Less is more – behalve aan tafel

Benno Premsela was meer dan ontwerper van de Loteklamp. Hij was emancipator, netwerker, bezieler.

Premsela, 1995 Foto Jan Griffioen A08939000001, 22-12-2007, 12:27, 8C, 5382x3640 (618+1959), 100%, AMS_REP_6549, 1/120 s, R39.8, G8.0, B1.5 Griffioen, Jan

De Lotek-lamp, ongetwijfeld het bekendste ontwerp van Benno Premsela (1920-1997), is zo’n lamp die er altijd geweest lijkt te zijn. Of misschien niet altijd, maar dan toch in elk geval sinds de jaren twintig van de twintigste eeuw, toen het gedachtegoed van de Duitse kunst- en vormgevingsschool Bauhaus verbreid raakte in het Westen.

De simpele lamp, bestaande uit een stel staafjes, twee lapjes stof en een fitting, is al decennia lang niet uit de lampenwinkels weg te slaan. En terecht, want de lamp is goed en goedkoop en past ook in een interieur dat, anders dan Premsela’s eigen huis, niet vol staat met Gispen-stoelen.

Op de tentoonstelling ‘Show Yourself’ in het Stadsarchief Amsterdam is weer eens te zien dat de Loteklamp pas uit 1982 stamt. Premsela was toen al 62 en het postmodernisme was overal, behalve in Nederland, aan een opmars bezig in de architectuur en vormgeving.

Premsela moest ook niets hebben van postmodernistische frivoliteiten. De Loteklamp is een ontwerp in de strenge ‘less is more’-geest, die ook rondwaarde aan de Nieuwe Kunstschool waar Premsela in de jaren voor en na de Tweede Wereldoorlog studeerde.

Zijn hele leven is Premsela trouw gebleven aan de minimalistische principes, zo is te zien op ‘Show Yourself’. Hij streefde naar tijdloosheid, zo valt daar ook te lezen. Met de Loteklamp is hem dat gelukt. Maar niet met de ontwerpen voor stoffen die in het Gemeentearchief zijn te zien: die zijn toch onmiskenbaar very fifties.

Aanleiding voor de Premsela-tentoonstelling in Amsterdam is de overdracht van het archief van Benno Premsela aan het Gemeentearchief door Friso Broeksma, die met Premsela tot zijn dood samenwoonde. Met Broeksma verhuisde Premsela in 1994 vanuit het pand Keizersgracht 518 in Amsterdam naar een nieuw, door Tijmen Ploeg ontworpen huis op Prinseneiland 91.

Bijna tegelijkertijd met ‘Show Yourself’ zijn er nog twee andere Premsela-tentoonstellingen te zien, een in de nieuwe Openbare Bibliotheek in Amsterdam en, vanaf 8 maart, in het Centraal Museum in Utrecht. Ook verschenen onlangs twee boeken over Premsela (zie inzet).

‘Show Yourself’ begint met de twee grootste hits uit Premsela’s oeuvre. Een grote rol van het lusjestapijt, dat Premsela ontwierp voor Van Besouw, gaat over in een even brede rol Loteklampstof waarop de inleidende tekst van de expositie staat gedrukt. Hier wordt onder meer aangekondigd dat de tentoonstelling een primeur heeft: „Op aanvraag kan de bezoeker een persoonlijke keuze van archiefstukken inzien.” En inderdaad: verderop in de tentoonstelling hangen steeds kartonnetjes met nummers waarmee je naar een balie kunt gaan om bijvoorbeeld brieven van minister Marga Klompé van Cultuur, Recreatie en Maatschappij aan Premsela kunt opvragen.

De Loteklampstof vormt ten slotte een reusachtige Loteklampkubus die dienstdoet als filmkamertje. Op een van filmpjes, zegt Jan Vonk, met wie Premsela van 1956 tot 1990 het bureau Premsela Vonk had, dat Benno Premsela belangrijker was als initiator en inspirator dan als vormgever. Dat is misschien niet zo aardig om te zeggen over de ontwerper van een evergreen als de Loteklamp en het lusjestapijt. Maar vermoedelijk bedoelde Vonk slechts dat Premsela veel meer was dan een ontwerper.

Aan de hand van foto’s, brieven, krantenknipsels, tekeningen, objecten, dia’s en films laat ‘Show Yourself’’ alle hoedanigheden van Premsela in min of meer chronologische volgorde zien. Premsela, de zoon van een joodse seksuoloog, die in de Tweede Wereldoorlog moest onderduiken en, anders dan zijn vader, moeder en zuster, wist te ontsnappen aan Auschwitz; Premsela, de leerling van de Nieuwe Kunstschool die in 1939 een keuken ontwierp die sprekend lijkt op Schütte Lihotzky’s Frankfurter Küche; Premsela, de homoseksueel die niet nog eens wilde ‘onderduiken’ en voorvechter werd van de homo-emancipatie; Premsela, de etaleur die van 1956 tot 1962 samen met onder anderen Anni Apol de beroemde etalages van de Bijenkorf inrichtte; Premsela, de stoffen- en tapijtenontwerper die het lusjestapijt verzon, dat volgens de ingenieurs van het TNO een technische onmogelijkheid was; Premsela, de vormgever die behalve de Loteklamp ook spiegels en vazen ontwierp; Premsela, de fotograaf die van alles wat zijn oog trok een dia maakte; Premsela, de verzamelaar en impulsaankoper van toegepaste kunstvoorwerpen en beeldende kunst.

En ten slotte Premsela, de ‘netwerker’ die in de laatste drie decennia van de twintigste eeuw zitting had in talloze kunst- en adviescommissies en zo uitgroeide tot de kunstpaus van Nederland, een begrip waar hij zelf een grote hekel aan had. In een van de laatste vitrines is te zien wat netwerken is. Daar ligt een ‘contactboek’ uit de jaren 1994-1996 vol boodschappen van zijn huisgenoot Friso Broeksma en zijn assistente Caroline Verbeek. Netwerken is veel bellen met andere prominenten, vaak in commissies vergaderen en veel openingen van tentoonstellingen en dergelijke bezoeken. En ook heel veel afbellen: op elke bladzijde staan wel een paar namen van mensen die telefonisch moeten worden afgezegd.

Tentoonstelling: Show Yourself; Benno Premsela 1920-1997. T/m 27 april 2008 in Stadsarchief Amsterdam, Vijzelstraat 32 Amsterdam. Di. t/m za. 10.00-17.00 uur en zo. 11.00-17.00 uur.