Medvedev erft slechte band met Europa

Onder president Poetin zijn de betrekkingen tussen Rusland en Europa sterk bekoeld. Of de man die morgen wordt gekozen als nieuwe president dat betreurt, is maar de vraag.

Als de nieuwe president die Rusland morgen kiest zijn blik op Europa richt, dan zal hij daar bitterheid en teleurstelling aantreffen over de koers van zijn land. Hij zal er verwarring zien over de harde opstelling van zijn mentor en voorganger Poetin. En niet te vergeten verdeeldheid over de vraag wat de beste strategie is in de betrekkingen met Moskou.

Of Dmitri Medvedev dat alles betreurt, is maar de vraag. Rusland en Europa hebben wel veel gemeenschappelijke belangen. Maar het Kremlin kan zich op dit moment de slechte verhouding met de medebewoners van het Europese huis, om een beeld te gebruiken van de voormalige Sovjet-leider Gorbatsjov, best veroorloven. De onderlinge verdeeldheid van de Europeanen versterkt de positie van Moskou zelfs.

Onder Poetin zijn de betrekkingen van Rusland met Europa gestaag verslechterd. Zo kwamen de Europese leiders er steeds meer achter dat Rusland zich niet ontwikkelde tot een democratie naar westers model. Was het in 2004 al opmerkelijk dat de toenmalige Duitse bondkanselier Schröder Poetin „een loepzuivere democraat” noemde, inmiddels zou zo’n kwalificatie zo ongerijmd zijn dat men er alleen maar honende ironie achter zou vermoeden.

Door de gedeelde belangen op energiegebied leek een langdurig en hecht „strategisch partnerschap” tussen gasleverancier Rusland en afnemer Europa een vanzelfsprekende en haalbare doelstelling. Maar dat bleek moeilijker dan verwacht. Toen een zelfverzekerd Rusland op Nieuwjaarsdag 2006 de gastoevoer naar de Oekraïne afsloot, waardoor ook Polen, Hongarije en Oostenrijk met een forse afname van de gasstroom te kampen kregen, werden de Europeanen pijnlijk met hun neus op hun afhankelijkheid ten opzichte van Moskou gedrukt.

Sindsdien is in de Europese Unie vaak gezegd dat een gezamenlijk energiebeleid de beste kans biedt om Rusland partij te bieden. Maar omdat verschillende Europese landen verschillende energiebehoeftes hebben, en ook heel verschillend tegenover Rusland staan, komt dat beleid niet van de grond. En dus heeft Duitsland met Rusland een bilateraal contract voor een gasleiding gesloten, dat EU-lidstaat Polen buitenspel zet. En dus hebben Gasunie en het Italiaanse ENI bilaterale contracten met Gazprom gesloten, zoals Rusland dat graag ziet.

Hoe hard Europa Rusland nodig heeft blijkt ook op internationaal politiek terrein. Een coöperatieve opstelling van het Kremlin bij de onafhankelijkheidsverklaring van Kosovo was de Europese Unie heel wat waard geweest. Maar het mocht niet zo zijn. Rusland vraagt respect van Europa, en klaagt dat het dat niet krijgt.

Moskou hekelt de plaatsing van delen van een Amerikaanse raketschild in Tsjechië en Polen. Moskou dreigt met maatregelen tegen de verdere oostwaartse uitbreiding van de NAVO, straks wellicht met de ex-Sovjet-staten Oekraïne en Georgië. Als het Westen graag een coöperatief Rusland ziet, luidde afgelopen tijd de boodschap van Poetin, dan moet het ook oog hebben voor de Russische zorgen.

Het aantreden van een nieuwe president kan in Moskou een nieuwe stijl en toon in de diplomatieke betrekkingen introduceren – al duidt de overstap van Poetin naar het premierschap erop dat zijn politieke lijn niet wordt verlaten. Een nieuw realisme in Europa over wat van Rusland verwacht kan worden kan ook helpen, net als wellicht de komst van een nieuwe president in Washington.

Maar als onderliggende oorzaken van de problemen niet worden opgelost, en als Europa onderling verdeeld blijft over de vraag hoe het met Rusland moet omgaan, dan kan de nieuwe Russische president doorgaan op de weg die Poetin is ingeslagen. En dan zal de kans op een vruchtbaar nieuw begin van de Europees-Russische betrekkingen klein blijven.

    • Juurd Eijsvoogel