Kwetsbaar opstellen, brr

De Amerikaanse presidentskandidaat Clinton had twee maanden geleden een klein wonder nodig. Ze stond toen, net als nu, op een ernstige achterstand in de peilingen, en moest absoluut de voorverkiezing in New Hampshire winnen om in de race te blijven. In een tv-uitzending de dag ervoor stelde iemand haar, al dan niet geregisseerd, een „heel persoonlijke vraag – hoe doet u dit, hoe houdt u dit vol?” Na wat algemene woorden bekende zij dat het moeilijk was, heel moeilijk. En dat ze ook erg moe was. Haar stem trilde wat, en even leek het alsof er een begin van een traan in haar ooghoek opwelde. ‘Hillary’s tranenmoment verzachtte haar beeld van de koele technocraat en liet zien dat zij ook een mens is met gevoelens. De voorverkiezing won zij.

In sommige zachtere kringen is het een axioma dat het goed is je kwetsbaar op te stellen. Het is een soort populaire psychologie die voortkomt uit een romantisch wereldbeeld. De natuurlijke staat is goed en onbedorven, en problemen ontstaan doordat wij hebben geleerd ons af te schermen. „We zijn toch allemaal één en met elkaar verbonden,” klinkt er vaak ook nog bij, en de conclusie is dan dat het allemaal goed komt als wij al die dingen opgeven die ons van elkaar scheiden. Zodra wij de moed hebben als naakte hummels onbevangen door het bestaan te dartelen, zullen wij het verloren paradijs herwinnen. Het is een theorie die sommigen bijna religieus aanhangen: zo is het, of zo zou het moeten zijn, dus laten we zelf maar vast beginnen. Maar ook in de wereld van geld en macht waart dit spook rond. Zo berichtte deze krant afgelopen woensdag over een seminar voor bestuurders van topvoetbalclubs waarin zij „hun onzekerheid tonen en zich kwetsbaar opstellen. Dat is dus een kwaliteit.” Het klinkt alsof de jeugdige trainster het wel een mooi gezicht vindt, al die grote kerels die onderdanig op hun rug liggen.

Zo worden anderen volledig onpasselijk bij de amorfe slijmerigheid die zij ontwaren in de weigering een ferm standpunt in te nemen en op te komen voor je zaak. Nietzsche was er helemaal duidelijk over, die zag in dit weerloze gedrag een samenzwering van de zwakken om op een slinkse manier de sterken eronder te krijgen. Hoe dan ook, ik heb nooit iemand horen prijzen voor zijn kwetsbare opstelling na een smadelijke afgang. We vinden het alleen mooi wanneer het wat oplevert. Dan is het niet een principe maar een andere manier om je zin te krijgen. Het doel staat voorop, en soms kun je dat, zoals Clinton in New Hampshire, bereiken door je kwetsbaar op te stellen.

Maar alleen in uitzonderlijke situaties. Zo verhaalt Louis de Bernières in zijn laatste boek, Vogels zonder vleugels, hoe Ottomaanse en Britse troepen elkaar tijdens de slag bij Gallipoli vanuit hun loopgraven bestookten. Het tussengebied was bezaaid met gesneuvelden en gewonden. Beide partijen wilden graag hun makkers weghalen en verzorgen, maar dan moest eerst het schieten ophouden. Niemand deed dat en zo bleef iedereen doorschieten. Ten slotte bond de Ottomaanse commandant een wit hemd aan zijn bajonet, stak dat omhoog en kwam er zelf behoedzaam en ongewapend achteraan. De andere kant begreep zijn bedoeling, het geschut zweeg, en zo konden beide partijen gaan doen wat ze moesten doen. Waarna het schieten natuurlijk weer begon, want het bleef oorlog.

Dat is pas kwetsbaar opstellen: het had de commandant zijn leven kunnen kosten. Hij deed het dan ook niet zomaar. Ten eerste wist hij wat hij wilde bereiken, zijn actie was een gerichte manoeuvre met een duidelijk doel. Ten tweede was het een uiterst middel in een extreme situatie. Als hij dit had geprobeerd na het eerste schot, had het niet gewerkt. Verder kon hij vermoeden dat de tegenstander ook belang had bij een vuurpauze. En ten slotte handelde hij uit overtuiging: iemand die in opdracht van een ander zijn hoofd boven de rand steekt, kijkt bang uit zijn ogen en wordt kapot geschoten.

Kwetsbaar opstellen moet je niet lichtvaardig doen, en zeker niet de hele tijd. Als gedragsstrategie voor specifieke situaties kan het werken. Als levenshouding is het dom: wie zich nodeloos kwetsbaar opstelt, zal onnodig gekwetst worden. Dat zien we in de zogeheten zachte sector, waar eindeloos veel lieve mensen met een verzorgende levenshouding kwetsbaar kapot gaan in het spervuur van de harde krachten.

Een kwetsbare opstelling is een uiterst middel voor extreme situaties. Het is een van de stijlen in je gedragsrepertoire. Er zijn andere die beter zijn voor dagelijks gebruik. Die moet je dan wel ontwikkelen. Een daarvan is, je niet kwetsbaar maar kenbaar opstellen: „Als jij en ik samen moeten werken is het belangrijk dat je weet waar ik plezier in heb, wat ik belangrijk vind, en hoe ik reageer. Hoe zit dat bij jou?” In de tijd van riddertoernooien noemden ze dat strijden met open vizier. Je zag als tegenstander niet alleen de intimiderende ijzerwinkel van harnas en helm, maar ook een gezicht en een persoon. Het toernooi ging gewoon door, maar je hakte elkaar niet de kop af. Nog veel waardevoller in het gedragsrepertoire is een ontwapenende opstelling. Je zorgt dat niet jij maar de ander de wapens laat zakken en geen zin heeft met jou de strijd aan te gaan. Humor is hierbij het doeltreffendste non-wapen: wie nu met je lacht, kan straks niet goed met je vechten.

Kwetsbaar, kenbaar en ontwapenend gedrag: hiervan is kwetsbaar de extreemste en riskantste stijl. Presidentskandidaat Clinton gebruikte hem voor de verkiezingen in New Hampshire. Het werkte, maar het gaf aan hoe zeer zij in het nauw zat. Dit kan ze niet nog een keer doen, zeker niet straks in Texas, want dan wordt ze een emotioneel en onstabiel type. Haar rivaal Obama kan het spel veel ontspannener spelen. Hij is kenbaar, met zijn geschakeerde afkomst, zijn achtergrond als opbouwwerker en andere dingen die veel mensen herkennen. En vooral is hij meesterlijk in de ontwapening. Tot nu toe heeft iedere aanval op hem vooral de aanvaller geschaad.

    • Johan Schaberg