel megafoon van de kispiste.

Weten wielrenners van mensenrechten? Nee, dat weten ze niet. Ze worden bij nacht en ontij van hun bed gelicht. Bloed en urine zijn hun innigste dierbaren. Maar ze demarreren wel.

Over de nimbus van Hein Verbruggen heen.

    • Hugo Camps